← België

Arrest 198947 - Monumenten en Landschappen - 15/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.947 Rolnummer: A. 194008/VII-37464 Zaak: Arrest 198947 - Monumenten en Landschappen - 15/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-18 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:02 Fiche Arrest nr 198.947 van 15 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 198.947 van 15 december 2009 in de zaak A. 194.008/VII-37.

  1. In zake: Clairi MEYFROOTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans Deneyer kantoor houdend te Galmaarden Zwaanstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 18 september 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van "de beslissing van de Vlaamse Overheid, Agentschap R-O Vlaanderen, R-O Vlaams-Brabant-Onroerend Erfgoed, Blijde Inkomststraat 105, 3000 Leuven van 3 augustus 2009 met dossiernummer DB002276/GP/RE waarbij aan De heer Meyfroots Clairi, wonende te 1570 Galmaarden, Munkbaan 2 werd bekendgemaakt ex het Ministerieel Besluit van 08.06.2009 houdende bescherming als monument en of stads- of dorpsgezicht en ex Ministerieel Besluit van 11.03.2008 houdende ontwerp van lijst van voor bescher- ming vatbare monumenten, stads- en of dorpsgezichten dat de 'Heetveldsite' gelegen te 1570 Galmaarden, Plaatsstraat, Munkbaan 1-2, bekend ten kadaster, Galmaarden, 3de afdeling, sectie A, perceelnummers 496, 497D, 499B, 506, 506/2, 507, 508, 509, 512, 513D, 514C, 518C, 519D, 519E als geklasseerd gebouw zou worden beschouwd". VII-37.464-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 november
  4. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Julie Lauwers, die loco advocaat Hans Deneyer verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op 14 augustus 2007 stelt het Agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant een motiveringsnota op met betrekking tot tien monumenten en één dorpsgezicht in het Pajottenland. De zogenaamde Heetveldesite, waarvan de verzoeker eigenaar is, wordt mee opgenomen in deze motiveringsnota. Voor deze site wordt een historisch overzicht gegeven, evenals een beschrijving. Vervolgens wordt de ruimtelijke context beschreven, de bouwfysische evaluatie en de stedenbouwkundig juridische toestand. Ten slotte wordt in die motiveringsnota de site geëvalueerd. 3.
  7. Bij besluit van de viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 11 maart 2008 wordt de Heetveldesite, samen met een tiental andere gebouwen in VII-37.464-2/8 de omgeving van Galmaarden, Gooik en Ninove, op een ontwerp van lijst geplaatst van als monument of dorpsgezicht te beschermen hoeves en hun omgeving te Galmaarden, Gooik en Ninove. 3.
  8. Dit besluit wordt op 9 juni 2008 aan de verzoeker betekend. 3.
  9. Op 24 juni 2008 wordt door de BVBA Akro Nova, de gemandateerde van de verzoeker, een bezwaarschrift ingediend. 3.
  10. Dit bezwaarschrift wordt door het Agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant als volgt samengevat en beantwoord : "Bezwaarschrift van de heer Thierry Ghyselinck van AKRO NOVA, gemandateerde van de eigenaar, de heer Clairi Meyfroots, d.d. 24.06.2008: 5.
  11. door het klasseren van de site worden de mogelijkheden beperkt om de landbouwactiviteiten en enige bron van inkomsten in stand te houden. Een na een eerdere weigering aangepast voorontwerp voorziet namelijk in de bouw van een nieuwe loods/stal ter plaatse van de oude, te slopen stallen (de oude brouwerij blijft behouden). 5.
  12. klassering is hier niet langer van toepassing omdat de gebouwen zich in een verregaande staat van verwaarlozing en zelfs verkrotting bevinden. Antwoord 5.
  13. Door zijn ligging in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied en de ankerplaats 'Markvallei tussen Galmaarden en Herne' is het landbouwbedrijf sowieso in een zeer kwetsbare zone gesitueerd. De inplanting van een nieuwe stal blijft bespreekbaar, rekening houdend met de specifieke erfgoedwaarden, zodat het voortbestaan van het bedrijf niet noodzakelijkerwijze in het gedrang wordt gebracht. 5.1.
  14. De sterke verwaarlozing van de gebouwen doet geen afbreuk aan hun intrinsieke erfgoedwaarden. Besluit: Aangezien de inhoudelijke motivering of de intrinsieke waarde nergens in vraag werd gesteld, en de bezwaren werden weerlegd kan de procedure ongewijzigd worden voortgezet". 3.
  15. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen geeft daarop advies. 3.
  16. Op 8 juni 2009 beslist de viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening de Heetveldesite als monument te beschermen omwille van de historische en industrieel-archeologische waarde. Dit is het bestreden besluit. Dit besluit wordt met plan en de bespreking van het bezwaarschrift op 31 juli 2009 verzonden aan de verzoeker. VII-37.464-3/8 IV. Onderzoek van de vordering
  17. Luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
  18. Met betrekking tot de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel stelt de verzoeker in essentie dat de verwerende partij geen rekening houdt met de veelvuldige inspanningen die reeds werden geleverd door de verzoeker en dat, indien het complex als dusdanig zou worden geklasseerd, de verzoeker bijna geen veranderingen zou kunnen aanbrengen aan het complex waardoor een eventuele verderzetting van het complex ernstig in het gedrang zou komen, des te meer omdat de verzoeker in overeenstemming met het agrarisch erfgoed Pajottenland het complex "leefbaar" heeft gemaakt. De beslissing om het complex op te nemen in de lijst an sich van beschermde en geklasseerde gebouwen dient eerder als een sanctie te worden beschouwd dan als een prioritair voorrecht, aldus de verzoeker. Anders zou het gesteld zijn indien de verzoeker tot op heden niets zou hebben ondernomen om het "complex-landbouwbedrijf" verder te zetten. Ook stelt de verzoeker dat "indien het complex definitief wordt opgenomen in de lijst der beschermde gebouwen (dit), gelet op de onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige kenmerken van de buurt zonder enige twijfel al een bezwarende weerslag (zal) hebben op (zijn) woon- en werksituatie (...)". Hij beschouwt dit als een verlies aan privacy dat "onmiskenbaar een ernstig nadeel" is. Bovendien zal, eens de woning is opgenomen als beschermd en geklasseerd gebouw, het hem onmogelijk maken om naderhand nog het herstel in de vorige staat te verkrijgen nu de kans op herstel voor een groot deel afhangt van de moeite die het bestuur zich getroost om het herstel na te streven. Een later herstel VII-37.464-4/8 is daarenboven ten zeerste onzeker en zal pas kunnen worden verkregen na een slopende procedure waarbij dient benadrukt dat een gebeurlijk later herstel in geen geval de schade vergoedt die de verzoeker gedurende de periode van de annulatieprocedure heeft geleden. Voorts argumenteert de verzoeker dat hij gedurende ettelijke jaren op de bewuste site zijn hoofdberoep uitoefent als landbouwer/veeteler met een totale terreinoppervlakte van 47,58 ha. Hij teelt ook melkvee en vleesvee, waardoor zijn bedrijf een leefbaar en volwaardig landbouwbedrijf is. Hij is de derde generatie landbouwers en zijn bedrijf vormt zijn enige broodwinning. Hij diende ook een bouwdossier in om de bouw van een stal/loods te rechtvaardigen doch deze werd geweigerd omdat de nieuwe melkveestal ernstig de historische waarde van de site zou verstoren, de constructie schade zou brengen aan het beeldbepalend landschap en de architectuur niet zou stroken en harmoniëren met de omliggende bebouwing. Ten slotte stelt de verzoeker dat "een opgedrongen klassering van de site (..) net een grove nefaste inkomstenbeperking (zou) inhouden voor (hem), die, (...) de derde generatie van landbouwers is en net door een vernieuwde stalling/loods zijn hoofdberoep verder kan uitoefenen".
  19. De verwerende partij antwoordt, geresumeerd, dat het betoog van de verzoeker "verwarrend" is, "vaak niet ter zake doend, vaak betrekking hebben(d) op mogelijke andere beslissingen maar in geen geval op de rechtsgevolgen van een beschermingsbeslissing, ... is vaak gewoonweg niet te begrijpen" en dat "d(i)e vaststelling (...) reeds afdoende (is) om het gebrek aan moeilijk te herstellen ernstig nadeel vast te stellen" in hoofde van de verzoeker. Zij merkt op dat een bescherming als monument van de reeds lang bestaande gebouwen van de hoevesite, geenszins de bestaande landbouwuitbating belet en dat in zoverre de verzoeker verwijst naar het feit dat hem een stedenbouwkundige vergunning werd geweigerd voor het bouwen van een "moderne" loods, dit veeleer bewijst dat niet zozeer de bescherming als monument, maar wel de stedenbouwkundige bestemming van het gebied ernstige beperkingen meebrengt voor het bouwen van moderne loodsen in het gebied. VII-37.464-5/8 VII-37.464-6/8 Beoordeling
  20. Overeenkomstig artikel 8, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State dient het enig verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten te bevatten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen. Die bepaling dient zo te worden opgevat dat de verzoeker zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar integendeel zeer concrete gegevens moet aanvoeren die erop wijzen dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan. De verzoeker moet bijgevolg gegevens aanvoeren die enerzijds wijzen op de ernst van het nadeel dat hij ondergaat of kan ondergaan, en hij moet ook de moeilijke herstelbaarheid van dat nadeel aantonen. In dezen beperkt de verzoeker zich tot een bewering dat de bestreden beslissing hem zal belemmeren zijn landbouwactiviteiten verder te zetten. Zulks wordt evenwel met geen enkel concreet element onderbouwd en is derhalve beperkt tot een loutere bewering. Dergelijk argument overtuigt niet, temeer aangezien de verzoeker zelf stelt dat zijn bedrijf een leefbaar en volwaardig landbouwbedrijf is. Er wordt niet ingezien en de verzoeker toont niet aan dat een bescherming als monument zijn thans reeds leefbaar en volwaardig landbouwbedrijf in het gedrang zou kunnen brengen. Zijn verwijzing naar de stedenbouwkundige aanvraag die hij destijds indiende voor het bouwen van een loods/stal en de definitieve weigeringsbeslissing die hierop volgde op 24 februari 2008, alvorens zijn percelen opgenomen werden in de ontwerplijst van als monument te beschermen hoeves van 11 maart 2008, is niet terzake dienend. Het mogelijke nadeel dat de verzoeker gebeurlijk zou ondervinden volgt immers niet uit de in onderhavige vordering bestreden beslissing. VII-37.464-7/8
  21. Uit wat voorafgaat volgt dat aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan. Die vaststelling volstaat om de vordering van de verzoeker af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien december tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, met bijstand van Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.464-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.947 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.342 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.