id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.630 Rolnummer: Zaak: Arrest 198630 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-17 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:59 Fiche Arrest nr 198.630 van 7 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 198.630 van 7 december 2009 in de zaken A. 153.555/X-11.978 (I) en A. 153.556/X-11.979 (II). In zake: I. Hugo HENDRIX II. Godelieve COLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Malliën kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Meir 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: I. + II. de deputatie van de provincieraad van LIMBURG --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. De beroepen, ingesteld op 8 juli 2004, strekken tot de nietigverklaring van het besluit van 6 mei 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij het beroep van de verzoekende partijen ingesteld tegen de beslissing van 13 oktober 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Neerpelt houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning voor de regularisatie van een eengezinswoning en bijbehorende bergingen, op een perceel gelegen te Neerpelt, Maststraat 15, kadastraal bekend sectie B, nr. 291/2f5, niet wordt ingewilligd en geen stedenbouwkundige vergunning wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft in beide zaken een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld in beide zaken. X-11.978-11.979-1/11 De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft in beide zaken een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 september 2009. Staatsraad Jan Clement heeft in beide zaken verslag uitgebracht. Advocaat Jo De Coninck, die loco advocaat Pascal Malliën verschijnt voor de verzoekende partijen, en bestuurssecretaris Tom Roosen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn in beide zaken gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft in beide zaken een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 11 december 1979 worden de verzoekende partijen eigenaar van een “(w)oonhuis met alle aanhorigheden” op een perceel gelegen aan de Maststraat 15 te Neerpelt. Het voormelde perceel is, volgens het bij koninklijk besluit van 22 maart 1978 vastgestelde gewestplan Neerpelt-Bree, gelegen in een woongebied en een reservatiezone van het kanaal. Het perceel is niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling. Het is gelegen binnen de grenzen van het, op 9 september 2002, goedgekeurde bijzonder plan van aanleg “de Grobben” (hierna: het BPA), meer bepaald in de zone a van de “zone aan kanaal” met als hoofdbestemming de uitbreiding van het kanaal en de ondersteuning van kanaalfuncties en als nevenbestemming wonen. Inzake de plaatsing der hoofdgebouwen bepalen de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA onder meer wat volgt: “De afstand tussen de voorgevelbouwlijn en de rooilijn bedraagt (...) maximum 10 meter. X-11.978-11.979-2/11 (...) De plaatsing op een minimum afstand van 3 meter tot de zijkavelgrens is verplicht”. 3.2. Op 13 oktober 2003 (datum van het ontvangstbewijs) vragen de verzoekende partijen aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Neerpelt de vergunning “voor de regularisatie van een woning + bijhorende bergingen”, gelegen aan de Maststraat 15 te Neerpelt, kadastraal bekend sectie B, nr. 291/2f5. In de, bij die regularisatieaanvraag horende, “Nota van toelichting” waarin het voorwerp van de aanvraag als de “(r)egularisatie van een ééngezinswoning + bijhorende bergingen” wordt omschreven, wordt, onder meer, het volgende gesteld: “Verenigbaarheid met de bestemmingsvoorschriften : Het bestaande, te regulariseren object deed vroeger dienst als bijgebouw bij een momenteel afgebroken hoofdgebouw (woning). Aangezien het vroegere hoofdgebouw verdwenen is, kan in de huidige toestand, het vroegere bijgebouw (de te regulariseren woning) geinterpreteerd worden als hoofdgebouw. In deze opvatting dat het vroegere bijgebouw momenteel fungeert als hoofdgebouw is de huidige woonfunctie ons inziens aanvaardbaar. Verenigbaarheid met de bebouwingsvoorschriften : Het bestaande, te regulariseren object wijkt van de bebouwingsvoorschriften af op de volgende punten: o Afstand tussen de voorgevelbouwlijn en de rooilijn bedraagt 19 m i.p.v. tussen 6 en 10 m. o Plaatsing van het gebouw op de zijkavelgrens i.p.v. op een afstand van 3 meter tot de zijkavelgrens. o Dakhelling van 47/ i.p.v. maximaal 45/. Aangezien de woning bestaat uit slechts één bouwlaag, is de hinder voor de buren, door de inplanting op de kavelgrens, nagenoeg te verwaarlozen wat betreft bezonning. De rechtergevel van de woning is ingeplant op de kavelgrens. De ramen in deze gevel zullen geblindeerd worden met betrekking tot de verstoring van de privacy van de buren, Verder voldoet het te regulariseren object wat betreft afmetingen (bouw- diepte en -hoogte), dakvorm, kroonlijsthoogte en materiaalgebruik volledig aan de bebouwingsvoorschriften. Bijgevoegd is een uittreksel uit de kadastrale schets uit het jaar 1949. Uit dit uittreksel blijkt dat het betreffende object (huidige woning en destijds waarschijnlijk dienst doende als bijgebouw) reeds in 1949 bestaand was. Aangezien het betreffende object dus gebouwd is voor 1962 kan bijgevolg besloten worden dat betreffend object vergund is”. Het bij die regularisatieaanvraag horende bouwplan bevat geen weergave van de toestand zoals deze bestond vóór de aanvang van de te regulariseren werken. X-11.978-11.979-3/11 3.3. Op 13 oktober 2003 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Neerpelt de gevraagde regularisatievergunning, zonder dat omtrent de aanvraag een openbaar onderzoek werd georganiseerd. 3.4. Op 6 mei 2004 verwerpt de verwerende partij het administratief beroep van de verzoekende partijen tegen de voornoemde weigeringsbeslissing van het college en wordt de vergunning opnieuw geweigerd. Dit is het bestreden besluit waarin onder meer het volgende wordt overwogen: “Gelet op de weigering van de vergunning door het college van burgemeester en schepenen omdat de aanvraag strijdig is met de voorschriften van het BPA, inzonderheid : ‘...De geldende voorschriften zeggen dat i.v.m. de plaatsing der hoofdgebouwen in eerste instantie dient rekening te worden gehouden met de inplanting van de gebouwen in de directe omgeving, omwille van het behoud van de privacy in de tuinzone. De afstand tussen de voorgevelbouwlijn en de rooilijn is volgens de voorschriften voorzien op maximaal 10 meter en de plaatsing t.o.v. de zijkavelgrenzen is minimaal 3 meter. Aangezien de te regulariseren woning tegen de rechter perceelsgrens staat op een afstand van 22 meter achter de rooilijn is het voorgestelde niet verenigbaar met de essentiële voorschriften van het geldende B.P.A. Het gebouw is oorspronkelijk opgericht bij een intussen gesloopte woning en ligt dan ook in de zone die bestemd is om een berging op te richten. Door de vorm en afmeting van het perceel en door het samengaan met de omgeving is het voorgestelde niet aanvaardbaar...’; Gelet op de wens van de beroeper om gehoord te worden, dat alle partijen werden opgeroepen; dat op het onderhoud van 20 mei 2004 mevrouw Reinhilde Hendrix (aanvrager) is verschenen; Gelet op het onderzoek dat ter plaatse werd ingesteld; Overwegende dat het beroep ertoe strekt vergunning te verkrijgen voor de regularisatie van een woning en bijhorende bergingen langs de Maststraat te Neerpelt; Overwegende dat ordening ter plaatse specifiek bepaald is met BPA ‘De Grobben’, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 9 september 2002; dat volgens dit BPA het perceel gesitueerd is in ‘zone 9: zone aan kanaal’ - subzone A; Overwegende dat, ook al is de aanvraag niet in strijd met het gewestplan, overeenkomstig artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 december betreffende de inrichting en de toepassing van de gewestplannen en ontwerpgewestplannen, de vergunning slechts kan afgegeven worden zo de uitvoering van de handelingen en werken verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening; Overwegende dat de vergunning werd geweigerd door het college van burgemeester en schepenen, wegens de strijdigheid met het geldende BPA; Overwegende dat volgens de kadastrale schets, schetsjaar 1949, kwestieus gebouw opgetrokken werd op het perceel van een reeds bestaande bebouwing aan het jaagpad langs het kanaal; dat deze bestaande bebouwing een woning-hoofdgebouw tegen de scheidsmuur van de woning op het links naastgelegen perceel betrof; dat geruime tijd geleden (ca. 10 - 15 jaren volgens inlichtingen van de gemeente) kwestieuze woning zonder voorafgaande X-11.978-11.979-4/11 bouwvergunning gesloopt werd; dat de aanwezige bijgebouwen omgevormd werden tot woning, in casu het voorwerp van huidige vergunningsaanvraag; Overwegende dat de geldende voorschriften in verband met de inplanting stellen dat voor de plaatsing der hoofdgebouwen in eerste instantie dient rekening gehouden te worden met de inplanting van de gebouwen in de directe omgeving omwille van de privacy in de tuinzone; dat de voorgevelbouwlijn van de bebouwing op de aanpalende percelen bepalend is; dat de afstand tussen de voorgevelbouwlijn en de rooilijn minimum 6 meter en maximum 10 meter bedraagt; dat de plaatsing op een minimum afstand van 3 meter tot de zijkavelgrens verplicht is; dat huidige aanvraag een inplanting van de woning betreft met de voorgevel op ruim 22 meter achter de rooilijn, naar perceelsdiepte verder dan de achtergevel van de rechtsnaastgelegen woning gesitueerd, en met de rechterzijgevel tot tegen de perceelsgrens; dat hieruit blijkt dat de aanvraag strijdig is met de essentiële voorschriften van het BPA; dat ook het college de aanvraag in dezelfde zin beoordeeld heeft en de vergunning rechtstreeks geweigerd heeft; Overwegende dat het standpunt van het college van burgemeester en schepenen moet worden bijgetreden; Overwegende dat in ondergeschikte orde dient opgemerkt dat, overeen- komstig de BPA-voorschriften, een stedenbouwkundige vergunning enkel kan afgeleverd worden mits een gunstig advies van de Vlaamse Administratie Waterinfrastructuur en Zeewezen en de Dienst der Scheepvaart; dat deze adviezen niet werden ingewonnen gezien de vergunning rechtstreeks geweigerd werd; Overwegende dat het beroep niet kan worden ingewilligd”. IV. Samenhang 4. Aangezien beide identieke verzoekschriften gericht zijn tegen hetzelfde besluit en de verzoekende partijen de beide aanvragers van de geweigerde vergunning zijn is het aangewezen de zaken te voegen. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 5. In de verzoekschriften wordt het volgende eerste middel aangevoerd: “IV.1. Voorafgaand De woning in kwestie is een tot woning omgebouwde stalling waarbij het vroegere woninghoofdgebouw werd gesloopt. Bij de tot woning omgebouwde stalling werden dan tevens twee bergingen in dezelfde stijl bijgebouwd. Verzoeker heeft de oorspronkelijke woning met grond aangekocht op 11 december 1979. In 1988-1989 werden dan de veranderingswerken aangevat. X-11.978-11.979-5/11 Tot aan de weigeringsbeslissing van de Gemeente Neerpelt van 13 oktober 2003 heeft de Gemeente deze toestand gedoogd. Verzoeker heeft op 13 oktober 2003 via Architect Schildermans de regularisatie van de uitgevoerde veranderingswerken aangevraagd bij de Gemeente Neerpelt. Diezelfde dag nog wordt door het College van Burgemeester en Schepenen de vergunning geweigerd om reden dat de uitgevoerde werken strijdig zijn met de voorschriften vastgelegd in het Bijzonder Plan van Aanleg . Het perceel valt onder het BPA ‘De Grobben’ dat de volgende voorschriften bevat: - de afstand tussen de voorgevellijn van het hoofdgebouw en de rooilijn mag maximaal 10 meter zijn - de plaatsing tov. de zijkavelgrens moet minimaal 3 meter zijn. Het gebouw in kwestie staat op de zijkavelgrens en ligt op 22 meter achter rooilijn. IV.2 Schending van art. 195 van het Vlaams decreet organisatie ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 Het perceel valt onder een bijzonder plan van aanleg. Door het College van Burgemeester en Schepenen werd geen advies ingewonnen van de Gemachtigde ambtenaar bij het bestuur van de Stedenbouw. Het College van Burgemeester en Schepenen heeft er zich echter toe beperkt vast te stellen dat de inplanting van het hoofdgebouw strijdig is met de voorschriften van het BPA. Verzoeker hadden weliswaar met hun aanvraag van 13 oktober 2003 ook reeds gesteld dat er een onverenigbaarheid is met de bouwvoorschriften van het BPA. Maar, om de redenen duidelijk gemotiveerd in hun aanvraag, vroegen zij een afwijking hiervan toe te staan en een regularisatie van de bestaande toestand toe te kennen. Verzoeker meent dat er sprake is van een schending van art. 195 van het Vlaams decreet organisatie ruimtelijke ordening van 18 mei 1999. Art. 195 van het Vlaams decreet organisatie ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 stelt dat men kan afwijken van de voorschriften van het bijzonder plan van aanleg : • op gemotiveerd verzoek van de aanvrager; • na een openbaar onderzoek. Het gemotiveerd verzoek is voorhanden, zoals blijkt uit de stedenbouw- kundige vergunningsaanvraag van architect SCHILDERMANS : • de woning bestaat slechts uit één bouwlaag (...). De hinder voor de buren is, door de inplanting op de kavelgrens, nagenoeg te verwaarlozen wat betreft de bezonning. • de rechtergevel van de woning is ingeplant op de kavelgrens. De ramen in deze gevel zijn geblindeerd en houden dus geen gevaar in voor de privacy van de buren langs die zijde. Langs die zijde is er overigens maar één klein, smal raampje (nl. van de badkamer) dat geblindeerd is. • Wat betreft de afmetingen (bouwdiepte en -hoogte), dakvorm, kroonlijsthoogte, en materiaalgebruik, voldoet de woning volledig aan de bebouwingsvoorschriften. • Het betrokken gebouw dateer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.