id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.499 Rolnummer: A. 166314/X-12506 Zaak: Arrest 198499 - Monumenten en Landschappen - 03/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-16 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:58 Fiche Arrest nr 198.499 van 3 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 198.499 van 3 december 2009 in de zaak A. 166.314/X-12.
- In zake: Ghislaine de BONNEVAL-GILLES de PELICHY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Van Parys kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 BRUGGE Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 september 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 20 april 2005 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij de archeologische zones van de site van de Chartreuse, gelegen te Brugge (Sint-Michiels), Heidelbergstraat, Rijselstraat, Stuivenbergstraat, Chartreuseweg, kadastraal bekend sectie A, nrs. 684/b, 684/c, 685, 689, 697, 698, 699, 700, 701, 702, 703, 704, 705, 706, 707, 708, 709/a, 710/a, 711, 712, 713, 714, 715/a, 716/a, 716/b, 717/a, 717/b, 718/e, 718/f, 718/g, 719/d, 720/b, 721/b, 722/a, 724/a, 725/b, 725/c, 763, 766/b, 767/a, 768/f, 768/g, 769/g, 769/h, 770/b, 772/b, 773/a, 776/a, 777/e, 777/f, 777/g, 778/b, 778/c, 779, 780/a, 781/a en sectie B, nrs. 149/f, 149/k, 150/b, 150/c, 151, 152, 153, 163/b, 163/c, 164/b, 164/c, 165/a, 166, 167, 168, 169, 170, 171, 171/02, 172/b, 173/c als archeologische zone worden beschermd wegens het cultuurhistorisch en wetenschappelijk belang. X-12.506-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 september
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Inneke Bockstaele, die loco advocaat Luc Van Parijs verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Pieter-Jan Staelens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekster is eigenares van een aantal percelen gelegen te Brugge (Sint-Michiels), kadastraal bekend sectie A, nrs. 715/a, 717/a, 717/b, 718/e, 718/g, 720/b, 721/b, 769/g, 769/h, 770/b, 772/b, 776/a, 778/b, 701, 719/d, 722/a, 763, 768/f, 768/g, 777/e, 777/g en
- 3.
- In een motiveringsnota van 6 april 2004 stelt het bestuur Monumenten en Landschappen voor om de archeologische zones van de site van de Chartreuse te Brugge (Sint-Michiels), waartoe de voormelde percelen van de X-12.506-2/6 verzoekster behoren, als archeologische site te beschermen wegens de historische en wetenschappelijke waarde. 3.
- Op 1 maart 2004 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken om de voormelde archeologische zones van de Chartreuse als archeologische zone op een ontwerp van lijst te plaatsen van voor bescherming vatbare archeologische monumenten en zones. Een afschrift van dat voorlopig beschermingsbesluit wordt bij aangetekende brief van 23 april 2004 naar de verzoekster verstuurd. 3.
- De verzoekster dient via haar raadsman een bezwaarschrift in. 3.
- Het bestuur Monumenten en Landschappen maakt op 28 oktober 2004 een verslag “beëindiging onderzoek van de bezwaarschriften en opmerkingen” op, waarin onder meer het bezwaar van de verzoekster wordt besproken. 3.
- De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen brengt op 1 december 2004 advies uit. 3.
- Met het bestreden besluit van 20 april 2005 beschermt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening de archeologische zones van de site van de Chartreuse als archeologische zone wegens het cultuurhistorisch en wetenschappelijk belang. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van laattijdigheid van het beroep op. Ze laat gelden dat het bestreden besluit aan de verzoekster werd betekend bij aangetekende zending van 21 juni 2005, zodat het verzoekschrift van 23 september 2005 laattijdig is.
- In de memorie van wederantwoord stelt de verzoekster dat zij geen aangetekende zending van 21 juni 2005 heeft ontvangen, doch dat het bestreden besluit haar pas bij aangetekende brief van 25 juli 2005 werd betekend, X-12.506-3/6 zodat de termijn van zestig dagen voor het indienen van een annulatieberoep slechts vanaf deze kennisgeving is ingegaan en het beroep aldus tijdig is. In de laatste memorie voegt zij daaraan nog toe dat het in haren hoofde geenszins gaat om een tweede betekening, maar wel om een eenmalige kennisgeving.
- De verwerende partij betoogt in haar laatste memorie dat de aangetekende brief van 21 juni 2005 werd aangeboden aan het adres van de verzoekster, maar niet werd afgehaald. Zij brengt daartoe een e-mailbericht van 10 december 2007 van De Post bij, waarin gesteld wordt dat de betrokken zending werd teruggestuurd naar de afzender met de melding “Niet afgehaald”. De verwerende partij laat gelden dat het feit dat een betrokkene de aangetekende zending niet in ontvangst neemt, niet verhindert dat de beroepstermijn ingaat. Beoordeling
- Krachtens artikel 4, derde lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, moet een beroep tot nietigverklaring op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingesteld binnen zestig dagen nadat de bestreden beslissing werd bekendgemaakt of betekend, en indien de beslissing noch bekendgemaakt, noch betekend moet worden, binnen zestig dagen nadat de verzoekende partij er kennis van heeft gehad.
- Uit het administratief dossier blijkt dat het bestreden besluit met een begeleidende brief die de datum 15 juni 2005 draagt, een eerste keer aangetekend werd verzonden aan de verzoekster op 21 juni 2005 op haar adres Hertogenweg 7, 3080 Tervuren. In de laatste memorie brengt de verwerende partij een e-mailbericht van De Post bij waarin met betrekking tot het verdere verloop van deze zending het volgende wordt gesteld: “De zending werd op 08.07.2005 door het postkantoor Tervuren teruggestuurd naar afzender (1210 Brussel) met de melding ‘Niet afgehaald’. Zij werd uitgereikt bij de afzender op 13.07.
- De bestemmeling heeft de brief dus niet ontvangen”. Wanneer een besluit ter kennis wordt gebracht bij aangetekende brief, gericht aan de betrokken persoon op het adres dat hij als woonplaats heeft X-12.506-4/6 opgegeven, wordt de kennisgeving geacht te zijn gebeurd op het ogenblik van de aanbieding. Het feit dat de betrokkene de aangetekende zending niet in ontvangst neemt, verhindert niet dat de beroepstermijn ingaat, behoudens indien overmacht kan worden ingeroepen. Opdat een kennisgeving bij ter post aangetekende brief geldig geschiedt, is het voldoende dat de postbode zich aan de woning van de belanghebbende heeft aangemeld en, als hij de brief niet persoonlijk aan de belanghebbende of aan een ander op dat adres verblijvend persoon heeft kunnen overhandigen, in de brievenbus een bericht heeft achtergelaten waarin de belanghebbende ervan wordt verwittigd dat de brief te zijner beschikking is op het postkantoor. Uit al deze elementen volgt dat het hierboven geciteerde e-mailbericht dient te worden beschouwd als een rechtsgeldig bewijs van de betekening van de bestreden beslissing aan de verzoekster, en dit ten laatste op 8 juli 2005, datum waarop de zending met de melding “Niet afgehaald” door het postkantoor aan de afzender werd teruggestuurd.
- Hieruit volgt dat het op 23 september 2005 ingestelde annulatieberoep buiten de beroepstermijn werd ingesteld. De omstandigheid dat de verzoekster blijkbaar met een aangetekende zending van 25 juli 2005 een tweede maal in kennis werd gesteld van de bestreden beslissing, vermag daar niets aan te veranderen. Wanneer een beslissing een eerste maal regelmatig aan een belanghebbende wordt betekend, gaat de beroepstermijn in en doet een eventuele tweede betekening geen nieuwe beroepstermijn ingaan. Een dergelijke tweede betekening is irrelevant. De exceptie is bijgevolg gegrond en het beroep onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. X-12.506-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, met bijstand van Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-12.506-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.499 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div