← België

Arrest 198894 - Accountants en Belastingconsulenten - 15/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.894 Rolnummer: A. 114302/IX-3154 Zaak: Arrest 198894 - Accountants en Belastingconsulenten - 15/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-29 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:02 Fiche Arrest nr 198.894 van 15 december 2009 Beroepen - Accountants en Belastingconsulenten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 198.894 van 15 december 2009 in de zaak A. 114.302/IX-3154 In zake : Freddy VANDER PAELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Eddy Debusschere kantoor houdend te Kortrijk President Rooseveltplein 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het INSTITUUT VAN DE ACCOUNTANTS EN DE BELASTINGCONSULENTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Martin Lebbe kantoor houdend te Brussel Louizalaan 106 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 december 2001, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 18 oktober 2001 van de commissie van beroep bij het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten waarbij de vordering van Freddy VANDER PAELT tot eerherstel ongegrond wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Luc Vermeire heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 november
  3. IX-3154-1/6 Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Eddy Debusschere, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Peter Callebaut, die loco advocaat Martin Lebbe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen strekt er luidens de memorie van toelichting toe om, “enerzijds, de uitoefening van het fiscaal beroep te reglementeren, en, anderzijds, de toenadering te bevorderen tussen de verscheidene structuren waarin de economische beroepen georganiseerd zijn”. Artikel 2 van die wet richt het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten op. Dit instituut, dat in de rechten en verplichtingen van het door de wet van 21 februari 1985 tot hervorming van het bedrijfsrevisoraat opgerichte Instituut der Accountants treedt, heeft als opdracht toe te zien op de opleiding en de permanente organisatie van een korps van specialisten, die bekwaam zijn om de functies van accountant en belastingconsulent uit te oefenen. Het Instituut verleent aan de natuurlijke persoon die hierom verzoekt de hoedanigheid van accountant en/of belastingconsulent indien hij aan bepaalde voorwaarden voldoet. 3.
  6. De verzoeker beweert reeds meer dan dertig jaar te werken als zelfstandig boekhouder, later als accountant, lid van het toenmalige Instituut der Accountants. 3.
  7. Op 9 januari 1996 beslist de tuchtcommissie van het toenmalige Instituut der Accountants om de hoedanigheid van accountant van de verzoeker IX-3154-2/6 definitief in te trekken wegens het afleggen van valse verklaringen, het schenden van het beginsel van onafhankelijkheid, het waarnemen van een bestuurdersmandaat in een commerciële vennootschap, het creëren van een verwarrende situatie en het opmaken van controleverslagen die niet voldoen aan de wettelijke vereisten. Op 27 juni 1996 verwerpt de commissie van beroep bij het toenmalige Instituut der Accountants het door de verzoeker ingestelde beroep tegen die beslissing van de tuchtcommissie. 3.
  8. Met een brief van 10 mei 2001 dient de verzoeker overeenkomstig artikel 5, § 6, 2/, van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten een aanvraag tot eerherstel in bij de commissie van beroep bij het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten. Op 18 oktober 2001 verklaart de commissie van beroep de vordering tot eerherstel van de verzoeker ongegrond. Zij is van mening dat er op het disciplinaire vlak een onvoldoende morele verbetering in hoofde van de verzoeker merkbaar is en dat er “individuele en sociale risico’s op herhaling blijven bestaan”. Dit is de bestreden beslissing. Met een brief van 23 oktober 2001 wordt aan de verzoeker een afschrift overgemaakt van die beslissing en wordt hem meegedeeld dat tegen die beslissing cassatieberoep kan worden ingesteld bij de Raad van State. 3.
  9. Intussen diende de verzoeker, op grond van de overgangsregeling bedoeld in artikel 60 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, op 21 september 1999 een aanvraag in tot aansluiting bij het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten -hierna: het Instituut- als belastingconsulent die deze functie uitoefent als zelfstandige. Op 3 juli 2000 werd deze aanvraag geweigerd door de raad van het Instituut. Ook de commissie van beroep bij het Instituut heeft die aanvraag geweigerd op 18 oktober
  10. IX-3154-3/6 Die beslissing van de commissie van beroep wordt door de verzoeker aangevochten bij de Raad van State in de zaak A. 114.301/IX-
  11. IV. Samenvoeging
  12. In zijn laatste memorie vraagt de verzoeker de samenvoeging van het onderhavige beroep met het beroep in de zaak A. 114.301/IX-
  13. Op dit verzoek wordt niet ingegaan bij gebrek aan verknochtheid tussen huidige zaak en de zaak A. 114.301/IX-
  14. Er bestaat bovendien geen gevaar voor een eventuele tegenstrijdig-heid tussen huidig arrest en het tussen te komen arrest in de zaak A. 114.301/IX-3153, gelet op het feit dat niet wordt betwist dat beide procedures een verschillend voorwerp hebben. V. Bevoegdheid van de Raad van State
  15. Overeenkomstig artikel 5, § 1, eerste lid, van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten kunnen de volgende tuchtstraffen worden opgelegd aan een lid van het Instituut: een waarschuwing, een berisping, een verbod om bepaalde opdrachten nog te aanvaarden of voort te zetten, een schorsing voor ten hoogste een jaar en de schrapping. Luidens artikel 5, § 6, 1/, van die wet worden na het verstrijken van een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de definitieve beslissing waarbij een tuchtstraf werd uitgesproken, alle minder zware tuchtstraffen dan de schorsing uitgewist, op voorwaarde dat het lid in die tussentijd geen schorsing noch enige nieuwe sanctie opgelopen heeft. Luidens artikel 5, § 6, 2/, van die wet mag ieder lid van het Instituut dat één of meer tuchtstraffen heeft opgelopen, die niet zijn uitgewist bij toepassing van 1/, bij de commissie van beroep, bedoeld in die wet, een aanvraag tot eerherstel indienen. IX-3154-4/6 Overeenkomstig artikel 8 van die wet kan binnen drie maanden vanaf de dag waarop van de beslissing van de commissie van beroep kennis is gegeven, die beslissing door de belanghebbende accountant of belastingconsulent, door de raad van het Instituut, door de procureur-generaal bij het hof van beroep en de minister van Financiën aan het Hof van Cassatie worden voorgelegd volgens de vormvereisten voor voorzieningen in burgerlijke zaken. Wordt de beslissing van de commissie van beroep vernietigd, dan verwijst het Hof van Cassatie de zaak naar een anders samengestelde commissie van beroep, die zich voegt naar de beslissing van het Hof over het door hem beslechte rechtspunt. Aldus bepaalt de wet van 22 april 1999 betreffende de beroeps- tucht voor accountants en belastingconsulenten dat bij de commissie van beroep, bedoeld in die wet, een verzoek tot eerherstel kan wordt ingediend voor tuchtstraffen die niet uitgewist zijn en dat tegen de beslissingen van die commissie van beroep cassatieberoep kan worden ingesteld bij het Hof van Cassatie. Deze bevoegdheid van het Hof van Cassatie sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit. Bijgevolg dient ambtshalve te worden vastgesteld dat de Raad van State onbevoegd is om van de voorliggende vordering kennis te nemen. VI. Kosten
  16. Vermits de verwerende partij in haar brief van 23 oktober 2001 zelf aangaf dat er tegen de bestreden beslissing beroep kon worden ingesteld bij de Raad van State, past het de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. IX-3154-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 december 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-3154-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.894 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.