id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.632 Rolnummer: A. 168631/X-12621 Zaak: Arrest 198632 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-17 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:59 Fiche Arrest nr 198.632 van 7 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 198.632 van 7 december 2009 in de zaak A. 168.631/X-12.
- In zake: Cyrille MAGERMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te 9000 GENT Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jef Vermassen kantoor houdend te 9340 LEDE Kasteeldreef 48 tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 december 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 14 oktober 2005 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende, eensdeels, de inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld tegen het besluit van 2 juni 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij aan de verzoeker de vergunning wordt verleend voor het bouwen van “een woonerf met 14 woongelegenheden, een dokterspraktijk met kine en een dieetcentrum met fitnessruimte” te Herzele, Provincieweg 430, kadastraal bekend sectie B, nrs. 292/E en 299/B, en anderdeels, de vernietiging van de voormelde vergunning. X-12.621-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 november
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hendrik Vermeire, die loco advocaten Patrick Devers en Jef Vermassen verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is eigenaar van een perceel gelegen aan de Provincieweg 430 te 9550 Hillegem, kadastraal bekend sectie B, nrs. 292/E en 299/B. Op 14 september 2004 dient hij een aanvraag in voor een bouwvergunning tot het bouwen van een woonerf met 14 wooneenheden, dokterspraktijk met kine en dieetcentrum met fitnessruimte. X-12.621-2/6 3.
- Het betrokken perceel is, volgens het gewestplan Aalst-Ninove- Geraardsbergen-Zottegem, gelegen in woongebied. Tevens is het gelegen binnen het bij ministerieel besluit van 4 juni 1981 beschermd stads- en dorpsgezicht “hoeve met omgeving”. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek, dat loopt van 17 september 2004 tot 18 oktober 2004, worden geen bezwaren geformuleerd. De afdeling Monumenten en Landschappen geeft op 20 oktober 2004 een ongunstig advies om volgende redenen: het voorgestelde nieuwe volume voor het woonerf staat niet in verhouding tot de bestaande gebouwen; het project is te grootschalig en wijkt wat de vormgeving betreft te sterk af van de huidige bebouwing, waardoor het oorspronkelijke uitzicht en karakter van het voormalige hoevecomplex verloren gaat; en de voorgestelde terreinbezetting is niet aanvaardbaar. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herzele adviseert in de zitting van 24 november 2004 ongunstig. Op 27 januari 2005 formuleert de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies gelet op het negatieve, bindende advies van de afdeling Monumenten en Landschappen. 3.
- Op 10 februari 2005 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herzele de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Op 2 juni 2005 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het beroep van de verzoeker tegen dit weigeringsbesluit in en verleent de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. De gemachtigde ambtenaar gaat tegen deze beslissing in beroep bij de Vlaamse minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening, met een schrijven van 6 juli 2005, wegens het niet volgen van het bindend negatief advies van de afdeling Monumenten en Landschappen. Met een schrijven van 20 juli 2005 vraagt de verzoeker te worden gehoord. Op 23 september 2005 stuurt de verzoeker, wegens het uitblijven van een beslissing in de beroepsprocedure, een rappelbrief naar de bevoegde minister. Uit een interne nota van 10 oktober 2005 blijkt dat aan de huidige verzoeker werd gevraagd om het rappel in te trekken opdat een advies kon worden gevraagd, vraag waarop de verzoeker na een bedenktijd, niet ingaat. Het beroep wordt op 14 oktober 2005 ingewilligd, beslissing die met het huidige beroep wordt aangevochten. De bestreden beslissing wordt met een ter post aangetekende brief van 18 oktober 2005 aan de verzoeker betekend. X-12.621-3/6 IV. Onderzoek van de middelen 4.
- De verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van artikel 53, § 2, derde lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet), “het recht om zijn standpunt naar voor te brengen (hoorplicht) en het zorgvuldigheidsbeginsel”. De verzoeker betoogt dat hij “middels zijn schrijven dd. 25.07.2005 nadrukkelijk had gevraagd om te worden gehoord”, “geen enkel bewijs voorligt dat verzoeker (dan nog) via de telefoon afstand zou hebben gedaan van zijn recht om te worden gehoord”, en de verwerende partij evenmin “in voorkomend geval deze afstand van de hoorplicht zelfs niet aan de verzoeker schriftelijk heeft bevestigd”. 4.
- De verwerende partij repliceert dat “het houden van een hoorzitting geen automatisme en geen plicht is, maar enkel een recht waartoe moet worden verzocht”, de verzoeker “effectief had gevraagd om gehoord te worden”, de verzoeker “geen belang (heeft) bij het inroepen van dit middel” omdat “door de Cel Monumenten en Landschappen op 20 oktober 2004 een ongunstig advies werd verleend” en dit advies “bindend (is) voor de vergunningverlenende overheid, weze het (...) de Vlaamse minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening” die “niet anders (kon) dan de stedenbouwkundige vergunning te weigeren” en “een hoorzitting (...) hieraan niets (had) kunnen veranderen”, in het bestreden besluit “wordt aangegeven dat verzoekende partij na een telefonische oproep afstand heeft gedaan” reden waarom “de betrokken partijen (...) niet (werden) uitgenodigd voor een hoorzitting”, de verzoeker “op zich de afstand niet met zoveel woorden ontkent, maar enkel aangeeft dat hiervan ‘geen enkel bewijs voorligt’”, en uit het feit dat “geen datum voor hoorzitting werd vastgesteld en geen der betrokken partijen voor enige hoorzitting werd uitgenodigd, (...) niet anders (kan) dan worden afgeleid dat verzoekende partij zelf afstand heeft gedaan van zijn recht om gehoord te worden”. 4.
- De verzoeker dupliceert dat hij “nimmer afstand deed van zijn recht om zijn standpunt naar voor te brengen”. 4.
- De verzoeker heeft belang bij het middel aangezien, indien het gegrond wordt bevonden, het leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd. X-12.621-4/6 4.
- Naar de eis van het op het ogenblik van het bestreden besluit geldende artikel 53, § 2 van het gecoördineerde decreet, wordt de aanvrager of zijn raadsman op zijn verzoek door de Vlaamse regering of diens gemachtigde gehoord. De hoorplicht vormt een wezenlijk onderdeel van de in artikel 53 vastgestelde beroepsprocedure. Het verhoor van de aanvrager die daarom heeft verzocht, is derhalve een substantiële vormvereiste. 4.
- De minister overweegt in het bestreden besluit dat de verzoeker “de wens heeft uitgedrukt om gehoord te worden”. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de verzoeker met een schrijven van 20 juli 2005 heeft gevraagd om te worden gehoord. De verwerende partij erkent dat de verzoeker dit verzoek overeenkomstig artikel 53, § 2, derde lid van het gecoördineerde decreet heeft gedaan. De verzoeker betwist de overweging in het bestreden besluit “dat hij telefonisch laten weten heeft af te zien van deze vraag”. Behalve deze overweging in het bestreden besluit bevat het dossier geen enkele aanwijzing van enige daad van afstand of verzaking door de verzoeker van zijn hoorrecht waarom hij heeft verzocht. Wat meer is, de verzoeker betwist formeel dat hij afstand heeft gedaan van zijn recht om zijn standpunt naar voor te brengen. De argumenten van de verzoeker vinden steun in het dossier in tegenstelling tot deze van de verwerende partij. De verzoeker betoogt op goede gronden dat te dezen van een afstand van of verzaking aan zijn aangewend recht om te worden gehoord geen sprake kan zijn. Het bestreden besluit werd genomen met schending van een substantiële vormvereiste. Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van 14 oktober 2005 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende, eensdeels, de inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld tegen het besluit van 2 juni 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij aan Cyrille Magerman de vergunning wordt verleend voor het bouwen van “een woonerf met 14 woongelegenheden, een dokterspraktijk met kine en een dieetcentrum met fitnessruimte” te Herzele, Provincieweg 430, kadastraal bekend sectie B, nrs. 292/E en 299/B, en anderdeels, de vernietiging van de voormelde vergunning. X-12.621-5/6
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-12.621-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.632 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div