id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.963 Rolnummer: A. 193720/X-14332 Zaak: Arrest 198963 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-24 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 04:03 Fiche Arrest nr 198.963 van 15 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 198.963 van 15 december 2009 in de zaak A. 193.720/X-14.
- In zake: de n.v. SEFACO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Empereur kantoor houdend te 2600 BERCHEM Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Brusselstraat 59 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- Vanessa VAN LAER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Gregory Verhelst kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de gemeente SCHILDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat August Meeusen kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Stoopstraat 1, bus 4 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 21 augustus 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “het Besluit van de Deputatie van de Provincieraad van Antwerpen van 28 mei 2009, waarbij het beroep van de NV Sefaco tegen het Besluit van 16 februari 2009 van het College van Burgemeester en Schepenen van Schilde, waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een woonpark met 28 woningen, op een terrein, X-14.332-1/8 gelegen Jachthoornlaan ZN, sectie B, nrs. 422, 387E, 395C, 396A,... niet wordt ingewilligd en geen vergunning wordt verleend”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 november
- Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter Callebaut, die loco advocaat Els Empereur verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Willem Slosse, die verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Matthias Valkeniers, die loco advocaten Peter Flamey en Gregory Verhelst verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat August Meeusen, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomsten
- Met een op 24 september 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt Vanessa VAN LAER om in het geding te mogen tussenkomen. Met een op 7 oktober 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de gemeente SCHILDE om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om deze verzoeken in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. X-14.332-2/8 IV. Feiten
- Op 20 oktober 2008 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor “het bouwen van een woonpark met 28 woningen” op een terrein gelegen te Schilde, Jachthoornlaan, kadastraal bekend sectie B, nrs. 422 (deel), 387/e (deel), 395/c (deel), 396/a, 397/a, 410/b, 413/h, 409/a, 408/a, 414/a, 407/c, 405/k, 416, 421/a (deel), 411/f (deel), 420/b (deel), 388/b2, 388/z en 398/m. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Antwerpen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979, is het betrokken terrein gelegen in woonpark. Het is niet gelegen binnen het beheersingsgebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan en maakt evenmin deel uit van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling.
- Bij besluit van 16 februari 2009 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde stedenbouwkundige vergunning.
- Op 18 maart 2009 stelt de verzoekende partij tegen het voormelde weigeringsbesluit beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Antwerpen.
- Bij het thans bestreden besluit van 28 mei 2009 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen wordt het beroep niet ingewilligd en wordt de gevraagde stedenbouwkundige vergunning niet verleend. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- De eerste tussenkomende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. X-14.332-3/8 VI. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- In haar verzoekschrift zet de verzoekende partij het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uiteen als volgt: “Art. 8 van het Koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt: ‘Het enig verzoekschrift bevat, naast de vermeldingen die worden opgesomd in artikel 2 van de algemene procedureregeling : (...) 3/ een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen;’ De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkenen. Onderhavige vergunningsaanvraag betreft het sluitstuk van de op 31 december 1970 vergunde verkaveling-de Pélichy (...). Deze verkavelingsvergunning bevat het voorlaatste luik van ontwikkeling van het in het Gewestplan Antwerpen voorziene woonparkgebied (...) op deze locatie. Uit de goedgekeurde verkaveling, onder meer uit het goedgekeurde plan van de wegeniswerken (...), blijkt dat de Jachthoornlaan werd doorgetrokken tot aan de huidige bouwsite. Ook uit het op 4 juli 1973 door de Gemeenteraad goedgekeurd Bijzonder Plan van Aanleg nr. 6 - wijzigingsplan ‘A’ - ‘Zuid-Hertebos’ blijkt dat het Plan reeds voorzag in de verdere doortrekking van de wegenis tot aan de huidige bouwsite. Het is dan ook duidelijk dat iedereen reeds meer dan 30 jaar wist dat dit laatste stuk woonparkgebied nog zou worden gerealiseerd. Het aangevraagde project is dan ook het logische en reeds 30 jaar voorziene sluitstuk van de ontwikkeling van het betreffende woonparkgebied. Thans bijna 10 jaar tracht verzoekende partij de woonparkbestemming van het gebied te realiseren. De vorige aanvraag leidde - na beroep - tot een Ministerieel Besluit van de Minister van Ruimtelijke Ordening in
- De huidige aanvraag komt volledig tegemoet aan de weigeringsmotieven in dit Besluit, met name dat een MER diende te worden opgesteld en dat het lot van de oude hoeve op de site moest worden verduidelijkt. Ook wordt volledig tegemoet gekomen aan de opmerkingen van de afdeling Bos en Groen, zoals bij de bespreking van de middelen reeds omstandig werd uiteengezet. Niettemin wordt verzoekende partij geconfronteerd met overheidsinstanties - met name het College van Burgemeester en Schepenen, verwerende partij en X-14.332-4/8 het Agentschap voor Natuur en Bos - die reeds in het Ministerieel Besluit ingenomen standpunten opnieuw in vraag stellen of die zelf hun eigen standpunten of adviezen zonder enige motivering wijzigen - met name het Agentschap voor Natuur en Bos. Bovendien heeft de Gemeente Schilde alle mogelijke - onwettige - middelen aangewend om te verhinderen dat de vergunningsaanvraag zou worden ingewilligd. De bestreden beslissing verhindert de ontwikkeling van een reeds decennialang voorzien Zo werd een - zoals onder het derde middel aangetoond onwettig - Ruimtelijk Uitvoeringsplan op 18 mei 2009 voorlopig vastgesteld door de Gemeenteraad van de Gemeente Schilde, waarin, in uitvoering van een eveneens onwettig Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan, wordt voorzien dat het gebied wordt herbestemd tot een ‘reservegebied voor wonen’, waarin het bouwen slechts mogelijk is: - nadat de noodzaak tot ontwikkeling in een kwantitatieve woonbehoeftestudie wordt aangetoond; - én is uitgewerkt door middel van een woningbouwprogrammatie; - die deel uitmaakt van een herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan; - én na een herziening van het ruimtelijk uitvoeringsplan. Dit RUP kadert in een - onwettig - beleid van ‘bevriezing’ van gronden in woon- en woonparkgebied, dat voortvloeit uit het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan. Maar daarvoor was in een beleidsnota van verwerende partij reeds uitdrukkelijk het standpunt terug te vinden om geen bouwprojecten met wegentracés meer toe te laten: ‘Dit betekent concreet een bevriezing van alle grootschalige verkavelingsprojecten met nieuwe wegentracés, maar ook inperking binnen het kader van de wettelijke mogelijkheden van alle andere verkavelingsprojecten die een aanslag inhouden op bos- en/of open landelijk gebied en niet passen binnen de politiek van wooninbreiding.’ (...) In de bestreden beslissing wordt de voorlopige vaststelling van het RUP - en dus ook de onwettige bevriezingspolitiek - als weigeringsmotief gehanteerd. Bovendien werd een onwettig Gemeenteraadsbesluit aangenomen over de wegenis. Dit Besluit (punten 20 en 21) werd bij Uw Raad middels twee beroepen tot vernietiging en vordering tot schorsing aangevochten. Dit Besluit wordt ook aangewend bij de weigeringsmotieven van de bestreden beslissing. Het is dan ook duidelijk dat de bestreden beslissing elke mogelijkheid ontneemt aan verzoekende partij om de woonparkbestemming van het gebied te realiseren. De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing houdt dus in dat een onwettig bouwverbod van het woonparkgebied doorgang vindt. De vaste intentie om elke ontwikkeling van het betrokken woonparkgebied te verijdelen blijkt ook uit het Gemeenteraadsbesluit van 19 januari 2009 (...). Uit dit Gemeenteraadsbesluit van 19 januari 2009 (...) blijkt dat verwerende partij studiebureau Igean de opdracht heeft gegeven om een Ruimtelijk Uitvoeringsplan op te maken voor de bevriezing van de betrokken gronden. Uiteraard zou een dergelijke bevriezing tot gevolg hebben dat de realisering van de Gewestplanbestemming ‘woonparkgebied’ niet meer zou kunnen plaatsvinden. Uit punt 16 van dit Gemeenteraadsbesluit van 19 januari 2009 (...) blijkt dat de Gemeenteraad bovendien vraagt om de mogelijkheden tot bestemmingswijziging van Hof ter Linden naar bosgebied bij de opmaak van het volgende Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan te onderzoeken. Het is dan ook duidelijk dat de Gemeente de intentie heeft om het betrokken woonparkgebied te herbestemmen naar bosgebied, hetgeen de nood aan een spoedige schorsing van de bestreden beslissing enkel maar ondersteunt. X-14.332-5/8 Aldus kan de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing moeilijk te herstellen ernstige nadelen in hoofde van verzoekende partij tot gevolg hebben”.
- Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting te bevatten van de middelen en de feiten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Hieruit volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, alsook dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partij mag zich in haar uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan.
- De verzoekende partij is een rechtspersoon in de vorm van een naamloze vennootschap. Luidens artikel 2 van haar statuten heeft zij tot doel: “- de uitbating, in de meest uitgebreide zin, van een hondenkennel en dus ondermeer het verhuren van ruimten voor het onderbrengen van honden, het in pension nemen ervan, het aankopen, fokken en verkopen van honden; - het aan- en verkopen van voeding en toebehoren voor dieren; - de verzorging van dieren; - het ontwerpen, construeren, plaatsen, huren, verhuren en verkoop van hondenrennen; - het houden en fokken van paarden; - de aankoop en verkoop van paardencamions; - de activitieten i.v.m. sportwedstrijden met dieren. De vennootschap heeft eveneens tot doel, hetzij voor eigen rekening, hetzij voor rekening van derden of bij deelneming in België of in het buitenland, alle onroerende en hiermede betrekking hebben roerende verrichtingen te doen, namelijk het verwerven, ruilen, vervreemden, beheren, huren, verhuren, onderverhuren, laten bouwen en verbouwen, in optie nemen of te geven, de X-14.332-6/8 promotie en het makelen, het verkavelen, uitbaten en het in waarde brengen van alle eigendommen en gronden en het voeren van een studiebureel in verband hiermede. De vennootschap zal alle commerciële, industriële, financiële, roerende en onroerende verhandelingen mogen verrichten die in rechtstreeks of onrechtstreeks verband staan met haar maatschappelijk doel, of die er de uitbreiding van kunnen bevorderen. Zij mag rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen in alle ondernemingen die een gelijkaardig doel nastreven”.
- De verzoekende partij is een commerciële vennootschap. Het aangevoerde nadeel, met name het niet kunnen verwezenlijken van de bouw van het betrokken woonpark, komt in haren hoofde in wezen neer op een louter financieel nadeel. Een financieel nadeel is in beginsel niet moeilijk te herstellen. De verzoekende partij brengt geen enkel concreet gegeven bij waaruit zou kunnen blijken dat dit te dezen wel het geval zou zijn. Voorts dient te worden vastgesteld dat de voorwaarde dat moet worden aangetoond dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en de voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van deze akte kunnen verantwoorden, twee afzonderlijke voorwaarden zijn die cumulatief moeten zijn vervuld om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. De omstandigheid dat het bestreden besluit volgens de verzoekende partij is gesteund op onwettige motieven, toont op zich niet aan dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan in haren hoofde een moeilijk te herstellen ernstig nadeel veroorzaakt.
- Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de uiteenzetting van de verzoekende partij geen concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. X-14.332-7/8 BESLISSING
- De verzoeken van Vanessa VAN LAER en van de gemeente SCHILDE tot tussenkomst in het administratief kort geding worden ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Johan Bovin X-14.332-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.963 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.038 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div