← België

Arrest 198874 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.874 Rolnummer: A. 69643/X-6694 Zaak: Arrest 198874 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-23 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:02 Fiche Arrest nr 198.874 van 14 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 198.874 van 14 december 2009 in de zaak A. 69.643/X-

  1. In zake: de n.v. NEEKENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alfred Navasartian kantoor houdend te 1040 BRUSSEL Sint-Michielswarande 100, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hugo Sebreghts kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 2 juli 1996, sterkt tot de nietigverklaring van het besluit van 23 april 1996 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van haar beroep tegen het besluit van 12 oktober 1995 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een legkippenstal te Lille (Poederlee), Baan, kadastraal bekend sectie B, nr. 103/c. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 193.406 van 19 mei 2009 zijn de debatten heropend en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het aanvullend onderzoek. Adjunct-auditeur Pierrot T’Kindt heeft een aanvullend verslag opgesteld. X-6694-1/4 De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 oktober
  4. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hugo Sebreghts, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur Pierrot T’Kindt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Voor de uiteenzetting van de feiten kan worden verwezen naar het tussenarrest nr. 193.406 van 19 mei
  7. IV. Onderzoek van het vierde middel Uiteenzetting van het middel
  8. In een vierde middel wordt de schending aangevoerd van het gelijkheidsbeginsel en van het beginsel van de eenheid van beleid. De verzoekende partij stelt dat de vergunningverlenende overheid zich een opvatting moet vormen van de bestemming van het perceel en van de buurt. Die opvatting moet een zekere continuïteit vertonen, waarbij voordien afgegeven vergunningen niet voor onbestaande mogen gehouden worden en zelfs in die beoordeling moeten worden betrokken. De verzoekende partij stelde in haar beroepschrift dat het open homogeen karakter van het agrarisch gebied door reeds eerder vergunde constructies was aangetast. In het bestreden besluit wordt niet X-6694-2/4 aangegeven waarom de geweigerde aanvraag niet zou passen in het stedenbouwkundig en ruimtelijk beleid van de verwerende partij. Beoordeling
  9. Uit de formulering van het middel door de verzoekende partij en uit de grieven die zij ter zake formuleert, kan voldoende duidelijk worden opgemaakt dat de grief met betrekking tot “beginsel van de eenheid van beleid” eigenlijk neerkomt op een aangevoerde schending van het rechtszekerheidsbeginsel en van het vertrouwensbeginsel, naast de aangevoerde schending van het gelijkheidsbeginsel. Het middel wordt in die interpretatie beoordeeld.
  10. Het rechtszekerheidsbeginsel houdt in dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk moet zijn, zodat de burger moet kunnen uitmaken welke gevolgen een bepaalde handeling naar redelijkheid zal hebben en dat de overheid niet zonder objectieve en redelijke verantwoording mag afwijken van de beleidslijnen die zij bij de toepassing van de reglementering aanhoudt. Het vertrouwensbeginsel is een beginsel van behoorlijk bestuur dat moet vermijden dat de rechtmatige verwachtingen welke de burger uit het bestuursoptreden put, te kort worden gedaan. Dit houdt in dat de burger moet kunnen vertrouwen op een vaste gedragslijn van de overheid of op toezeggingen of beloften die de overheid in een concreet geval heeft gedaan. Opdat het bestreden besluit strijdig zou zijn met deze beginselen, moet onder meer voldoende concreet worden aangetoond wat in het betrokken gebied de bestaande beleidslijn inzake vergunningen was en in welke mate daarvan wordt afgeweken in het bestreden besluit. De verzoekende partij faalt in deze bewijslast en beperkt zich tot algemene verwijzingen naar “eerder vergunde constructies” zonder aan te geven om welke constructies het gaat en voldoende aannemelijk te maken dat het wel degelijk om vergunde constructies gaat.
  11. Voor wat betreft de aangevoerde schending van het gelijkheidsbeginsel laat de verzoekende partij eveneens na om concrete vergelijkingselementen aan te brengen opdat zou kunnen worden uitgemaakt of het bestreden besluit op kennelijk onredelijke wijze afwijkt van een voorheen gevolgd vergunningsbeleid.
  12. Het middel is niet gegrond. X-6694-3/4 BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 99,16 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, met bijstand van Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-6694-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.874 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.406 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.