← België

Arrest 198960 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 15/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.960 Rolnummer: A. 189096/XIV-30484 Zaak: Arrest 198960 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 15/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-23 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:02 Fiche Arrest nr 198.960 van 15 december 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 198.960 van 15 december 2009 in de zaak A. 189.096/XIV-30.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat H. VAN VRECKOM, kantoor houdende te 1400 NIJVEL, Rue Saint-André 5 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Armeense nationaliteit, op 25 juli 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 13.040 van 24 juni 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 3252 van 22 augustus 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 13 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-30.484-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat E. VAN BROECK, die loco advocaat H. VAN VRECKOM verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché R. LARNO, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het andersluidend advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 7 april 2005 en zich op 4 december 2007 een tweede maal vluchteling verklaart; dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 26 februari 2008 beslist tot weigering van de erkenning als vluchteling en tot weigering van de subsidiaire bescher- mingsstatus; Overwegende dat de verzoekende partij op 13 maart 2008 tegen die weigeringsbeslissing beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aantekent; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep met een arrest van 24 juni 2008 verwerpt; dat dit het bestreden arrest is; 2.
  3. Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van de artikelen 39/65, 48/3 en 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, (Vreemdelingenwet) en van artikel 149 van de Grondwet in combinatie met artikel 3 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950, opwerpt; dat zij de aangehaalde bepalingen citeert en aanvoert dat de in artikel 39/65 van de Vreemdelingenwet vastgelegde motiveringsplicht de betrokkene en de Raad van State moet toelaten om na te gaan of de rechter op volledige wijze het dossier heeft onderzocht en effectief op de aangehaalde argumenten heeft geantwoord, dat, wat betreft de overlijdensakte, de motivering als zou die akte vals zijn omdat ze enkel door knip- en plakwerk zou kunnen worden verkregen, gebrekkig is, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich in casu enkel op het verslag van de federale politie baseert hoewel de politie in dat verslag stelt dat zij zich niet voor 100% over de echtheid ervan kan uitspreken, dat de verzoekende partij nochtans duidelijk had aangetoond dat er geen onomstotelijk objectief bewijs van een vals document is, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van de conclusie van het politieverslag afdwaalt XIV-30.484-2/5 zonder daar uitleg over te geven, dat de beweerde valsheid van het stuk als enig motief van het bestreden arrest niet afdoende is gemotiveerd, dat de aangehaalde bepalingen aldus zijn geschonden, dat, wat betreft de getuigenissen van de moeder van de verzoekende partij en haar buren, niet op die door de verzoekende partij aangevoerde elementen wordt geantwoord, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen er zich toe beperkt op grond van de vals bevonden overlijdensakte het beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens ontstentenis van het rechtmatige belang en dat ook daarom sprake is van een gebrekkige motivering in strijd met de aangehaalde bepalingen; 2.
  4. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord in essentie stelt het bestreden arrest met redenen is omkleed, dat op pagina 3 van het verslag van de federale politie wel degelijk uit een aantal vaststellingen wordt besloten dat het bij de overlijdensakte “om een namaking gaat”, dat aan die conclusie geen afbreuk wordt gedaan door de opmerking verder in het verslag dat de federale politie niet beschikt over een specimen van het document en zich dus niet voor 100% over de echtheid ervan kan uitspreken, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dus niet is afgeweken van het verslag van de politie, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op grond van het valse document en de daaruit afgeleide intentie om de asielinstanties te misleiden tot de niet- ontvankelijkheid van het beroep wegens gebrek aan het rechtmatige belang heeft besloten, dat de feitenrechter de voorgelegde stukken op onaantastbare wijze beoordeelt, dat die vaststelling volstond als motief om het beroep te verwerpen en dat het enige middel ongegrond is; 2.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord in essentie toevoegt dat een zekere twijfel over de zogenaamde valsheid van de overlijdensakte niet kan worden ontkend vermits de federale politie er zelf niet voor 100% zeker van is, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een eigen interpretatie aan het besluit van de politie geeft zonder uit te leggen waarom er geen twijfels aan de valsheid zijn, dat de motivering wat dat betreft gebrekkig is en dat in het bestreden arrest geen woord over de argumenten betreffende de getuigenissen van de moeder en buren van de verzoekende partij terug is te vinden; 2.
  6. Overwegende dat het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” er niet aan in de weg staat dat een vreemdeling, ten overstaan van wie door de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus is genomen, over het vereiste belang beschikt om die beslissing met een beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aan te vechten, tenzij zou blijken dat XIV-30.484-3/5 dat beroep zelf door bedrog is aangetast; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in zijn onderzoek van de gegrondheid van het beroep een asielaanvraag onder meer omwille van de bedrieglijkheid ervan kan weigeren en daarbij de feiten inderdaad op onaantastbare wijze beoordeelt; dat de eventuele ongegrondheid van het beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen echter niet volstaat om dat beroep als niet-ontvankelijk omwille van het voornoemd algemeen rechtsbeginsel te beschouwen; dat in het bestreden arrest omwille van de ongegrondheid van één bepaald middel of onderdeel echter tot de niet- ontvankelijkheid van het beroep als dusdanig kan worden besloten; dat het middel in die mate gegrond is, BESLUIT: Artikel
  7. Vernietigd wordt het arrest nr. 13.040 van 24 juni 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  8. Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Artikel
  9. De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XIV-30.484-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien december tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-30.484-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.960 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.