id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.668 Rolnummer: A. 152558/X-11927 Zaak: Arrest 198668 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-17 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:00 Fiche Arrest nr 198.668 van 8 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 198.668 van 8 december 2009 in de zaak A. 152.558/X-11.
- In zake:
- Georges VERHEECKE
- Christine de le VINGNE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Maenhout kantoor houdend te 2100 ANTWERPEN Ergo de Waellaan 3, bus 12 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Claes kantoor houdend te 2550 KONTICH Mechelsesteenweg 160 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de n.v. ASTRID bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten T. VANDENPUT en P. DE MAEYER kantoor houdend te 1160 BRUSSEL Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 juni 2004, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 20 april 2004 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar waarbij aan de n.v. ASTRID de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het plaatsen van een vakwerkpyloon met een hoogte van 36 m waarop door middel van een draagstructuur 3 antennes en 2 straalverbindingen aangebracht worden, met een shelter met de technische installatie die aan de voet van de pyloon wordt geplaatst, op een perceel gelegen te Brasschaat, Hemelakkers 40, kadastraal bekend sectie D, nr. 554/d. X-11.927-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 147.024 van 29 juni 2005 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 september
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 september
- Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koenraad Maenhout, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Anneleen Claes, die loco advocaat Johan Claes verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Patrick De Maeyer, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-11.927-2/10 III. Feiten 3.
- Op 16 januari 2002 (datum van het ontvangstbewijs) dient de n.v. ASTRID bij de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het plaatsen van een vakwerkpyloon met een hoogte van 36 m waarop door middel van een draagstructuur 3 antennes en 2 straalverbindingen worden aangebracht, met een shelter met de technische installatie die aan de voet van de pyloon wordt geplaatst, op een perceel gelegen te Brasschaat, Hemelakkers 40, kadastraal bekend sectie D, nr. 554/d. 3.
- De woning van de verzoekende partijen, gelegen Hemelakkers 42 te Brasschaat, kadastraal bekend sectie D, nr. 554/h, paalt aan het betrokken bouwperceel. 3.
- Uit de ingediende bouwplannen blijkt dat de pyloon met de daarop geplaatste antennes een totale hoogte van 44 meter zal bereiken, dat deze pyloon aan de zuidkant van het bouwperceel achter de bestaande politiegebouwen wordt opgericht en dat aan de voet ervan een shelter met de technische installatie wordt gebouwd. De inplantingsplaats van de betrokken pyloon is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979 vastgestelde gewestplan Antwerpen gelegen in recreatiegebied. Het bouwperceel is niet gelegen binnen het beheersingsgebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, en maakt evenmin deel uit van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden van 11 februari 2002 tot 13 maart 2002, worden twee bezwaarschriften ingediend, waarvan één door de verzoekende partijen. Bij het bezwaarschrift van de verzoekende partijen is een lijst gevoegd met handtekeningen van 25 personen die zich akkoord verklaren met dit bezwaarschrift. 3.
- Op 19 maart 2002 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brasschaat een ongunstig advies over de aanvraag, luidend als volgt: X-11.927-3/10 “Overwegende dat het eigendom, volgens het goedgekeurde gewestplan, gelegen is in het woongebied, voor een diepte van 40m gemeten vanaf de rooilijn en voor het resterende gedeelte in het gebied voor dagrecreatie; Overwegende dat het eigendom niet gelegen is in een goedgekeurde verkaveling noch in een goedgekeurd bijzonder plan aanleg, zodat op basis van een goede ruimtelijke ordening dient geoordeeld te worden of de gevraagde constructie kan vergund worden; Overwegende dat op het eigendom de vroegere rijkswachtgebouwen gelegen zijn, zodat het pand in feite kan beschouwd worden als een zone voor openbare gebouwen, dat in principe alle constructies eigen aan deze openbare bestemming niet verantwoord zijn; Overwegende dat de aanvraag het plaatsen beoogt van een vakwerkpyloon met een hoogte van 36m waarop door middel van een draagstructuur 3 antennes en 2 straalverbindingen worden aangebracht, zodat een totale hoogte wordt verkregen van 44m, het bouwen van een shelter aan de voet van de pyloon van 2,42m bij 2,72m lichtgrijs aluminium, die de technische apparatuur bevat en het plaatsen van een draad afsluiting rondom de gehele constructie; Gelet op het besluit van 05.05.2000 van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen; Overwegende dat het voorgeschreven openbaar onderzoek heeft plaatsgehad van 12.02.2002 tot 13.03.2002; dat twee bezwaarschriften worden ingediend, één door de familie Van den Broeck; eigenaars van de woning Hemelakkers 38 en één door Verheecke-de la Vingne, eigenaars van het pand Hemelakkers 42; dat bij dit laatste bezwaarschrift een lijst is gevoegd van 25 personen die zich akkoord verklaren met de inhoud van het ingediende bezwaarschrift; Overwegende dat deze bezwaarschriften betrekking hebben op de onvolledigheid van de aanvraag in verband met de aanwezigheid van een reeds bestaande pyloon en wat hiermee gaat gebeuren, het gevaar voor de gezondheid door de uitgezonden stralingen, het onesthetisch uitzicht van de pyloon en de mogelijke schade aan en eventuele minderwaarde van het eigendom; Overwegende dat inderdaad het ingediende dossier geen specifieke melding maakt van de bestaande pyloon en wat hiermee gaat gebeuren; Overwegende dat voor wat het totale aspect van de gezondheid betreft, bij het dossier geen enkel document is gevoegd waaruit blijkt dat de stralingsnormen worden gerespecteerd; dat het uiteraard belangrijk is dat de gezondheid van de omwonenden niet wordt geschaad; dat het evenwel niet tot de gemeentelijke bevoegdheid behoort om in deze materie normen vast te stellen; dat het evenwel vanzelfsprekend is dat, indien de gezondheid van omwonenden in het gevaar zou worden gebracht door het plaatsen van deze zendmast, de voorgestelde inplanting niet kan aanvaard worden; Overwegende dat voor wat het onesthetisch uitzicht van de mast betreft zijn impact op de omgeving, het inderdaad onaanvaardbaar is dat deze pyloon wordt ingeplant midden in een residentiële woonwijk en in de onmiddellijke omgeving van het gemeentepark van Brasschaat Centrum; dat de voorgestelde bouwhoogte en uitzicht van deze pyloon, in relatie met de in de omliggende aanwezige vrijstaande eengezinswoningen en de groene omgeving, niet te verantwoorden is; Overwegende dat de eventuele schade en de mogelijke minderwaarde van de eigendommen die zou kunnen veroorzaakt worden als gevolg van het plaatsen van deze mast niet tot de gemeentelijke bevoegdheid behoren; dat wel begrip kan opgebracht worden voor de bekommernis van de aanpalende eigenaars; dat de waarde van hun eigendom zal dalen; Overwegende dat de ingediende bezwaren gegrond zijn en dienen aanvaard te worden; X-11.927-4/10 Overwegende dat het pand, waarop deze zendmast wordt ingeplant, gelegen is midden een residentiële woonomgeving met uitsluitend vrijstaande eengezinswoningen en paalt aan het gemeentepark van Brasschaat Centrum; dat het plaatsen van deze pyloon, die voor wat betreft de bestemming, bouwhoogte en uitzicht volledig afwijkt van de bestaande gebouwen, stedenbouwkundig en esthetisch niet verantwoord is; dat daarenboven de visuele impact op de groene woonomgeving dermate groot zal zijn waardoor een onaanvaardbare schending van het woonlandschap ontstaat; Overwegende dat derhalve de goede ruimtelijke ordening in het gedrang wordt gebracht; Overwegende dat gelet op de gegrondheid van de ingediende bezwaarschriften en de stedenbouwkundige overwegingen, ongunstig advies wordt uitgebracht : Ongunstig”. 3.
- Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brasschaat wordt daarna opnieuw om advies gevraagd over de aanvraag. Aan het bouwdossier is alsdan een op 17 maart 2001 in opdracht van de n.v. ASTRID opgemaakte studie toegevoegd betreffende de “Eventuele effecten van het ASTRID-systeem op de menselijke gezondheid, inclusief bepaalde aspecten inzake elektromagnetische compatibiliteit”. Op 14 juni 2002 wordt de aanvraag om stedenbouwkundige vergunning aangevuld met het ontvangstbewijs van het technisch dossier dat naar het BIPT werd verstuurd overeenkomstig de bepalingen voorzien in het -inmiddels bij arrest nr. 138.471 van 15 december 2004 vernietigde- koninklijk besluit van 29 april 2001 houdende de normering van zendmasten voor elektromagnetische golven tussen 10 MHz en 10GHz. Op 7 april 2003 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brasschaat een gunstig advies over de aanvraag, luidend als volgt: “Overwegende dat het eigendom, volgens het goedgekeurde gewestplan, gelegen is in het woongebied, voor een diepte van 50m gemeten vanaf de rooilijn en voor het resterende gedeelte in het gebied voor dagrecreatie; Overwegende dat het eigendom niet gelegen is in een goedgekeurde verkaveling noch in een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, zodat op basis van een goede ruimtelijke ordening dient geoordeeld te worden of de gevraagde constructie kan vergund worden; Overwegende dat op het eigendom de vroegere rijkswachtgebouwen gelegen zijn, dat zoals blijkt uit een recente mededeling, het gebouw wordt overgedragen aan de lokale politie; dat het pand in feite kan beschouwd worden als een zone voor openbare gebouwen; dat alle constructies, die eigen zijn aan deze openbare bestemming, hier in principe kunnen aanvaard worden; Overwegende dat de aanvraag het plaatsen beoogt van een vakwerkpyloon met een hoogte van 36m waarop d.m.v. een draagstructuur 3 antennes en 2 straalverbindingen worden aangebracht, zodat een totale hoogte wordt verkregen van 44m; het bouwen van een shelter aan de voet van de pyloon van X-11.927-5/10 2,42m bij 2,72m lichtgrijs aluminium, die de technische apparatuur bevat en het plaatsen van een draadafsluiting rondom de gehele constructie; Gelet op het besluit van 05.05.2000 van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsaanvragen; Overwegende dat het voorgeschreven openbaar (onderzoek) heeft plaatsgehad van 12.02.2002 tot 13.03.2002; dat twee bezwaarschriften werden ingediend, één door de familie Van den Broeck; eigenaars van de woning Hemelakkers 38 en een door Verheecke-de la Vigne, eigenaars van het pand Hemelakkers 42; dat bij dit laatste bezwaarschrift een lijst is gevoegd van 25 personen die zich akkoord verklaren met de inhoud van het ingediende bezwaarschrift; Overwegende dat deze bezwaarschriften betrekking hebben op de onvolledigheid van de aanvraag in verband met de aanwezigheid van een reeds bestaande pyloon en wat hiermee gaat gebeuren, en de mogelijke schade aan en eventuele minderwaarde van hun eigendom; Overwegende dat inderdaad het ingediende dossier geen specifieke melding maakt van de bestaande pyloon; dat de aanwezigheid van deze pyloon in feite van geen essentieel belang is aangezien hij toch verwijderd wordt en zal vervangen worden door de pyloon waarvoor nu vergunning wordt gevraagd; Overwegende dat voor wat het totale aspect van de gezondheid betreft, het bestuur hierbij geen oordeel kan vellen; dat ons bestuur hierbij evenwel verwijst naar de samenvatting van een studie i.v.m. eventuele effecten van het Astrid- systeem op de menselijke gezondheid, inclusief bepaalde aspecten inzake elektromagnetische compatibiliteit waarin gesteld wordt dat het overduidelijk is dat de basisstations van het Astrid-netwerk slechts in zeer geringe mate bijdragen tot het risico voor de volksgezondheid volgens het normontwerp van de Belgische federale overheid; Overwegende dat het onesthetisch uitzicht van de mast een rechtstreeks gevolg is van de aard van de constructie; dat dit uitzicht in grote mate zal verzacht worden door de aanwezigheid van het groot aantal hoge bomen in de onmiddellijke omgeving; Overwegende dat de mogelijke schade aan de aanpalende eigendommen bij het eventueel omvallen van deze mast een burgerrechterlijke aangelegenheid is waarvoor andere instanties bevoegd zijn; Overwegende dat de mogelijke waardevermindering van de eigendommen een materie is die het voorwerp moet uitmaken van onderzoek dat dient uitgevoerd te worden door de hiertoe bevoegde instanties; Overwegende dat de ingediende bezwaren ongegrond zijn; Overwegende dat de bestemming van het pand reeds in 1979 werd vastgelegd door de verleende bouwvergunning voor het bouwen van een rijkswachtkazerne; dat de bestemming van dit pand verder wordt bevestigd door de herlocatie van de lokale politie; dat de aangevraagde pyloon aansluit met de vastgelegde bestemming; Overwegende dat alhoewel deze pyloon wordt ingeplant binnen een groen woonomgeving, de aanwezigheid van de hoge bomen ook voor gevolg zal hebben dat de visuele impact op de omgeving sterk zal verminderd worden; Overwegende dat, gelet op de bestaande bestemming van het pand, de goede plaatselijke ordening niet in het gedrang wordt gebracht; Gunstig”. 3.
- Bij besluit van 18 april 2003 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. X-11.927-6/10 3.
- Op vordering van de verzoekende partijen wordt bij arrest nr. 125.074 van 5 november 2003 de schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit bevolen op grond van het ernstig bevonden middel afgeleid uit de niet afdoende motivering van de toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp- gewestplannen en gewestplannen. Bij arrest nr. 128.806 van 4 maart 2004 werd dit besluit met toepassing van artikel 15bis, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, vernietigd. 3.
- Bij het thans bestreden besluit van 20 april 2004 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar opnieuw de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Aan dit besluit is de voormelde studie van 17 maart 2001 toegevoegd. IV. Onderzoek van de middelen Vierde middel Uiteenzetting van het middel
- In een vierde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van het “algemeen zorgvuldigheidsbeginsel en het recht op eerbiediging privé- leven, recht op menswaardig leven, bescherming van de gezondheid en recht op bescherming van een gezond leefmilieu”. In een eerste onderdeel van het middel zetten zij uiteen wat volgt: “Krachtens artikel 22 van de Grondwet
(1994)heeft ieder recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald (zie ook art. 8 E.V.R.M. dat in onze Belgische rechtsorde rechtstreekse werking heeft). Krachtens art. 23 van de Grondwet
(1994)heeft ieder het recht een menswaardig leven te leiden en inzonderheid het recht op bescherming van de gezondheid en het recht op bescherming van een gezond leefmilieu. Krachtens het algemeen zorgvuldigheidsbeginsel en/of voornoemde grondwetsregels diende de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar wel degelijk na te gaan of het privé-leven, het leefmilieu en de gezondheid van de buurt en die van verzoekers in het bijzonder geen gevaar loopt door dergelijke zendmast op 60 m naast de woning van verzoekers te vergunnen. De sterkte van elektromagnetische velden wordt in het algemeen uitgedrukt in Volt per meter (v/m). Er bestaat enkel een richtlijn voor blootstelling aan elektromagnetische velden van gsm-antennes en deze werd opgesteld door de ‘International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection’ (ICNIRP). X-11.927-7/10 Dit is een onafhankelijke organisatie die onderzoek doet naar blootstelling aan radiogolven, waarbij ook Belgi(ë) is aangesloten. In 1998 heeft ICNIRP in samenwerking met de Wereld Gezondheids Organisatie veiligheidscriteria opgesteld ten behoeve van de Raad van Europa. Deze zogenaamde ICNIRP-richtlijn is bepaald op een limiet van 41v/m voor GSM 900mhz (en 58v/m voor GSM 1800mhz). Over het ASTRID-netwerk bestaan dergelijke aanbevelingen of richtlijnen niet. De wetenschappers zijn het met elkaar oneens wat de invloed zal zijn op langere termijn van het plaatsen van zovele zendmasten. Nochtans huldigt de VLAAMSE GEMEENSCHAP het principe dat bij de plaatsing van zendmasten de verplichting zou worden opgelegd om de omwonenden afdoende te informeren vanuit gezondheidsoogpunt in verband met de reikwijdte van de uitgestraalde elektromagnetische velden, in het verlengde van de algemene informatieplicht bij federaal koninklijk besluit opgelegd aan het BIPT. De UCL heeft in een rapport van 2001 op vraag van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gesteld dat het installeren van TETRA-systemen (waartoe dat van ASTRID behoort) zal leiden tot een zeer aanzienlijke toename van de blootstelling aan elektromagnetische velden in stedelijke omgevingen. Het rapport waarnaar de vergunningverlenende overheid laat verwijzen in de bijlage gevoegd bij het bestreden besluit spreekt dit dan weer tegen ... De vrees van verzoekers voor de bedreiging van hun privé-leven, hun gezondheid, hun leefmilieu en hun recht op een menswaardig bestaan is dan ook reëel en zolang er twijfel mogelijk is had de vergunningverlenende overheid volgens het voorzorgsbeginsel de vergunning dienen te weigeren. Het voorzorgsbeginsel is een algemeen beginsel uit het milieurecht dat erop neerkomt dat ingeval van onzekerheid omtrent het bestaan en de omvang van de risico’s voor de menselijke gezondheid of het leefmilieu beschermende maatregelen moeten genomen worden, ook al is er geen wetenschappelijke zekerheid en uitsluitsel omtrent deze risico’s. Besluit : De vergunning verlenende overheid is in casu niet uitgegaan van de juiste gegevens, minstens heeft zij deze niet (...) correct beoordeeld en/of is zij op grond van voormelde overwegingen niet in redelijkheid tot haar besluit kunnen komen”. Beoordeling
- Er dient te worden vastgesteld dat, in tegenstelling tot wat de verzoekende partijen voorhouden, de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar wel degelijk de gevolgen voor de gezondheid en een gezond leefmilieu in zijn beoordeling van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning heeft betrokken. In zijn beantwoording van het betreffende bezwaar van de verzoekende partijen stelt de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar hieromtrent wat volgt: “Regelmatig wordt de vrees geuit dat een zendmast de gezondheid van de buurt zal aantasten door de uitgezonden straling. Inmiddels heeft de federale overheid terzake het Koninklijk Besluit houdende de normering van X-11.927-8/10 zendmasten voor elektromagnetische golven tussen 10 MHz en 10 GHz uitgevaardigd. Dit KB legt gezondheidsnormen van die vier keer strenger zijn dan die van de wereldgezondheidsorganisatie (WHG) en 200 keer strenger zijn dan de effectieve risicogrens. Op die wijze wordt het voorzorgsprincipe volledig gerespecteerd. Alle nieuwe en bestaande installaties moeten aan de normen van dit KB voldoen. Het BIPT heeft tot taak via metingen toe te zien op de naleving ervan. NV Astrid heeft aan onze diensten in dit verband een aantal bijkomende documenten overgemaakt waar men stelt : ‘Overeenkomstig de bepalingen in het koninklijk besluit houdende de normering van zendmasten voor elektromagnetische golven tussen 10 MHz en 10 GHz van 29 april 2001, gewijzigd bij koninklijk besluit van 21 december 2001, en teneinde deze bouwaanvraag te vervolledigen, sturen wij U als bijlage het ontvangstbewijs van het technisch dossier dat naar BIPT werd opgestuurd. Het technisch dossier kan indien gewenst geraadpleegd worden in de kantoren van Astrid (NV van publiek recht) Regentlaan 54 1000 Brussel’. Het technisch dossier kan in het kader van de wettelijke regeling inzake de openbaarheid van bestuur trouwens ook op het BIPT worden ingekeken. De Raad van State heeft reeds meermaals geoordeeld dat het op deze wijze betrekken van de gezondheidsrisico’s bij de afweging van de aanvraag volstaat (...). De vergunningverlenende overheid kan er dan ook in alle redelijkheid van uit gaan dat het gezondheidsaspect voldoende onder controle is en het verlenen van deze stedenbouwkundige vergunning niet in de weg staat. Het bezwaar wordt ook op dit punt verworpen”.
- Inmiddels is het koninklijk besluit van 29 april 2001 houdende de normering van zendmasten voor elektromagnetische golven tussen 10 MHz en 10 GHz vernietigd bij arrest nr. 138.471 van 15 december 2004 waardoor het, gelet op de terugwerkende kracht van het vernietigingsarrest, moet worden geacht nooit te hebben bestaan. De grondslag van de beoordeling door de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar van het gevaar voor de gezondheid en een gezond leefmilieu van de betrokken installatie, is aldus komen te vervallen. Bij gebreke aan enige verdere beoordelingsgrondslag dienaangaande dient te worden vastgesteld dat het bestreden besluit moet worden geacht niet met de vereiste zorgvuldigheid te zijn genomen.
- Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van 20 april 2004 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar waarbij aan de n.v. ASTRID de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het plaatsen van een X-11.927-9/10 vakwerkpyloon met een hoogte van 36 m waarop door middel van een draagstructuur 3 antennes en 2 straalverbindingen aangebracht worden, met een shelter met de technische installatie die aan de voet van de pyloon wordt geplaatst, op een perceel gelegen te Brasschaat, Hemelakkers 40, kadastraal bekend sectie D, nr. 554/d.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 700 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, met bijstand van Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-11.927-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.668 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.024 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div