id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.610 Rolnummer: A. 191542/IX-6234 Zaak: Arrest 198610 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-17 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:59 Fiche Arrest nr 198.610 van 7 december 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 198.610 van 7 december 2009 in de zaak A. 191.542/IX-6234 In zake : Bruno BERBEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstraat 8 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 februari 2009, strekt tot de nietigver- klaring van het besluit van 17 december 2008 van de directeur-generaal van de federale politie waarbij aan Bruno BERBEN de tuchtstraf van de blaam opgelegd wordt. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 november
- IX-6234-1/4 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Elke Goossens, die loco advocaat Pascal Lahousse verschijnt voor de verzoeker, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- In het verzoekschrift stelt de verzoeker, wat de tijdigheid van zijn beroep betreft, dat de beslissing hem bij aangetekend schrijven meegedeeld is en dat hij ze op het postkantoor afgehaald heeft op 23 december
- In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij aan dat het verzoekschrift buiten de door artikel 4, derde lid, van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State voorgeschreven vervaltermijn van zestig dagen is ingediend. Zij stelt dat de bestreden beslissing aan de verzoeker betekend werd bij aangetekend schrijven van 18 december 2008 en dat volgens de rechtspraak van de Raad van State de kennisgeving bij aangetekende brief geacht wordt te zijn geschied op de dag dat de brief aan de woning van de betrokkene is aangeboden en niet bij het verstrijken van de termijn toegekend voor het afhalen van de brief op het postkantoor, dat aangenomen wordt dat de ter post aangetekende zending ten huize van de bestemmeling wordt aangeboden daags na de verzending ervan of de maandag wanneer de verzending de voorafgaande vrijdag heeft plaatsgehad. Zij verwijst dan naar inlichtingen verstrekt door het postkantoor te Maasmechelen waaruit blijkt dat de aangetekende zending inderdaad op vrijdag 19 december 2008 aangeboden werd aan de woning van de verzoeker, zodat de termijn van 60 dagen IX-6234-2/4 aangevangen is op 20 december 2008 en afliep op 17 februari
- Vermits het verzoekschrift ingediend werd op 20 februari 2009 is het beroep niet ontvankelijk ingediend.
- In zijn memorie van wederantwoord geeft de verzoeker geen repliek op deze exceptie. Ook ter terechtzitting gaat de raadsman van de verzoeker niet nader op deze exceptie in. Beoordeling
- De termijn voor het indienen van een annulatieberoep is een vervaltermijn. Een laattijdig ingediend beroep is niet ontvankelijk.
- De verwerende partij legt het bewijs voor dat het bestreden besluit op 18 december 2008 met een aangetekende brief naar de verzoeker verzonden is. Een bewijs van ontvangst door de verzoeker legt zij niet voor.
- De verzoeker bevestigt wel dat hij de brief op 23 december 2008 op het postkantoor afgehaald heeft. Daarmee erkent hij dat de postdienst de brief aan zijn woning aangeboden heeft. De verwerende partij stelt in haar memorie van antwoord dat zulks op vrijdag 19 december 2008 gebeurde en zij verwijst daarvoor naar “inlichtingen verstrekt door het postkantoor van Maasmechelen”. Zij levert daarvan geen bewijs, maar de verzoeker stelt die uiteenzetting op geen enkele wijze in vraag en doet ook geen enkele poging om het tegendeel te bewijzen. Er wordt dan ook aangenomen dat de brief van 18 december 2008 op vrijdag 19 december 2008 aan de woning van de verzoeker aangeboden is.
- De verzoeker blijkt van oordeel te zijn dat de beroepstermijn, in geval de betrokkene de kennisgeving niet bij de eerste aanbieding in ontvangst kan nemen maar door de postbode uitgenodigd wordt om de brief op het postkantoor af te halen, slechts aanvangt op het ogenblik van de afhaling op het postkantoor. Die redenering faalt: volgens vaste rechtspraak, die bijvoorbeeld verwoord is in het arrest nr. 82.417 van 27 september 1999 inzake Cabus, vangt de beroepstermijn aan op de dag van de aanbieding van de zending met achterlating van een bericht door de postdienst. Enkel overmacht kan er anders doen toe besluiten, maar de verzoeker voert zulks niet aan. IX-6234-3/4
- De vaststelling dat de brief van 18 december 2008 op 19 december 2008 aan de verzoeker aangeboden is leidt tot het besluit dat de beroepstermijn aangevangen is op zaterdag 20 december 2008 en dat, vanaf die datum gerekend, de beroepstermijn liep tot dinsdag 17 februari 2009 zodat het beroep, ingediend op 20 februari 2009 buiten de termijn verzonden is.
- De exceptie is gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 december 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6234-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.610 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div