← België

Arrest 198898 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 15/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.898 Rolnummer: A. 124623/IX-3434 Zaak: Arrest 198898 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 15/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-29 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:02 Fiche Arrest nr 198.898 van 15 december 2009 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 198.898 van 15 december 2009 in de zaak A. 124.623/IX-3434 In zake : Jacqueline MINCKE wonende te Zarlardinge Oudenaardsestraat 424 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 juli 2002, strekt tot de nietigverklaring van: “1/ de besluiten van de secretaris-generaal van het departement Onderwijs van 28 mei 2002 waarbij : - [...] Christel Coppens met ingang van 1 mei 2002 tot de stage toegelaten wordt als deskundige (directiesecretaris) bij de Dienst voor Onderwijs- ontwikkeling en waarbij zij met ingang van 13 mei 2002 aangewezen wordt voor de afdeling Volwassenenonderwijs; [...] - [...] Jean Van Holder met ingang van 1 mei 2002 tot de stage toegelaten wordt als deskundige (directiesecretaris) bij de afdeling Volwassenen- onderwijs en waarbij hij met ingang van 13 mei 2002 aangewezen wordt voor de Dienst voor Onderwijsontwikkeling; [...] - [...] Gerda Verspeet met ingang van 1 mei 2002 tot de stage toegelaten wordt als deskundige (directiesecretaris) bij de administratie Secundair Onderwijs, directoraat-generaal; [...] - de beslissing van onbekende datum om de betrekking van deskundige (directiesecretaris) bij het directoraat-generaal van de administratie Ambtenarenzaken niet te begeven. 2/ en van de impliciete weigering om [Jacqueline Mincke] tot de stage toe te laten als deskundige-directiesecretaris.” IX-3434-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 113.418 van 9 december 2002 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. De verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 november
  3. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoekster, en advocaat Pieter Waegemans, die loco advocaat Patrick Devers verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekster is ten tijde van de bestreden beslissingen vastbenoemd medewerker bij het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Zij slaagt voor het door SELOR van 1 juni 1999 tot en met IX-3434-2/9 18 maart 2000 afgenomen vergelijkend examen BNV 98335 voor de overgang naar het hoger niveau van de graad van deskundige (functie directiesecretaris) voor de diensten van de Vlaamse regering, waarvan het proces-verbaal op 21 maart 2000 wordt afgesloten. De verzoekster wordt op de 51ste plaats gerangschikt, samen met vijf andere kandidaten, onder wie Christel Coppens en Gerda Verspeet. Jean Van Holder wordt op de 40ste plaats gerangschikt. 3.
  6. Op 16 februari 2002 wordt een oproep gedaan tot de kandidaten voor 27 vacante betrekkingen van deskundige (functie directiesecretaris), waaronder zeven betrekkingen bij het departement Onderwijs en één betrekking bij het directoraat-generaal Ambtenarenzaken van het departement Algemene Zaken en Financiën. 3.
  7. Onder meer Jean Van Holder, Gerda Verspeet, Christel Coppens en de verzoekster stellen zich kandidaat. Zij geven telkens voor tien betrekkingen hun voorkeur op. 3.
  8. Op 10 april 2002 worden de verzoekster en Christel Coppens uitgenodigd voor een bijkomend interview door de directeur van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling. In zijn nota van 24 april 2002 stelt hij voor om de betrekking van directiesecretaris bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling toe te wijzen aan Christel Coppens. 3.
  9. In een nota van 22 april 2002 stelt het afdelingshoofd van de afdeling Volwassenenonderwijs dat hij een gesprek had met Jean Van Holder en Christel Coppens en hieruit bleek dat “beide kandidaten over de geschikte generieke en persoonlijke kwalificaties beschikken om te fungeren als directiesecretaris op de afdeling Volwassenenonderwijs”. Hij stelt voor om, rekening houdende met de rangschikking van de kandidaten, Jean Van Holder tot de stage toe te laten. 3.
  10. In een nota van 3 mei 2002 aan de secretaris-generaal van het departement Onderwijs stellen de directeur van de Dienst voor Onderwijsontwikke- ling en het afdelingshoofd van de afdeling Volwassenenonderwijs dat “gezien zijn ervaring met buitenlands beleid en zijn talenkennis [...] de heer J. Van Holder ook een geschikt kandidaat [zou] zijn voor de Dienst voor Onderwijsontwikkeling”, IX-3434-3/9 terwijl anderzijds “mevrouw Christel Coppens heel veel ervaring [heeft] opgebouwd voor de afdeling Volwassenenonderwijs [...] zodat op korte en halflange termijn zij direct rendabel zal zijn in deze afdeling”. Voorgesteld wordt om “op basis van artikel VII 6 van het VPS de heer Van Holder toe te wijzen aan de Dienst voor Onderwijsontwikkeling en mevrouw Coppens aan de afdeling Volwassenenonder- wijs”. 3.
  11. Bij besluiten van 28 mei 2002 van de waarnemend secretaris- generaal van het departement Onderwijs worden Christel Coppens, Jean Van Holder en Gerda Verspeet toegelaten tot de stage in een betrekking van deskundige (functie directiesecretaris). Christel Coppens wordt met ingang van 1 mei 2002 toegelaten tot de stage in de betrekking van deskundige (functie directiesecretaris) bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling. Zij wordt met ingang van 13 mei 2002 in dezelfde hoedanigheid toegewezen aan de afdeling Volwassenenondewijs. Jean Van Holder wordt met ingang van 1 mei 2002 toegelaten tot de stage in de betrekking van deskundige (functie directiesecretaris) bij de afdeling Volwassenenonderwijs. Hij wordt met ingang van 13 mei 2002 in dezelfde hoedanigheid toegewezen aan de Dienst voor Onderwijsontwikkeling. Gerda Verspeet wordt met ingang van 1 juni 2002 toegelaten tot de stage in de betrekking van deskundige (functie directiesecretaris) bij het directoraat-generaal van de administratie Secundair Onderwijs voor tewerkstelling bij de onderwijsinspectie Secundair Onderwijs. 3.
  12. Met een nota van 11 juni 2002 deelt de directeur-generaal van de administratie Ambtenarenzaken aan de afdeling Algemene Administratieve Diensten mee dat met ingang van 1 mei 2002 een assistente werkzaam is op zijn secretariaat en hij de betrekking van deskundige (functie directiesecretaris) niet langer wenst in te vullen. 3.
  13. Met een brief van 8 juli 2002 wordt aan de verzoekster een afschrift toegezonden van het besluit van de secretaris-generaal houdende de toelating tot de stage van de kandidaten die werden toegewezen in een betrekking waarvoor zij zich eveneens kandidaat had gesteld. Tevens wordt haar meegedeeld IX-3434-4/9 dat de betrekking van deskundige (functie directiesecretaris) bij het directoraat- generaal Ambtenarenzaken niet wordt ingevuld. 3.
  14. Bij besluit van 12 september 2002 van de secretaris-generaal van het departement Algemene Zaken en Financiën wordt de vacantverklaring van een betrekking van deskundige (functie directiesecretaris) bij het directoraat-generaal van de administratie Ambtenarenzaken ingetrokken. Dit besluit wordt met een brief van 13 september 2002 aan de verzoekster ter kennis gebracht. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
  15. Met een aangetekende brief van 6 oktober 2009 heeft de staatsraad-verslaggever bij de partijen geïnformeerd naar nieuwe feitelijke of juridische ontwikkelingen die zich sedert de laatste memories hebben voorgedaan en een weerslag kunnen hebben op de behandeling van de zaak. De verzoekster antwoordt daarop in een aangetekende brief van 27 oktober 2009 dat zij “uiteindelijk [werd] bevorderd tot directiesecretaris op 15 mei 2003, dit is 12 ½ maand na de aangevochten bevordering” en dat zij in het jaar 2005 werd gepensioneerd. Zij stelt dat zij “hierdoor [...] niet alleen een moreel nadeel [leed], maar ook een aanzienlijk financieel nadeel, daar het gemiddelde salaris van de vijf laatste jaren in aanmerking komt voor de berekening van het pensioen en het hoger salaris [haar] pas 19 ½ maanden werd toegediend” 4.
  16. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. 4.
  17. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoekster, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor zij niet wordt aangesteld in een betrekking waarvoor zij zich kandidaat heeft gesteld maar waarin integendeel iemand anders wordt aangesteld, is door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat die betrekking opnieuw open wordt verklaard en dat zij aldus de kans IX-3434-5/9 krijgt om zelf, in de plaats van degene wiens aanstelling nietig is verklaard, in die betrekking te worden aangesteld, om ze daadwerkelijk waar te nemen. Te dezen vordert de verzoekster de nietigverklaring van de besluiten van de secretaris-generaal van het departement Onderwijs van 28 mei 2002 waarbij Christel Coppens, Jean Van Holder en Gerda Verspeet worden toegelaten tot de stage als deskundige (functie directiesecretaris) bij de diensten van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap -de twee eerstgenoemden met ingang van 1 mei 2002, laatstgenoemde met ingang van 1 juni 2002-, alsook van de beslissing van onbekende datum om de betrekking van deskundige (functie directiesecretaris) bij het directoraat-generaal van de admini- stratie Ambtenarenzaken niet te begeven en van de impliciete weigering om de verzoekster tot de stage van deskundige (functie directiesecretaris) toe te laten. Evenwel blijkt dat de verzoekster op 15 mei 2003 zelf reeds werd bevorderd tot directiesecretaris. Daarenboven is zij in 2005 op pensioen gesteld. Uit deze gegevens volgt dat een eventuele vernietiging van de bestreden beslissingen de verzoekster hoe dan ook niet meer kan verschaffen wat ze met haar vordering heeft betracht, namelijk het daadwerkelijk waarnemen van één van de betrekkingen van deskundige (functie directiesecretaris) waarin Christel Coppens, Jean Van Holder of Gerda Verspeet werden aangesteld of van de betrekking van deskundige (functie directiesecretaris) bij het directoraat-generaal van de administratie Ambtenarenzaken. Het belang van de verzoekster bij haar beroep dat erin bestond om zelf de functie van directiesecretaris te kunnen uitoefenen, is aldus in de loop van het geding teloorgegaan. 4.
  18. De verzoekster beroept zich nog op een financieel nadeel dat zij heeft geleden bij de berekening van haar pensioen. Een eventuele vernietiging van de bestreden beslissingen zou daaraan evenwel slechts kunnen verhelpen indien voor de verwerende partij de rechtsplicht zou bestaan om de verzoekster tot deskundige (functie directiesecretaris) aan te stellen en deze partij door het nemen van de bestreden beslissingen daaraan te kort is gekomen. Alleen in dat geval zou een vernietigingsarrest de verwerende partij verplichten tot een retroactieve reconstructie van de loopbaan van de verzoekster. IX-3434-6/9 De verzoekster toont echter niet het bestaan van een dergelijke rechtsplicht aan. In haar eerste middel maakt zij weliswaar gewag van een “gebonden bevoegdheid” in hoofde van de verwerende partij. Zij betoogt in dat verband dat artikel VIII 67 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en regeling van de rechtspositie van het personeel (hierna: het Vlaams personeels-statuut) werd geschonden, doordat bij de benoeming van Christel Coppens en Gerda Verspeet werd afgeweken van de rangschikking van de kandidaten, waarbij in het geval van gelijke punten de oudste kandidaat voorrang dient te krijgen op de jongere kandidaten. De verzoekster gaat er aldus vanuit dat de verwerende partij verplicht was om haar te benoemen in de plaats van Christel Coppens en Gerda Verspeet, met wie zij ex aequo op de 51ste plaats was gerang- schikt, omdat zij als oudste kandidaat de voorrang moest krijgen. De verzoekster kan hierin evenwel niet worden bijgevallen. Artikel VIII 67 van het Vlaams personeelsstatuut luidt als volgt: “§
  19. De geslaagden worden in de volgorde van hun rangschikking bevorderd tot de graad waarnaar zij hebben meegedongen en worden voor een vacante betrekking van die graad aangewezen. §
  20. Wanneer de geslaagden van verschillende examens kandidaat zijn voor dezelfde bevordering, worden zij gerangschikt volgens de datum van de processen-verbaal van afsluiting van de vergelijkende examens, te beginnen met het eerst afgesloten proces-verbaal, en, voor elk vergelijkend examen, in de volgorde van hun rangschikking. §
  21. De dienstaanwijzing van de geslaagden die voor bevordering in aanmerking komen gebeurt binnen de perken van de vacatures en van het vergelijkend karakter van het examen op basis van de functiebeschrijving en het profiel van de geslaagde.” Noch in artikel VIII 67, noch in enige andere bepaling van het Vlaams personeelsstatuut is voorgeschreven dat, bij gelijkheid van punten, de geslaagden voor het vergelijkend examen worden bevorderd volgens de volgorde van hun leeftijd. Luidens het op het tijdstip van de bestreden beslissingen geldende artikel VIII 59 van het Vlaams personeelsstatuut worden de geslaagden voor het vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau gerangschikt “volgens IX-3434-7/9 de behaalde punten”. Nergens is bepaald dat kandidaten met hetzelfde aantal punten volgens leeftijd worden gerangschikt. Wanneer verschillende kandidaten bij het examen hetzelfde aantal punten hebben behaald, worden zij derhalve ex aequo gerangschikt en worden de betrekkingen overeenkomstig artikel VIII 67, § 3, van het Vlaams personeelsstatuut toegewezen op basis van de functiebeschrijving en het profiel van de geslaagden. Uit artikel VIII 67 volgt dus geenszins dat op de verwerende partij de rechtsplicht rustte om de verzoekster aan te stellen tot deskundige (functie directiesecretaris). 4.
  22. In de mate dat de verzoekster zich beroept op een moreel belang dient te worden vastgesteld dat zij nalaat te verduidelijken waarin dat belang precies gelegen is. 4.
  23. Uit wat voorafgaat volgt dat niet blijkt dat de verzoekster nog een actueel belang heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissingen. Derhalve is het beroep niet ontvankelijk. V. Kosten
  24. Gelet op de omstandigheden van de zaak komt het passend voor de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  25. De Raad van State verwerpt het beroep.
  26. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. IX-3434-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 december 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-3434-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.898 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.113.418 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.