id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.774 Rolnummer: A. 94542/VII-37441 Zaak: Arrest 198774 - Monumenten en Landschappen - 10/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-18 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:01 Fiche Arrest nr 198.774 van 10 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 198.774 van 10 december 2009 in de zaak A. 94.542/VII-37.
- In zake: de patrimoniumvennootschap 'T OUD KASTEEL gevestigd te LEBBEKE (WIEZE) Nieuwstraat 20 tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 augustus 2000, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport van 15 mei 2000 houdende bescherming als monument, stads- en dorpsgezicht in zoverre het kasteeldomein, gelegen aan de Nieuwstraat 20 te Wieze, met de bewaard gebleven delen van de gracht en de bakstenen straatmuur, als monument wordt beschermd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur-generaal Patrik De Wolf heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. VII-37.441-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 november
- Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter-Jan Staelens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur-generaal Patrik De Wolf heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij is eigenaar van het kasteeldomein, gelegen aan de Nieuwstraat 20 te Wieze. 3.
- Op 17 mei 1999 beslist de verwerende partij om volgende goederen als monument op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten te plaatsen : - het hoektorentje van de voormalige burcht te Wieze; - de ijskelder van het domein van de voormalige burcht te Wieze; - het brugje over de gracht in het kasteeldomein; - de voormalige conciërgewoning van het domein van de voormalige burcht te Wieze; - de oranjerie van het domein van de voormalige burcht te Wieze; - de inkompartij tot het kasteeldomein te Wieze; - het kasteeldomein met de bewaard gebleven delen van de gracht en de bakstenen straatmuur te Wieze. Een afschrift van dit besluit wordt bij aangetekende brief verstuurd naar de betrokken openbare besturen en eigenaars, waaronder de verzoekende partij. VII-37.441-2/7 3.
- Op 30 juli 1999 dient de verzoekende partij een bezwaarschrift in bij de afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen Oost-Vlaanderen tegen de voorgenomen bescherming als monument van de voormalige conciërgewoning, de oranjerie en het kasteeldomein met de bewaard gebleven delen van de gracht en de bakstenen straatmuur. 3.
- Op 2 september 1999 brengt de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een gunstig advies uit voor wat betreft de bescherming als monument van het torentje, de ijskelder, het brugje, het toegangshek en de oranjerie (enkel de gevels en de bedaking) en een ongunstig advies voor wat betreft de bescherming als monument van het gehele domein en van de conciërgewoning. 3.
- In een verslag van 14 december 1999 worden de adviezen en bezwaren uiteengezet en besproken door de afdeling Monumenten en Landschappen. 3.
- De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen brengt op 6 januari 2000 een gemotiveerd advies uit na kennis genomen te hebben van de adviezen en bezwaren. 3.
- Op 15 mei 2000 neemt de verwerende partij het thans bestreden besluit, dat luidt als volgt : "Artikel
- Wordt beschermd, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976: Wegens zijn historische waarde: - als monument: het hoektorentje van de voormalige burcht te Wieze in het kasteelpark, gelegen te Lebbeke (Wieze) Nieuwstraat 20; bekend ten kadaster: Lebbeke, 3de afdeling, sectie A, perceelnummer 170F/DEEL. het algemeen belang gevormd door de historische waarde, meer bepaald architectuur-historische waarde wordt als volgt omschreven: - een in baksteen opgetrokken hoektorentje, waarschijnlijk een 16de-eeuwse herneming in situ van een torentje dat tot de in oorsprong 10de-eeuwse burcht heeft behoord. Het wordt gekenmerkt door verschillende niveau's zonder spiltrappen en in concentrisch geplaatst metselwerk opgetrokken puntdak. Wegens zijn historische waarde: - als monument: de ijskelder van het domein van de voormalige burcht te Wieze, gelegen te Lebbeke (Wieze), Nieuwstraat 20; bekend ten kadaster: Lebbeke, 3de afdeling, sectie A, perceelnummer 170F/DEEL. het algemeen belang gevormd door de historische waarde wordt als volgt omschreven: VII-37.441-3/7 -de tot de l9de-eeuwse heraanleg van het kasteeldomein behorende ijskelder, die vermoedelijk in de neogotische bouwfase van het kasteel voorafgaat; Wegens zijn historische waarde: - als monument: het brugje over de gracht in het kasteeldomein, nabij de ijskelder en het torentje, gelegen te Lebbeke (Wieze), Nieuwstraat 20; bekend ten kadaster: Lebbeke, 3de afdeling, sectie A, perceelnummer 172/DEEL. het algemeen belang gevormd door de historische waarde wordt als volgt omschreven: - het bakstenen brugje dat de site met overblijfsel van het oude kasteel over de binnengracht verbindt met het zuidelijk gedeelte van het domein en dat deel uitmaakt van de l9de-eeuwse constructies nl. conciërgewoning en ijskelder; Wegens zijn historische waarde: - als monument: de oranjerie van het domein van de voormalige burcht, gelegen te Lebbeke (Wieze), Nieuwstraat 20; bekend ten kadaster: Lebbeke, 3de afdeling, sectie A, perceelnummer 302K/DEEL. het algemeen belang gevormd door de historische waarde, meer bepaald architectuur-historische waarde wordt als volgt omschreven: - tot het kasteeldomein behorende oranjerie, deel uitmakend van de l9de-eeuwse heraanleg en herbouwfase, meer bepaald van het latere neogotische kasteel. Het gebouw geplaatst onder leienschilddak, wordt gekenmerkt door twee driezijdige gevelbeëindigingen, gebruik van baksteen en 'speklagen' van natuursteen, grote rondboogramen, dunne hoeksteunberen en heeft een neorenaissancistisch voorkomen. Wegens zijn historische waarde: - als monument: de inkompartij (pijlers en hekwerk) tot het kasteeldomein te Wieze, gelegen te Lebbeke (Wieze), Nieuwstraat 20; bekend ten kadaster: Lebbeke, 3de afdeling, sectie A, perceelnummer 165B/DEEL. het algemeen belang gevormd door de historische, meer bepaald architectuur-historische waarde wordt als volgt omschreven: - overblijfsel van het latere l9de-eeuwse neogotische kasteel, gekenmerkt door neogotische en neorenaissance kenmerken, bestaande uit vier veelhoekige pijlers met twee centrale elementen die opendraaiende hekvleugels dragen en die bekroond zijn met vier driekwartronde pinakeltjes en een geprofileerd topstuk. Wegens zijn historische waarde: - als monument: het kasteeldomein met de bewaard gebleven delen van de gracht en de bakstenen straatmuur, gelegen te Lebbeke (Wieze), Nieuwstraat 20; bekend ten kadaster: Lebbeke, 3de afdeling, sectie A, perceelnummer 165B, 165C, 170F, 172, 174A, 176, 177, 178, 179, 180, 181, 182, 196, 197A, 197B, 198, 299A, 302K, 302G, 302L, 302M, 302N,
- met uitzondering van de boven het maaiveld reikende structuren van gebouwen die niet afzonderlijk voor de bescherming als monument in aanmerking werden genomen. het algemeen belang gevormd door de historische en wetenschappelijke waarde wordt als volgt omschreven: -in oorsprong middeleeuwse opper- en neerhofconfiguratie, met getuigen en bewaarde resten van de gracht, de l9de-eeuwse heraanleg van het domein met noordwaartse uitbreiding, onder andere met aanleg van dreven, alsook de bakstenen afsluitmuur langs de straat. VII-37.441-4/7 Art.
- Met het oog op de bescherming zijn van toepassing: A. De beschikkingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten (Belgisch Staatsblad 10 maart 1994)". IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat het verzoekschrift ondertekend is door een afgevaardigd bestuurder zonder bewijs dat deze hiertoe over de vereiste bevoegdheid beschikt. Zij werpt voorts op dat er geen beslissing tot het instellen van een annulatieberoep noch een inventaris wordt voorgelegd, zodat het beroep volgens haar onontvankelijk is.
- De verzoekende partij repliceert dat zij de nodige stukken heeft gevoegd bij het verzoekschrift waaruit zou blijken dat het verzoekschrift ondertekend is door de statutair afgevaardigd bestuurder die alle rechtsvorderingen namens de vennootschap kan instellen.
- De verzoekende partij voegt bij haar laatste memorie een besluit van haar raad van bestuur van 28 april 2004 waarbij de opdracht om het beroep tot nietigverklaring in te stellen, toevertrouwd wordt aan de afgevaardigd bestuurder.
- De verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat het besluit van de raad van bestuur van de verzoekende partij dateert van 28 april 2004 terwijl de beslissing tot het instellen van een annulatieberoep, op straffe van niet- ontvankelijkheid, genomen moet worden vóór het verstrijken van de beroepstermijn. Beoordeling
- De bevoegdheid om namens een naamloze vennootschap te beslissen een beroep in te stellen bij de Raad van State, komt enkel toe aan de raad van bestuur van deze naamloze vennootschap. Op grond van artikel 522, § 2, van het wetboek van vennootschappen is het wel mogelijk dat die beslissing wordt genomen VII-37.441-5/7 door de bestuurder(s) aan wie de algemene vertegenwoordigingsmacht door een statutaire bepaling individueel of gezamenlijk toegewezen werd. De beslissing om namens de verzoekende partij een annulatieberoep in te stellen werd te dezen genomen door de afgevaardigd bestuurder. De verzoekende partij beroept zich in haar memorie van wederantwoord op de volgende bepaling uit haar statuten : "Alle rechtsvorderingen, zo bij wijze van eis als wedereis en het verweer tegen dergelijke rechtsvorderingen, worden namens de vennootschap uitgeoefend op vervolging en benaarstiging van de afgevaardigde- beheerder, ofwel een beheerder-directeur ofwel van twee beheerders". Door deze statutaire bepaling wordt echter niet de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid verleend aan één of meer bestuurders, zoals bedoeld in artikel 522, § 2, van het wetboek van vennootschappen, maar enkel de bevoegdheden ter uitvoering van een beslissing om een geding aan te spannen of zich te verweren. In de statuten van de verzoekende partij is overigens ook bepaald dat de raad van bestuur bekleed is met de meest uitgebreide machten om in naam van de vennootschap te handelen. De beslissing om namens de verzoekende partij een annulatieberoep in te stellen moest dus worden genomen door de raad van bestuur. De beslissing van de raad van bestuur van 28 april 2004 die de verzoekende partij voegt bij haar laatste memorie, is echter kennelijk laattijdig aangezien het bestreden besluit dateert van 15 mei
- De exceptie is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. VII-37.441-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien december tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.441-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.774 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div