← België

Arrest 198781 - Onteigeningen - 10/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.781 Rolnummer: A. 193986/X-14509 Zaak: Arrest 198781 - Onteigeningen - 10/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-18 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:01 Fiche Arrest nr 198.781 van 10 december 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 198.781 van 10 december 2009 in de zaak A. 193.986/VII-37.

  1. In zake:
  2. Ludo BOGAERTS
  3. Maria MERTENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Ingrid Van Aken kantoor houdend te Antwerpen Graaf Van Hoornestraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de stad ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Roland Pockele-Dilles en Frederik Emmerechts kantoor houdend te Antwerpen Stoopstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  4. De vordering, ingesteld op 15 september 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering van 6 juli 2009 waarbij de verwerving van de onroerende goederen, gelegen in Antwerpen-Deurne, "met een totale in te nemen oppervlakte en kadastraal bekend zoals vermeld op het bijgevoegde onteigeningsplan", met het oog op de realisatie van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Ruggeveld - Silsburg tot nut van het algemeen wordt erkend, de inbezitneming van deze onroerende goederen als volstrekt noodzakelijk wordt aangemerkt en het stadsbestuur van Antwerpen ertoe wordt gemachtigd om tot onteigening over te gaan met toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende VII-37.459-1/5 de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 december
  6. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Van Aken, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Frederik Emmerechts, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. feiten
  8. De verzoekende partijen zijn eigenaars van percelen, gelegen aan de Peter Benoitlaan 28 te Deurne (Antwerpen). Deze percelen zijn kadastraal gekend onder sectie B nrs. 296M, 296L en 296K. Ze zijn opgenomen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna : RUP) "Ruggeveld-Silsburg" en tevens op het onteigeningsplan dat hoort bij dit RUP. Op het onteigeningsplan zijn de percelen van de verzoekende partijen aangeduid met de volgnummers 9 tot en met
  9. VII-37.459-2/5
  10. Op 6 juli 2009 wordt het thans bestreden besluit genomen, dat aan de tussenkomende partij een machtiging tot onteigening verleent, met toepassing van de spoedprocedure, van onroerende goederen, gelegen in Antwerpen-Deurne voor de realisatie van het gemeentelijk RUP Ruggeveld-Silsburg. IV. Tussenkomst
  11. Met een verzoekschrift van 20 oktober 2009 vraagt de stad Antwerpen om in de debatten te mogen tussenkomen. Aangezien zij de begunstigde is van het bestreden besluit, kan dit verzoek worden ingewilligd. V. Onderzoek van de vordering
  12. Op grond van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoekende partijen
  13. De verzoekende partijen zetten het volgende uiteen: "
  14. De bestreden beslissing betreft een onteigeningsmachtigingsbeslissing. Verzoekende partijen zijn er zich van bewust dat de bestreden beschikking geen onteigening van haar goed inhoudt. Daartoe is een gerechtelijke onteigeningsmachtiging vereist middels het declaratief vonnis van de vrederechter. Verzoekende partijen zijn er zich eveneens van bewust dat zij hun middelen inzake de interne en externe wettigheid van deze beschikking ook kunnen ontwikkelen in het debat voor de vrederechter.
  15. Niettemin berokkent de bestreden beschikking verzoekende partijen reeds een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
  16. Er is ten eerste nog geen onteigeningsprocedure voor de vrederechter gestart. Verzoekende partijen kunnen een dagvaarding in de onteigeningsprocedure vermijden door een schorsing van de bestreden beslissing te bekomen.
  17. Met de bestreden beschikking wordt ten tweede een onteigeningsdreiging gegenereerd. Door de onteigeningsmachtiging zal er in de nabije toekomst een onteigeningsprocedure gestart worden, waarna een eigendomsoverdracht tot stand komt. Dit vormt op zich reeds een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. VII-37.459-3/5 Deze onteigeningsdreiging houdt in dat het beschikkingsrecht van verzoekende partijen niet juridisch doch feitelijk wordt aangetast. Doordat op de percelen van verzoekende partijen een onteigeningsmachtigingsbeslissing rust kunnen zij dit perceel niet meer vrij verpachten, verhuren of verkopen zoals zij dit zouden kunnen doen in afwezigheid van de bestreden beslissing. Verzoekende partijen wensen in alle vrijheid te onderzoeken of zij niet zelf het onteigeningsdoel zou kunnen realiseren. Met de bestreden beschikking worden verzoekende partijen van elke kans op een uitvoering op eigen initiatief beroofd. Verzoekende partijen lijden hierdoor een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Bovendien wonen verzoekende partijen in de woning gelegen voor de percelen die onteigend zullen worden. Hierdoor lijden zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Verzoekende partijen wonen immers vlak naast de percelen die onteigend zullen worden. Verzoekende partijen gebruiken deze percelen als weiland voor hun schapen. Indien deze gronden zullen onteigend worden zullen verzoekende partijen hun schapen niet meer kunnen laten grazen. Door de percelen van verzoekende partijen te onteigenen, verliezen verzoekende partijen hun hobby. Verzoekende partijen hechtten hierom dan ook een sentimentele waarde aan de gronden in kwestie. Verzoekende partijen zullen in elk geval drie gronden uit hun patrimonium verliezen. Dit emotioneel en geldelijk verlies is zowel een onmogelijk te herstellen als ernstig nadeel.
  18. Hieruit volgt dat er voldoende nadelen zijn met betrekking tot het gebruik, het genot en de beschikking over het eigendom van verzoekende partijen. De bestreden beslissing zal verzoekende partijen persoonlijk treffen. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is bij deze aangetoond".
  19. Het thans aangevochten besluit heeft enkel de verklaring van openbaar nut van de verwerving van de betrokken gronden en de machtiging tot onteigening met mogelijke toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte tot voorwerp. De door de verzoekende partijen aangevoerde nadelen vinden derhalve hun rechtstreekse oorzaak, niet in het aangevochten besluit, maar in de onteigening van de betrokken percelen. De verzoekende partijen zullen evenwel pas uit hun eigendom worden ontzet wanneer de vrederechter de onteigening zal hebben toegestaan. De vrederechter kan die onteigening pas uitspreken en de provisionele vergoeding slechts bepalen nadat hij het aangevochten besluit zowel op zijn interne als op zijn externe wettigheid heeft getoetst. De verzoekende partijen zullen de wettigheidsbezwaren die zij thans aanvoeren, nog kunnen doen gelden voor de vrederechter. Deze zal er uitspraak moeten over doen en, indien zij gegrond worden bevonden, zal het risico van het verlies van hun eigendom alsnog afgewend kunnen worden. Zonder te moeten nagaan of de dreiging van het verlies van de betrokken eigendom een ernstig nadeel betekent voor de verzoekende partijen, dient alleszins te worden vastgesteld dat deze geen moeilijk te herstellen ernstig karakter heeft in de zin van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  20. VII-37.459-4/5 De verzoekende partijen verduidelijken evenmin hoe en waarom het opstarten van een onteigeningsprocedure voor de vrederechter hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent. Zelfs al zouden zij ingevolge het bestreden besluit de facto het goed niet meer vrij kunnen verpachten, verhuren of verkopen, dan nog maken zij niet duidelijk welk concreet moeilijk te herstellen ernstig nadeel dit voor hen meebrengt. Het is evenmin duidelijk wat de verzoekende partijen bedoelen waar zij stellen dat zij in alle vrijheid wensen te onderzoeken of zij niet zelf het onteigeningsdoel zouden kunnen realiseren. Zij concretiseren niet hoe zij dit doel zouden kunnen of willen realiseren.
  21. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  22. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken. BESLISSING
  23. Het verzoek van de stad Antwerpen tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
  24. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien december tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Eric Brewaeys VII-37.459-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.781 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.096 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.