← België

Arrest 198992 - Toerisme - 17/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.992 Rolnummer: A. 158286/XII-4328 Zaak: Arrest 198992 - Toerisme - 17/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-30 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:03 Fiche Arrest nr 198.992 van 17 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Toerisme Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 198.992 van 17 december 2009 in de zaak A. 158.286/XII-

  1. In zake: Emilius VAN LOOCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Bock kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Roland Pockele-Dilles kantoor houdend te Antwerpen Stoopstraat 1, bus 13 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 10 december 2004, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 15 oktober 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen tot de administratieve volledige sluiting gedurende drie maanden van hotel Venus, Otto Veniusstraat 30 te Antwerpen. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 139.977 van 1 februari 2005 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoeker heeft verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-4328-1\4 Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 mei
  4. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Barbara Vanuytsel, die loco advocaat Dirk De Bock verschijnt voor verzoeker, en advocaat Kristine Dillen, die loco advocaat Roland Pockele-Dilles verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Het college van burgemeester en schepenen is een eerste keer tegen het hotel van verzoeker opgetreden met een beslissing van 7 mei 2003 tot definitieve sluiting van de lokalen of plaatsen die gebruikt worden voor prostitutie. De politie heeft op 25 mei 2003 drie van de zeven kamers verzegeld. Op 15 oktober 2004 gaat het college van burgemeester en schepenen over tot administratieve volledige sluiting van het hotel. In de formele motivering wordt onder andere gewag gemaakt van politievaststellingen op 16, 17 en 25 juli 2004, hoofdzakelijk over het halen en brengen van prostituees en verstoring van de openbare rust, van klachten van buurtbewoners in verband met “de enorme overlast”, van de woonfunctie van de straat en de nabijheid van twee scholen. Weliswaar wordt de sluiting tot een termijn van drie maanden beperkt, omdat de eigenaar zich tijdens de hoorzitting bereid verklaart te onderzoeken “of XII-4328-2\4 een gewone hoteluitbating niet mogelijk is, eventueel zelfs een andere bestemming” en het college van burgemeester en schepenen de kans wil geven om een haalbaar voorstel te formuleren. IV. Ontvankelijkheid
  7. Ter terechtzitting betwist verwerende partij verzoekers belang omdat hij sinds midden 2005 de exploitatie van het betrokken hotel aan zijn echtgenote zou hebben overgedragen. De exceptie wordt verworpen. De overdracht verandert er niets aan dat verzoeker de bestreden sluiting van drie maanden hoe dan ook heeft moeten ondergaan. V. Onderzoek van het middel Standpunt van verzoeker
  8. In een enig middel voert verzoeker de “Schending van de materiële en formele motiveringsplicht” aan. In de eerste plaats verklaart hij dat hij de vaststellingen van de politie niet betwist, maar dat hij niet op de hoogte ervan moet zijn dat prostituees in café ’t Keteltje klanten ronselen en met wie zij naar zijn hotel gaan, dat het hotel tijdens de kantooruren op werkdagen heel wat ambtenaren en werknemers van de kantoren en handelszaken in de buurt als klant heeft en dat hij negroïde vrouwen die het hotel bezoeken niet mag uitsluiten. In de tweede plaats betoogt hij dat de scholen waarnaar verwerende partij verwijst niet in de onmiddellijke nabijheid gelegen zijn en dat niet is aangetoond dat de Otto Veniusstraat een typische woonbuurt is. Bespreking
  9. In het auditoraatsverslag wordt opgemerkt dat de bestreden beslissing berust op het artikel 61 van de code van gemeentelijke politiereglementen dat een principieel verbod inhoudt om in de onmiddellijke omgeving van onder andere scholen, kamers ter beschikking te houden voor het zich overgeven aan prostitutie, en dat, gelet op de concrete omstandigheden van de zaak, verzoeker niet aannemelijk maakt dat de bestreden beslissing ten onrechte gewag maakt van twee XII-4328-3\4 scholen nabij zijn hotel. Voorts wordt in het verslag geargumenteerd dat verwerende partij terecht van mening was dat verzoeker niet onwetend ervan kon zijn “dat de betrokken negroïde vrouwen die [zijn] instelling gebruiken prostituee zijn”. Niet alleen dient verzoeker geen laatste memorie in, bovendien deelt hij in een brief van 7 april 2009 mee dat de toestand sinds de indiening van de laatste procedurestukken “enigszins gewijzigd” is en dat er namelijk geen klachten “meer” zijn wegens overlast en er geen prostitutie “meer” bedreven wordt. In die omstandigheden ziet de Raad van State des te minder reden om de zienswijze in het auditoraatsverslag niet bij te vallen.
  10. Het enig middel wordt verworpen. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep.
  12. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 december 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, met bijstand van Silja Doms, griffier. De griffier, De voorzitter, Silja Doms Dierk Verbiest XII-4328-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.992 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.977 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.