← België

Arrest 198351 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 30/11/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.351 Rolnummer: A. 153272/IX-4575 Zaak: Arrest 198351 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 30/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-09 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:57 Fiche Arrest nr 198.351 van 30 november 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 198.351 van 30 november 2009 in de zaak A. 153.272/IX-4575 In zake : de ALGEMENE CENTRALE DER OPENBARE DIENSTEN, gevestigd te Brussel Fontainasplein 9-11 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Pensioenen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 28 juni 2004, strekt tot de nietigverkla- ring van “de nota van de Administratie der pensioenen van 23 mei 2000 betreffende artikel 117, § 3 van de wet van 14 februari 1961 en de ingangsdatum van het pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Bert Thys heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 november
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. IX-4575-1/6 Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij, en attaché van Financiën Bart Roovers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Bart Weekers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Artikel 117, § 3, van de wet van 14 februari 1961 voor economi- sche expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, ingevoegd bij wet van 15 juli 1977 en gewijzigd bij de wetten van 15 mei 1984, 21 mei 1991 en 30 maart 2003, luidt als volgt: “De administratieve, of gerechtelijke beslissing of die uitgaande van enige andere overheid bevoegd tot het benoemen tot een ambt dat een recht op pensioen ten laste van een in § 2, eerste lid, vermelde macht doet ontstaan, die tot het pensioen wegens ongeschiktheid toelaat, heeft uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de in eerste aanleg gewezen beslissing van het bevoegd medisch overheidsorgaan aan de betrokkene bekend werd gemaakt wanneer het een beslissing betreft waartegen geen hoger beroep is ingesteld, of wanneer deze, na beroep, is bevestigd of op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de beslissing van het medisch overheidsorgaan van hoger beroep aan de betrokkene bekend werd gemaakt wanneer deze de beslissing in eerste aanleg gewezen te niet doet. In de gevallen waarin de titularis van een ambt, ten gevolge van bijzondere omstandigheden, dat ambt voort is blijven uitoefenen, zonder daarbij de wet te overtreden, mag de beslissing tot oppensioenstelling echter geen uitwerking hebben op een datum vóór die waarop de betrokkene in feite opgehouden heeft zijn ambt uit te oefenen. Dit geldt eveneens indien het een persoon betreft die beroep heeft ingesteld tegen een beslissing van lichamelijke ongeschiktheid en aan wie door de overheid waarvan hij afhangt, geen verbod werd opgelegd om zijn ambt voort te zetten, zonder dat de oppensioenstelling later mag zijn dan de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking aan de betrokkene van de in beroep gewezen beslissing. Indien de betrokkene bij het verstrijken van een termijn van twaalf maanden die een aanvang neemt op de datum waarop hem kennis is gegeven van de definitieve beslissing waarbij hij ongeschikt wordt verklaard voor de uitoefe- ning van zijn ambt doch geschikt verklaard blijft voor de uitoefening van een andere ambt bij wijze van wedertewerkstelling, niet wedertewerkgesteld werd, verkrijgt hij ambtshalve een definitief pensioen wegens lichamelijke on- geschiktheid dat ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van de voormelde termijn. IX-4575-2/6 De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de leden van het leger.” 3.
  6. Op 23 mei 2000 richt de directeur-generaal van de Administratie der Pensioenen van het Ministerie van Financiën de volgende nota tot alle bureaus van de voornoemde administratie: “[...] Betreft: artikel 117, § 3 van de wet van 14 februari 1961 ingangsdatum pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid Overeenkomstig artikel 117, § 3 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel heeft de administratieve beslissing die tot het pensioen wegens ongeschiktheid toelaat, uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke zij ‘aan de betrokkene bekend werd gemaakt’. Om discussie over de ingangsdatum van het pensioen te vermijden wanneer de Administratieve Gezondheidsdienst deze beslissingen aan betrokkene overmaakt op het einde van de maand moet als datum van bekendmaking van de beslissing aan betrokkene beschouwd worden de datum vermeld bovenaan de beslissing van de Administratieve Gezondheidsdienst. [...]” 3.
  7. Op 25 juni 2004 beslist het Algemeen Secretariaat van de Algemene Centrale der Openbare Diensten (hierna: de ACOD) om deze nota met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State aan te vechten. Die beslissing luidt als volgt: “Het Algemeen Secretariaat van de Algemene Centrale der Openbare Diensten beslist overeenkomstig artikel 20, e van de statuten tot het instellen van een procedure voor de Raad van State, gericht tegen de nota van de Administratie der pensioenen van 23 mei 2000 betreffende artikel 117, § 3, van de wet van 14 februari 1961 en de ingangsdatum van het pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid. Het Algemeen Secretariaat mandateert de heer Frans Fermon, Vice-Voorzitter om de ACOD te vertegenwoordigen in het kader van dit verzoek tot nietigverklaring.” 3.
  8. Op 28 juni 2004 dient Frans FERMON, namens de ACOD, het voorliggende beroep tot nietigverklaring van de voormelde nota van 23 mei 2000 van de directeur-generaal van de Administratie der Pensioenen bij de Raad van State in. IX-4575-3/6 IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
  9. In zijn verslag werpt de auditeur-verslaggever ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op omdat de verzoekende partij niet op de door haar statuten voorgeschreven wijze in rechte getreden is. Het Algemeen Secretariaat heeft Frans Fermon, in zijn hoedanigheid van Vice-Voorzitter, gemandateerd om de ACOD te vertegenwoordigen, terwijl artikel 20, e, van de statuten van de ACOD het Algemeen Secretariaat en het Federaal Uitvoerend Bureau niet machtigt om deze vertegenwoordigingsbevoegdheid te delegeren aan één van de leden of aan de vice-voorzitter. 4.
  10. In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat een letterlijke lezing van artikel 20, e, inderdaad tot deze interpretatie kan leiden, maar dat dit geenszins de bedoeling was. Dit is zelfs uitdrukkelijk bevestigd bij de statutenwijziging van 23 maart 2005, waarbij in artikel 20, e, de mogelijkheid voorzien wordt om de vertegenwoordigingsbevoegdheid te delegeren. Het nieuwe artikel 20, e, van de statuten van 23 maart 2005 luidt thans als volgt: “Het algemeen secretariaat en/of het federaal uitvoerend bureau hebben de opdracht: [... ] e. te beslissen tot het instellen van procedures en tussen te komen in procedures bij het Arbitragehof en de Raad van State en om de persoon of personen aan te duiden die de federale ACOD vertegenwoordig(t)en in deze zaken.” Volgens de verzoekende partij is deze aanpassing een loutere bevestiging van hoe het vroeger was en werd enkel de formulering van de tekst “duidelijker en preciezer” gemaakt. Voorts wijst de verzoekende partij er op dat de interpretatie van de auditeur in de praktijk niet werkbaar is, daar dit zou betekenen dat “ontzettend veel mensen” de verschillende documenten van de Raad van State zouden moeten ondertekenen. Ten slotte geeft de verzoekende partij nog als inlichting mee dat ingevolge de pensionering van Frans Fermon, het Algemeen Secretariaat Chris Renier gemachtigd heeft om de ACOD verder te vertegenwoordi- gen. 4.3.
  11. Het verzoekschrift tot nietigverklaring is ingediend door de ACOD, “vertegenwoordigd door Frans Fermon, vice-voorzitter”. Hij verwijst daarvoor naar de beslissing van 25 juni 2004 van het Algemeen Secretariaat van de ACOD, waarbij “overeenkomstig artikel 20, e van de statuten” wordt beslist tot het IX-4575-4/6 instellen van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State tegen de nota van 23 mei 2000 van de directeur-generaal van de Administratie der Pensioenen en tot het mandateren van Frans Fermon als vertegenwoordiger van de ACOD in de procedure voor de Raad van State. 4.3.
  12. Artikel 20, e, van de statuten van de ACOD, in de versie van toepassing op het ogenblik van het instellen van het beroep, bepaalt: “Het Algemeen Secretariaat en het Federaal Uitvoerend Bureau hebben de opdracht: [...] e. te beslissen tot het instellen van procedures en tussen te komen in procedures bij het Arbitragehof en de Raad van State en om de ACOD- CGSP voor deze rechtscolleges te vertegenwoordigen;” 4.3.
  13. Krachtens deze statutaire bepaling dienen het Algemeen Secretariaat en het Federaal Uitvoerend Bureau niet alleen te beslissen tot het instellen van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State, maar moeten die organen de ACOD ook vertegenwoordigen in de procedure voor de Raad van State. Deze statutaire bepaling voorziet niet in de mogelijkheid voor het Algemeen Secretariaat en het Federaal Uitvoerend Bureau om deze vertegenwoordigingsbe- voegdheid te delegeren aan één van de leden of aan de vice-voorzitter. Dat deze handelwijze aanleiding kan geven tot moeilijkheden doet niets af aan het bestaan van de regel. Het beroep is niet volgens de statuten ingediend. 4.3.
  14. De latere wijziging van de statuten van de verzoekende partij in een meer werkbare zin laat de Raad van State niet toe de uitdrukkelijke tekst van de statuten die bij het instellen van het beroep van kracht was te negeren. De omstandigheid dat het Algemeen Secretariaat op 11 mei 2007 op grond van de nieuwe statuten Chris Renier gemachtigd heeft om de ACOD in de procedure te vertegenwoordigen, belet niet dat het origineel verzoekschrift niet rechtsgeldig ingediend is. 4.3.
  15. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep. IX-4575-5/6
  17. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 november 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-4575-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.351 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.