id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.457 Rolnummer: A. 190223/VII-37279 Zaak: Arrest 198457 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 03/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-14 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-30 03:58 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
- en)DE Fiche Arrest nr 198.457 van 3 december 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : heropening debatten prejudiciële vraag Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 198.457 van 3 december 2009 in de zaak A. 190.223/VII-37.279. In zake: 1. de VZW BELGISCHE VERENIGING APOTHEKERS SPECIALISTEN IN DE KLINISCHE BIOLOGIE 2. de VZW GASTHUISZUSTERS ANTWERPEN 3. d e V Z W K R I S T E L I J K E M E D I C O - S O C I A L E INSTELLINGEN 4. Walter COOREMAN 5. Steven WEEKX 6. Annick WAUTERS 7. Erik JACOBS 8. Geert MISTIAEN 9. Robert BRAEKEVELT 10. Philippe DECLERCQ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Judo kantoor houdend te Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te Brugge (Sint-Kruis) Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 3 november 2008, strekt tot de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 19 augustus 2008 tot wijziging van het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten. VII-37.279-1/7 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. Auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2009. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Natasha Nolet de Brauwere, die loco advocaat Frank Judo verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Peter Eecloo, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Inge Vos heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten (hierna : ministerieel besluit van 30 april 1999) bepaalt in zijn artikel 6.4., zoals gewijzigd door het thans bestreden besluit, het volgende : "Art. 6. Voor de erkenning als stagedienst zoals bepaald in het hoger vermeld koninklijk besluit van 21 april 1983, moet aan volgende algemene criteria zijn voldaan : (...) 4. Behoudens afwijkingen vastgesteld in de bijzondere criteria, moet in alle medische diensten van het ziekenhuis de functie van geneesheer-diensthoofd waargenomen worden door een erkend geneesheer specialist. Er moet een VII-37.279-2/7 functie voor intensieve zorg bestaan alsook de mogelijkheid om biopsies en autopsies te verrichten. Wat de andere specialiteiten betreft, moet de inrichting ten minste een beroep kunnen doen op consulenten die als geneesheer specialist zijn erkend". 4. Deze bepaling werd aldus gewijzigd nadat de Raad van State met het arrest nr. 173.407 van 12 juli 2007 de vroegere bepaling had vernietigd op verzoek van de Belgische beroepsvereniging van geneesheren-specialisten in de medische biopathologie. De vroegere bepaling, die toeliet dat de functie van geneesheer-diensthoofd niet enkel werd uitgeoefend door "een erkend geneesheer specialist", werd vernietigd op grond van de overweging 2.5 van het arrest: "Artikel 13 van de Ziekenhuiswet bepaalt uitdrukkelijk dat voor ieder van de verschillende diensten van het medisch departement een geneesheer- diensthoofd wordt benoemd. Zelfs indien een aantal andere bepalingen van deze gecoördineerde wet die de structurele organisatie van het ziekenhuiswezen betreffen, van toepassing zijn op andere medische beroepen dan dat van geneesheer, betekent zulks nog niet dat de beoefenaars van die andere medische beroepen daardoor de kwalificatie geneesheer zouden verkrijgen. Door voor het laboratorium voor klinische biologie niet te eisen dat de functie van geneesheer-diensthoofd wordt waargenomen door een geneesheer, schendt het bestreden besluit artikel 13 van de Ziekenhuiswet". 5. Artikel 13 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 (hierna : ziekenhuiswet) luidde, op het ogenblik van het bestreden besluit, als volgt : "In ieder ziekenhuis moet de medische activiteit gestructureerd zijn. In ieder ziekenhuis is er: 1/ een hoofdgeneesheer, die verantwoordelijk is voor de goede gang van zaken in het medisch departement; hij wordt benoemd en/of aangewezen door de beheerder; 2/ een geneesheer-diensthoofd voor ieder van de verschillende diensten van het medisch departement; hij wordt benoemd en/of aangewezen door de beheerder; 3/ een medische staf gevormd door alle ziekenhuisgeneesheren. (...)". VII-37.279-3/7 IV. Onderzoek van de middelen A. Enig middel, eerste onderdeel Uiteenzetting van het middelonderdeel 6. De verzoekende partijen roepen in een enig middel de schending in van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, evenals van de artikelen 9 en 13 van de ziekenhuiswet, doordat de bestreden akte het beginsel poneert dat de erkenning van een stagedienst afhankelijk is van het feit dat een erkend geneesheer-specialist diensthoofd zou zijn, zonder rekening te houden met de specificiteit van bepaalde diensten, noch met de specifieke positie van de apothekers-klinisch biologen. In een eerste onderdeel voeren zij aan dat het gemaakte onderscheid tussen artsen-klinisch biologen enerzijds en apothekers-klinisch biologen anderzijds niet pertinent is in het licht van het nagestreefde doel en dat het gemaakte onderscheid in elk geval onevenredig is. Onder verwijzing naar de toepasselijke wetgeving zetten de verzoekende partijen uiteen waarom er volgens hen noch in feite, noch in rechte enig element voorhanden is dat een rechtens aanvaardbare verantwoording biedt om apothekers-klinisch biologen, die volgens hen dezelfde taken vervullen als geneesheren-klinisch biologen, uit te sluiten van de functie van diensthoofd van een laboratorium voor klinische biologie, althans wanneer de diensten van het ziekenhuis hun erkenning als stagedienst wensen te behouden. Voorts menen de verzoekende partijen dat, in de mate dat de Raad van State van oordeel zou zijn dat niet het bestreden ministerieel besluit, maar wel artikel 13 van de ziekenhuiswet de basis vormt voor het gemaakte onderscheid tussen geneesheren-specialisten in de klinische biologie en de apothekers-klinisch biologen, het noodzakelijk is om aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen. Beoordeling 7. In zijn arrest nr. 173.407 van 12 juli 2007 heeft de Raad van State het oorspronkelijke artikel 6.4. van het ministerieel besluit van 30 april 1999, dat in een uitzondering voorzag voor het diensthoofd van een laboratorium voor klinische biologie, vernietigd. VII-37.279-4/7 In overeenstemming met de hoger geciteerde overweging van voormeld arrest geldt dat het door de verzoekende partijen betwiste onderscheid tussen geneesheren-specialisten in de klinische biologie en apothekers-klinisch biologen rechtstreeks voortvloeit uit artikel 13 van de ziekenhuiswet. De Raad van State is niet bevoegd om zich uit te spreken over de verenigbaarheid van artikel 13 van de ziekenhuiswet met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Aan het Grondwettelijk Hof wordt daarom de volgende prejudiciële vraag gesteld: "Schendt artikel 13 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, dat voorschrijft dat er in ieder ziekenhuis een geneesheer-diensthoofd dient te zijn voor ieder van de verschillende diensten van het medisch departement - en dus ook in het laboratorium voor klinische biologie - de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat deze bepaling inhoudt dat apothekers-klinisch biologen, in tegenstelling tot geneesheren-specialisten in de klinische biologie, geen diensthoofd kunnen zijn van een laboratorium voor klinische biologie?". B. Enig middel, tweede onderdeel Uiteenzetting van het middelonderdeel 8. In een tweede onderdeel voeren de verzoekende partijen aan dat het bestreden besluit ten onrechte in een gelijke behandeling voorziet van de diensten voor klinische biologie enerzijds en de overige diensten van het medisch departement anderzijds. Aangezien de diensten voor klinische biologie feitelijk op een andere manier en met andere hooggekwalificeerde specialisten zouden werken, moeten deze diensten volgens de verzoekende partijen in beginsel anders worden behandeld dan de andere diensten. De door de Raad van State in zijn arrest nr. 173.407 van 12 juli 2007 vernietigde bepaling stemde volgens de verzoekende partijen prima facie overeen met een correcte toepassing van de grondwettelijke beginselen inzake gelijkheid en non-discriminatie. In hun laatste memorie betogen de verzoekende partijen dat het wel degelijk om een discriminatie tussen personen gaat. VII-37.279-5/7 Beoordeling 9. Krachtens artikel 10 van de Grondwet zijn alle Belgen gelijk voor de wet. Krachtens artikel 11 van de Grondwet moet het genot van de aan de Belgen toegekende rechten zonder discriminatie worden verzekerd. Deze voorschriften verbieden principieel dat een niet-verantwoord verschil in behandeling voor bepaalde categorieën van personen zou worden ingesteld. Deze beginselen slaan dus uiteraard op personen en niet op goederen, prestaties en diensten. Het tweede onderdeel van het middel heeft betrekking op diensten en niet op personen en kan dan ook niet tot nietigverklaring leiden. De wending die de verzoekende partijen aanbrengen in hun laatste memorie betreft in wezen een nieuw middel, dat niet op ontvankelijke wijze voor het eerst in een laatste memorie kan worden ingeroepen. BESLISSING 1. De debatten worden heropend. 2. Aan het Grondwettelijk Hof wordt de volgende prejudiciële vraag gesteld : "Schendt artikel 13 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, dat voorschrijft dat er in ieder ziekenhuis een geneesheer-diensthoofd dient te zijn voor ieder van de verschillende diensten van het medisch departement - en dus ook in het laboratorium voor klinische biologie - de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat deze bepaling inhoudt dat apothekers-klinisch biologen, in tegenstelling tot geneesheren-specialisten in de klinische biologie, geen diensthoofd kunnen zijn van een laboratorium voor klinische biologie?". 3. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt ermee gelast, na de ontvangst van het antwoord van het Grondwettelijk Hof op de voormelde prejudiciële vraag, het onderzoek van de zaak voort te zetten. VII-37.279-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-37.279-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.457 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.549 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.