← België

Arrest 198959 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 15/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.959 Rolnummer: A. 187889/XIV-30270 Zaak: Arrest 198959 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 15/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-23 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:02 Fiche Arrest nr 198.959 van 15 december 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 198.959 van 15 december 2009 in de zaak A. 187.889/XIV-30.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. DE LIEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraakse nationaliteit, op 17 april 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 8944 van 19 maart 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 2656 van 30 april 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur R. VAN DEN EECKHOUT, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 11 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 februari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-30.270-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat H. HOLAIL, die loco advocaat J. DE LIEN verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché A. VAN DE VOORDE, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 31 maart 2005 en zich op 5 april 2007 een tweede maal vluchteling verklaart; dat de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 26 oktober 2007 beslist dat de verzoekende partij niet als vluchteling in de zin van artikel 48/3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijde- ring van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) kan worden erkend en niet voor subsidiaire bescherming in de zin van artikel 48/4 van die wet in aanmerking komt; Overwegende dat de verzoekende partij op 13 november 2007 tegen die weigeringsbeslissing beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aantekent; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep met een arrest van 21 januari 2008 verwerpt; dat dit het bestreden arrest is; 2.
  3. Overwegende dat de verzoekende partij in een derde middel de schending van de artikelen 39/65, 48/3 en 48/4 van de Vreemdelingenwet en van artikel 1, A, 2), van het internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, opwerpt; dat zij onder meer aanvoert dat het principe van “fraus omnia corrumpit” niet mag worden gehanteerd in een asielaanvraag, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de feiten en verklaringen ten gronde had moeten onderzoeken en dat hij ten onrechte heeft vastgesteld dat er geen belang in hoofde van de verzoekende partij zou zijn; 2.
  4. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord in essentie stelt dat een asielzoeker een medewerkingsplicht heeft en door het afleggen van geloofwaardige verklaringen en het indienen van originele documenten de asielinstanties moet toelaten zich een beeld te vormen van de omstandigheden die er hem toe hebben aangezet zijn land te verlaten, dat de verzoekende partij in casu een vals identiteitsdocument XIV-30.270-2/4 heeft neergelegd en aldus niet aan haar medewerkingsplicht heeft voldaan, dat het neerleggen van een valse identiteitskaart getuigt van een frauduleus handelen met de intentie de Belgische asielinstanties te misleiden, dat het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” van toepassing is, dat de verzoekende partij aldus niet doet blijken van een geoorloofd belang en dat het beroep (bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen) daarom terecht niet-ontvankelijk is bevonden; 2.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij het middel in de memorie van wederantwoord herhaalt; 2.
  6. Overwegende dat het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” er niet aan in de weg staat dat een vreemdeling, ten overstaan van wie door de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus is genomen, over het vereiste belang beschikt om die beslissing met een beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aan te vechten, tenzij zou blijken dat dat beroep zelf door bedrog is aangetast; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in zijn onderzoek van de gegrondheid van het beroep een asielaanvraag onder meer omwille van de bedrieglijkheid ervan kan weigeren; dat de eventuele ongegrondheid van het beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen echter niet volstaat om dat beroep als niet- ontvankelijk omwille van het voornoemd algemeen rechtsbeginsel te beschouwen en om geen uitspraak te doen over de erkenning als vluchteling en over de subsidiaire bescher- mingsstatus; dat het middel in die mate gegrond is, BESLUIT: Artikel
  7. Vernietigd wordt het arrest nr. 8944 van 19 maart 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  8. Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. XIV-30.270-3/4 Artikel
  9. De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien december tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-30.270-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.959 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.