id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.454 Rolnummer: A. 176694/VII-36508 Zaak: Arrest 198454 - Geneesmiddelen - 03/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-14 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:58 Fiche Arrest nr 198.454 van 3 december 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Geneesmiddelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 198.454 van 3 december 2009 in de zaak A. 176.694/VII-36.508 In zake: de NV EUROGENERICS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristof Roox en Benito Boone kantoor houdend te Brussel Koningsstraat 71 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te Brugge (Sint-Kruis) Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV AKTUAPHARMA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Nachtergaele kantoor houdend te Herent Rijweg 74 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 september 2006, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de directeur-generaal van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu van 30 mei 2005 houdende het verlenen van een vergunning aan de tussenkomende partij voor de parallelimport van het geneesmiddel "Piroxicam EG 20 mg, gelulen". II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 166.350 van 4 januari 2007 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-36.508-1/4 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 18 april
- Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 oktober
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Benito Boone, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Peter Eecloo, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Luc Nachtergaele, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid van het beroep
- In het auditoraatsverslag wordt gesteld dat de beslissing van de raad van bestuur van de verzoekende partij om in rechte te treden noch de datum van de beslissing vermeldt, noch het betrokken geneesmiddel, en dat die beslissing het enkel heeft over "de vergunningen voor parallelimport verleend aan de VII-36.508-2/4 tussenkomende partij door de Belgische Staat, gebaseerd op de referentiegeneesmiddelen van Eurogenerics". Het auditoraat besluit dat een dergelijke beslissing zo algemeen is dat zij kan gelden voor alle beslissingen van de verwerende partij houdende het verlenen van een vergunning voor parallelimport aan de tussenkomende partij, tot in een onbepaalde toekomst, zodat de verzoekende partij niet regelmatig in rechte is getreden en het beroep niet ontvankelijk is.
- In haar laatste memorie wijst de verzoekende partij er in essentie op dat de door haar raad van bestuur verleende machtiging om in rechte te treden niet te ruim is geformuleerd indien wordt gekeken naar "de context en (de) concrete omstandigheden waarin de beslissing werd genomen". Voorts wijst zij er op dat de Raad van State in zijn arrest nr. 137.702 van 26 november 2004 heeft bevestigd dat er rekening moet worden gehouden met de manifeste wil van de raad van bestuur om na te gaan of deze de bedoeling had in rechte te treden tegen een beslissing, teneinde niet in een overdreven formalisme te vervallen. Ten slotte merkt zij op dat de voormelde exceptie niet werd opgeworpen tijdens de schorsingsprocedure. Beoordeling
- Aangezien rechtspersonen niet zelf "in persoon" een beroep bij de Raad van State kunnen indienen, moeten zij een beroep doen op hun organen. Het voorwerp van het annulatieberoep, zoals omschreven in de beslissing om in rechte te treden, dient geïndividualiseerd en identificeerbaar te zijn. Dit is hier niet het geval: de beslissing om in rechte te treden vermeldt noch de datum van de bestreden beslissing, noch de naam van het betrokken geneesmiddel. Ze heeft het enkel over de vergunningen voor parallelimport, verleend aan tussenkomende partij door de Belgische Staat, gebaseerd op de referentiegeneesmiddelen van Eurogenerics. Een dergelijke beslissing is zeer algemeen en voldoet niet aan de gestelde voorwaarde. De verwijzing naar het arrest nr. 137.702 van 26 november 2004, waarin niet wordt gehandeld over de precieze omschrijving van het voorwerp van het annulatieberoep, is niet ter zake dienend. In dat geval was immers de beslissing, VII-36.508-3/4 die de vennootschap voor de Raad van State wou aanvechten, precies omschreven en ging het om de draagwijdte van de opdracht aan de gedelegeerd bestuurder van de verzoekende naamloze vennootschap. Het feit dat deze exceptie niet werd opgeworpen in de schorsingsprocedure belet niet dat zij in de procedure ten gronde wordt onderzocht. De verzoekende partij is niet regelmatig in rechte getreden. Het beroep is bijgevolg onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-36.508-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.454 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.350 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div