← België

Arrest 198442 - Monumenten en Landschappen - 03/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.442 Rolnummer: A. 90638/VII-37424 Zaak: Arrest 198442 - Monumenten en Landschappen - 03/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-15 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:59 Fiche Arrest nr 198.442 van 3 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 198.442 van 3 december 2009 in de zaak A. 90.638/VII-37.424. In zake: 1. de NV ELECTRABEL 2. de CVBA CPTE rechtsgeding hervat door : de NV ELIA ASSET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 31 maart 2000, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport van 19 november 1999 houdende bescherming als monument van delen van de elektriciteitscentrale van Langerbrugge en als stadsgezicht van een deel van het terrein en de onmiddellijke omgeving van de elektriciteitscentrale. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 92.445 van 19 januari 2001 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. VII-37.424-1/9 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur-generaal Patrik De Wolf heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie met akte van gedinghervatting ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 november 2009. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur-generaal Patrik De Wolf heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. In een nota van 9 februari 1998 stelt de afdeling Monumenten en Landschappen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor om de elektriciteitscentrale van Langerbrugge te Gent als monument en de onmiddellijke omgeving van de elektriciteitscentrale als stadsgezicht te beschermen. 3.2. De eerste verzoekende partij is eigenaar van de elektriciteitscentrale Langerbrugge te Gent. Uit een notariële akte van 26 juni 1997 blijkt dat de eerste verzoekende partij naar aanleiding van een kapitaalsverhoging van de tweede verzoekende partij onder meer haar bedrijfstak "Elektriciteitstransmissie" heeft VII-37.424-2/9 ingebracht. Deze inbreng bestaat, luidens voornoemde notariële akte, voornamelijk uit: - de 220/x kV, 150/x kV, 70/x kV, 30-36/x kV distributietransformatoren; - de 220 kV, 150 kV en 70 kV velden; - de 30 kV en 36 kV cellen; - de 70 kV, 36 kV en 30 kV ondergrondse kabels; - de 30 kV, 36 kV en 70 kV luchtlijnen; - de telecontrole-apparatuur in de 220 kV, 150 kV, 70 kV, 36 kV en 30 kV posten; - de aangesloten condensatorenbatterijen in 30 kV, 36 kV en 70 kV; - de MS-aansluitingscellen van de transportinjectoren; - het radiomobiel netwerk; - het net van ondergrondse telefoonkabels (die onafhankelijk van de HS-kabels werden geplaatst); - de administratieve gebouwen, huizen, besturingscentra en diverse installaties, met uitzondering van het rollend materieel. Blijkens de bijlage bij het Belgisch Staatsblad van 11 juli 2001 heeft de tweede verzoekende partij de bedrijfstak "Elektriciteitstransmissie" ingebracht in de NV Elia bij haar oprichting op 29 juni 2001. De NV Elia ondergaat vervolgens op 31 mei 2002 een naamswijziging en deze vennootschap wordt voortaan de NV Elia Asset genoemd. 3.3. Op 26 maart 1998 beslist de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn om de elektriciteitscentrale van Langerbrugge als monument en de onmiddellijke omgeving van die elektriciteitscentrale als stadsgezicht op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten te plaatsen. Een afschrift van voornoemd voorlopig beschermingsbesluit van 26 maart 1998 wordt bij aangetekende brief van 26 mei 1998 naar de eerste verzoekende partij verstuurd. 3.4. Om veiligheidsredenen dient de eerste verzoekende partij begin 1999 bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent een aanvraag in voor een vergunning tot het slopen van niet-dienstige gebouwen en installaties van de elektriciteitscentrale van Langerbrugge. Na negatief advies van het bestuur Monumenten en Landschappen weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de gevraagde vergunning. Op 21 juni 1999 dient de eerste verzoekende partij een aanvraag in voor het slopen van een fabrieksschouw in de elektriciteitscentrale van Langerbrugge. Het bestuur Monumenten en Landschappen verleent een gunstig VII-37.424-3/9 advies op voorwaarde dat de afbraak wordt beperkt tot het deel boven het niveau van de gaanderij die zich onder de verbinding van de schouw met de ketels bevindt. 3.5. Door de gemeente Evergem wordt een openbaar onderzoek georganiseerd van 17 juli tot en met 17 augustus 1998. Er worden geen bezwaarschriften ingediend. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Evergem brengt op 18 augustus 1998 een gunstig advies uit met betrekking tot voornoemd voorlopig beschermingsbesluit van 26 maart 1998. Door de stad Gent wordt een openbaar onderzoek gehouden van 31 mei tot 29 juni 1999. Er worden vijf bezwaarschriften ingediend waaronder een bezwaarschrift van de eerste verzoekende partij. De stad Gent maakt geen schriftelijk advies over. De bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen brengt een negatief advies uit. De Provinciale Commissie voor Monumenten en Landschappen geeft ook een advies dat ongunstig is, zowel voor de bescherming als monument, als voor de bescherming als stadsgezicht. 3.6. Bij besluit van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn van 17 mei 1999 wordt de geldigheidsduur van het voorlopig beschermingbesluit van 26 maart 1998 met zes maanden verlengd "teneinde het onderzoek van de bezwaarschriften te kunnen vervolledigen en afsluiten". Een afschrift van voornoemd besluit wordt bij aangetekende brief van 23 september 1999, onder meer, betekend aan de eerste verzoekende partij. 3.7. In een verslag van 6 augustus 1999 worden de ingediende adviezen en bezwaren uiteengezet en beantwoord door het bestuur Monumenten en Landschappen. Er wordt voorgesteld de beschermingsprocedure voort te zetten maar dan wel met aangepaste inhoud en afbakening. Er wordt afgezien van het oorspronkelijke uitgangspunt om de centrale zo volledig mogelijk te bewaren. 3.8. "Na kennis te hebben genomen van de adviezen en bezwaren, waarbij ze de beoordeling ervan door de bestuursentiteit Monumenten en Landschappen tot de hare maakt" brengt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen op 7 oktober 1999 een gunstig advies uit voor de bescherming als monument van bepaalde delen van de elektriciteitscentrale van Langerbrugge en als stadsgezicht van een deel van het terrein en de onmiddellijke omgeving van de elektriciteitscentrale. VII-37.424-4/9 3.9. Op 19 november 1999 neemt de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport het bestreden besluit om bepaalde delen van de elektriciteitscentrale van Langerbrugge als monument en een deel van het terrein en de onmiddellijke omgeving van de elektriciteitscentrale als stadsgezicht te beschermen. Voornoemd besluit luidt als volgt : "Artikel 1. Wordt beschermd, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976: Wegens zijn historische en industrieel-archeologische waarde: - als monument: de elektriciteitscentrale van Langerbrugge, voorheen 'Centrales Electricques des Flandres' (delen zoals aangeduid op het plan in bijlage : inzonderheid de gebouwen van arch. E. Dhuicque met uitbreidingen, het bureelgebouwtje rechts van de toegang, het ketelhuis 2, de machinezaal van groep 19, de schoorsteen, de schuilkelder, de voorpost 150 kV met het onderstation 70.000 V, de piloon vóór de voorpost, de loopbrug over de spoorweg, de oude toegangspartijen en omheiningen in smeedwerk/metselwerk); met inbegrip van de volledige technische uitrusting, inclusief de onderdelen onroerend door aard en/of bestemming; gelegen te Gent (Gent), Langerbruggekaai 3; bekend ten kadaster: Gent, 13e afdeling, sectie R, perceelnummer(

  1. s)1581S (DELEN). Wegens zijn industrieel-archeologische waarde: - als stadsgezicht: een deel van het terrein en de onmiddellijke omgeving van de Elektriciteitscentrale 'Langerbrugge', gelegen te Evergem (Evergem), Gentweg; Gent (Gent) Langerbruggekaai 3; bekend ten kadaster: Evergem, 1e afdeling, sectie A, perceelnummer(
  2. s)1578K, 1578L, 1578M, 1578N, 1578S, 1588D; Gent, 13e afdeling, sectie R, perceelnummer(
  3. s)1581S (DELEN) Art. 2. De industrieel-archeologische, historische en architectuurhistorische waarde van het monument wordt als volgt omschreven : als enig voorbeeld van een elektriciteitscentrale bestaande uit verschillende onderdelen die elk hun bijdrage leveren tot de intrinsieke waarde en het begrijpen van het geheel : * een gedeelte van 1913, door Architect E. Dhuicque in een bewust gekozen decoratieve baksteenstijl ontworpen en uitgerust met machines daterend van ca. 1920 tot l959; * een gedeelte van recentere datum (1946-1953-1959) opgetrokken in een monumentale zakelijke stijl (zeldzaam voorbeeld in de industriële architectuur en in een dergelijke context), uitgerust met een zgn. Monobloc-groep van 125 Megawatt (het vroegste voorbeeld van een dergelijke Monobloc-eenheid met een dergelijke capaciteit in het Vlaamse gewest en zelfs op nationaal niveau); * een grote ketelzaal (ketelzaal 2) met nog bewaarde ketels - enig in een dergelijke architecturale context bewaard voorbeeld van dergelijke afmetingen -, ondergebracht in een gebouw dat werd opgetrokken in een functionele maar eigen stijl, tevens illustrerend tot welke schaalgrootte de productie van elektriciteit in de loop van de 20ste eeuw evolueerde. VII-37.424-5/9 * de schoorsteen - een essentieel onderdeel van de monobloc-inrichting - die ook na de (om veiligheidsredenen) tot op zekere hoogte uitgevoerde ontmanteling, nog steeds de locatie, het type, het materiaalgebruik en de basisafmetingen van een dergelijke schoorsteen illustreert. als illustratie van de wijze waarop de productie van elektriciteit zich in de loop van de 20ste eeuw heeft ontwikkeld en waarbij de verschillende chronologische fases nog op het terrein afleesbaar zijn; als voorbeeld van industriële architectuur waarbij delen ontworpen vóór W.O.I. en delen ontworpen ca. 1946-1953-1959 een goed vergelijkend beeld geven van de evolutie die deze soort architectuur heeft ondergaan; als voorbeeld van een aan een kanaal gelegen centrale, dit in het kader van een noodzakelijke vlotte bevoorrading met grote hoeveelheden koelwater; als materiële getuige van de steeds belangrijkere rol die elektriciteitscentrale - in casu de rol die de onderhavige centrale in de regio - op het sociaal-economische vlak vanaf ca. 1910 in de maatschappij hebben gespeeld. als materiële getuige van een bepaalde ondernemers- en ingenieursmentaliteit in de periode net vóór W.O.I. waarbij op basis van een grootschalige aanpak reeds jaren werd vooruitgelopen op de pas naderhand onontbeerlijk wordende productie en alomtegenwoordige distributie van elektriciteit. De industrieel-archeologische en historische waarde van het stadsgezicht wordt als volgt omschreven : als goed voorbeeld van een kanaalsite waarop reeds vóór W.O.I. een elektriciteitscentrale werd opgericht in combinatie met een administratief gebouw, dienstwoningen en een spoorlijn waarover een loopbrug de bedrijfssite met o.a. een paar dienstwoningen verbindt; als industriële site die in de eeuwenoude geschiedenis en het uitzicht van de Gentse kanaalzone vanaf 1913 een bepalende rol heeft gespeeld en nog speelt waarbij de als monument beschermde constructies tevens beeldbepalende elementen vornen. Met het oog op de bescherming zijn van toepassing : A. De beschikkingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten (Belgisch Staatsblad 10 maart 1994)". IV. Hervatting van het geding 4. De NV Elia Asset vraagt in haar laatste memorie akte te verlenen van haar gedinghervatting namens de CVBA Cpte. Gelet op wat voorafgaat en in het bijzonder op punt 3.2, wordt akte verleend aan de NV Elia Asset van haar hervatting van het geding namens de CVBA Cpte. V. Ontvankelijkheid van het beroep VII-37.424-6/9 5. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat de tweede verzoekende partij niet met de vereiste nauwkeurigheid haar belang aantoont, zodat haar vordering als onontvankelijk moet worden verworpen. 6. De verzoekende partijen repliceren dat in het verzoekschrift is verwezen naar de notariële akte van 26 juni 1997 waarbij bepaalde delen van de elektriciteitscentrale, zoals de voorpost 150 kV, de post 70 kV, de post 36 kV en andere installaties die betrekking hebben op de transmissie van elektriciteit, ingebracht zijn bij de oorspronkelijke tweede verzoekende partij en dat het bestreden besluit deze installaties tot voorwerp heeft. Beoordeling 7. De huidige tweede verzoekende partij beschikt over het rechtens vereiste belang, aangezien afdoende gebleken is dat zij eigenaar is van bepaalde delen van de elektriciteitscentrale die door het bestreden besluit als monument en als dorpsgezicht worden beschermd. De exceptie wordt bijgevolg verworpen. VI. Onderzoek van de middelen Eerste middel Standpunt van de partijen 8. De verzoekende partijen voeren in een eerste middel aan dat artikel 5, § 2, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten werd geschonden doordat het voorlopig beschermingsbesluit van 26 maart 1998 en het verlengingsbesluit van 17 mei 1999 niet werden betekend aan de tweede verzoekende partij. Zij betogen dat het ontbreken van een rechtsgeldige betekening, de onwettigheid van het bestreden besluit tot gevolg heeft. 9. De verwerende partij antwoordt dat het haar niet duidelijk is van welke installaties en goederen de tweede verzoekende partij eigenaar is en dat zij geen belang heeft bij het middel indien haar eigendom intussen uit de bescherming werd gelicht. VII-37.424-7/9 10. De verzoekende partijen herhalen in hun memorie van wederantwoord dat de oorspronkelijke tweede verzoekende partij sinds 26 juni 1997 eigenaar is van onder meer de voorpost 150 kV, de post 70 kV, de post 36 kV en andere installaties die betrekking hebben op de transmissie van elektriciteit, die door het bestreden besluit beschermd worden. Beoordeling 11. In artikel 5, § 2, 3/, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten is bepaald dat de ontwerpen van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten bij aangetekende brief moeten worden betekend "aan de eigenaars, erfpachthouders, opstalhouders en vruchtgebruikers zoals bekend bij de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen op de datum van het ontwerp van lijst". Voornoemde verplichting tot individuele kennisgeving maakt een substantieel vormvoorschrift uit. De individuele kennisgeving van het voorlopig beschermingsbesluit moet immers een maximale rechtszekerheid garanderen. Zij moet de betrokkenen in staat stellen om hun bezwaren en opmerkingen effectief en met kennis van zaken kenbaar te maken. Zulks blijkt niet het geval te zijn, zodat het normdoel van de naleving van dit voorschrift in dezen niet is bereikt. De oorspronkelijke tweede verzoekende partij is immers sinds 26 juni 1997 eigenaar van bepaalde delen van de elektriciteitscentrale die door het bestreden besluit als monument en als stadsgezicht werden beschermd. Het voorlopig beschermingsbesluit van 26 maart 1998 werd haar evenwel niet betekend. Door het ontbreken van voornoemde rechtsgeldige betekening mist het bestreden besluit iedere rechtsgeldigheid en moet het bestreden besluit in zijn geheel worden nietigverklaard. Door de verwerende partij wordt immers niet aangetoond dat de bestreden bescherming van de elektriciteitscentrale als monument en van de directe omgeving als dorpsgezicht nog zinvol is na weglating van de delen waarvan de tweede verzoekende partij eigenaar is. Het eerste middel is bijgevolg gegrond. BESLISSING VII-37.424-8/9 1. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport van 19 november 1999 houdende bescherming als monument van delen van de elektriciteitscentrale van Langerbrugge en als stadsgezicht van een deel van het terrein en de onmiddellijke omgeving van de elektriciteitscentrale. 2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. 3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 694,12 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.424-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.442 Gerelateerde publicatie(
  4. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.92.445 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.