← België

Arrest 199001 - Kansspelen - 17/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.001 Rolnummer: A. 139820/XII-3914 Zaak: Arrest 199001 - Kansspelen - 17/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-30 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:03 Fiche Arrest nr 199.001 van 17 december 2009 Justitie - Kansspelen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 199.001 van 17 december 2009 in de zaak A. 139.820/XII-3914 In zake: de BVBA SLOTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris De Smet kantoor houdend te Waregem Westerlaan 37, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE KNOKKE-HEIST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 31 juli 2003, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 26 juni 2003 van de gemeenteraad van de gemeente Knokke- Heist om geen convenant te sluiten met de bvba Slots voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II aan de Nicolas Mengélaan 5 te Knokke-Heist. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 126.480 van 16 december 2005 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekster een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster een memorie van wederantwoord. XII-3914-1\6 Auditeur Patricia De Somere heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 juni
  3. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris De Smet, die verschijnt voor de verzoekster, is gehoord. Auditeur Patricia De Somere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. De bestreden beslissing
  5. De bestreden beslissing weigert met verzoekster een convenant te sluiten voor de uitbating van een kansspelinrichting klasse II aan de Nicolas Mengélaan 5 te Knokke-Heist. Nadat verwerende partij erin heeft overwogen dat gelet op artikel 34, derde lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna: de kansspelwet) de beslissing om een convenant te sluiten tot haar discretionaire bevoegdheid behoort, neemt zij “vooreerst” aan dat artikel 36, 4/, van de kansspelwet bepaalt dat de aanvrager ervoor moet zorgen dat de uitbating niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, plaatsen waar erediensten worden gehouden en gevangenissen, dat zich zeven onderwijsinstellingen in de nabijheid van de gevraagde vestigingsplaats bevinden, dat ook zeven plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht in de nabijheid gevestigd zijn, dat op 220 meter een plaats voor erediensten gelegen is, en dat “daaruit blijkt dat in de nabijheid van de gewenste vestigingsplaats dermate veel XII-3914-2\6 persoonsgevoelige gelegenheden voorhanden zijn dat het, in het licht van het door de wetgever nagestreefde doel, tegenaangewezen is aldaar een kansspelinrichting klasse II te exploiteren”. In de tweede plaats -“bovendien”- wordt gemotiveerd dat artikel 34, tweede lid, van de kansspelwet bepaalt dat ten hoogste 180 kansspelinrichtingen klasse II toegestaan zijn, dat er in België 589 steden en gemeenten zijn met samen 10.310.000 inwoners, wat neerkomt op één kansspelinrichting klasse II per 57.000 inwoners, dat de gemeente Knokke-Heist 33.559 inwoners telt, terwijl er inmiddels reeds drie inrichtingen door de kansspelcommissie vergund zijn en de gemeente “in totaal reeds heeft ingestemd om zeven convenanten aan te gaan”, en dat zodoende, wat het maatschappelijk draagvermogen van de gemeente betreft, reeds een absoluut maximum is bereikt. IV. Onderzoek van de middelen Standpunt van de partijen
  6. Verzoekster voert in een eerste middel de schending aan van de artikelen 34, 35 en 36 van de kansspelwet, van de verplichting tot formele en materiële motivering, van het gelijkheidsbeginsel, het fair play-beginsel en het verbod van willekeur. In een eerste onderdeel, gericht tegen het motief in verband met de nabijheid van bepaalde plaatsen, wordt onder meer aangevoerd dat verwerende partij wel instemde, bij beslissing van 28 maart 2002, met een convenant met de nv Rodney’s voor een locatie te Heist, Kursaalstraat 18, “dit is op een afstand van nog geen 30 meter (!) van de locatie te Heist, N. Mengélaan 5 waarvoor aan verzoekster het convenant is geweigerd”. In een tweede onderdeel, met betrekking tot het motief aangaande de concentratie van kansspelinrichtingen klasse II, doet verzoekster onder andere gelden dat het gebaseerd is op argumenten waarvan de afweging niet aan de gemeente toekomt en waarvoor geen basis in de wet of in enig koninklijk besluit is.
  7. Verwerende partij antwoordt in de memorie van antwoord op het eerste onderdeel dat verzoekster niet bewijst dat met anderen een convenant werd XII-3914-3\6 aangegaan in identieke omstandigheden, dat het gemeenteraadsbesluit van 28 maart 2002 in verband met een convenant ten gunste van de nv Rodney’s, op 29 augustus 2002 werd gewijzigd en in zitting van 26 september 2002 is ingetrokken. Overigens is in artikel 34, derde lid, van de kansspelwet aan de gemeenten uitdrukkelijk een discretionaire bevoegdheid toegekend, hetgeen inhoudt dat de gemeenteraad niet steeds dezelfde lijn moet blijven aanhouden. In zulke wettelijke context is het gelijkheidsbeginsel niet geschonden wanneer de gemeenteraad op een gegeven ogenblik vaststelt en oordeelt dat een absoluut maximum is bereikt wat het maatschappelijk draagvermogen van de gemeente betreft. Aangaande het tweede onderdeel reageert verwerende partij dat niets eraan in de weg staat dat de gemeenteraad binnen het kader van de rol die de wetgever hem heeft voorbehouden, van oordeel is dat op een gegeven moment een absoluut maximum is bereikt wat het maatschappelijk draagvermogen van de gemeente betreft. Uit het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 114/01 van 20 september 2001 blijkt dat een beperking van het aantal casino’s gebaseerd op een verhouding tot het bevolkingsaantal en op een geografische spreiding ervan niet onredelijk is. Waarom, vraagt verwerende partij zich af, zou het anders zijn voor de kansspelinrichtingen klasse II?
  8. In de laatste memorie benadrukt verwerende partij dat de aanvragen van de nv Rodney’s, van de bvba De Gouden Gok en van verzoekster niet gelijktijdig maar successief zijn behandeld, dat de overheid haar beleid moet kunnen aanpassen aan de wisselende omstandigheden van het algemeen belang, dat zij aldus op een bepaald ogenblik tot het besluit mocht komen dat een bepaalde saturatie is bereikt om “een prima facie gelijkaardige aanvraag toch anders te beoordelen”, dat dit voor verwerende partij precies het “kroonmotief” is geweest om aan verzoekster geen convenant meer toe te staan, dat de andere motieven “eigenlijk overtollig” zijn. Beoordeling
  9. Artikel 34, derde lid, van de kansspelwet luidt: “De uitbating van een kansspelinrichting klasse II moet geschieden krachtens een convenant dat voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater. De beslissing om een dergelijk convenant te sluiten, behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Het convenant bepaalt waar de kansspelcommissie wordt gevestigd alsook de nadere voorwaarden, de openings- en sluitingsuren, alsook de XII-3914-4\6 openings- en sluitings-dagen van de kansspelinrichtingen klasse II en wie het gemeentelijk toezicht waarneemt”. Kent deze bepaling de gemeente weliswaar een discretionaire bevoegdheid toe met betrekking tot de vestigingsplaats van de kansspelinrichtingen klasse II en de uitbatingsmodaliteiten, deze beoordelingsbevoegdheid is niet onbeperkt. Onder meer wordt ze beperkt door de gelijkheidsregel.
  10. Te dezen heeft verwerende partij de aanvraag van verzoekster tot het sluiten van een convenant “vooreerst” afgewezen om reden van de prohibitieve nabijheid van onderwijsinstellingen, van plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht en van een kerk. Niettemin stemde de gemeenteraad op 28 maart 2002 wél in met een convenant met de nv Rodney’s voor een kansspelinrichting klasse II in de Kursaalstraat 18, welke locatie “nog geen 30 meter” (stelling van verzoekster) of “iets meer dan 50 meter” (stelling van verwerende partij) gelegen is van de vestigingsplaats die verzoekster beoogde. Op 29 augustus 2002 stemde de gemeenteraad er zelfs mee in deze locatie uit te breiden naar de aanpalende gebouwen aan de Kursaalstraat 14 en de Vlamingstraat 1-3, waardoor ze nog minder ver van de locatie van verzoekster verwijderd was. Op 16 november 2002, ten slotte, trok de gemeenteraad die beslissing in en besliste hij, op verzoek van de nv Rodney’s zelf, om het convenant voor de locatie Kursaalstraat 14-18 en Vlamingstraat 1-3 in de plaats te sluiten met de bvba De Gouden Gok. Behoudens de vage, niet nader gestaafde en niet overtuigende bewering dat de locaties van verzoekster, respectievelijk van de nv Rodney’s of de bvba De Gouden Gok, in twee verschillende straten liggen die “qua patroon en ligging niet vergelijkbaar zijn (zo ondermeer op het stuk van wandelend/slenterend publiek en mobiliteit)”, is de verantwoording voor die verschillende behandeling klaarblijkelijk te vinden in de opvatting waarop het tweede motief berust, namelijk dat nog meer kansspelinrichtingen klasse II op het grondgebied van de gemeente het maatschappelijk draagvermogen ervan te boven zou gaan.
  11. Wat er van de intrinsieke waarde van dit motief ook weze, het is er één waarvan de verwerende partij zich niet rechtmatig kan bedienen in de uitoefening van de bevoegdheid die artikel 34, derde lid, van de kansspelwet haar toekent. XII-3914-5\6 Zoals de Raad van State reeds mocht oordelen in zijn arrest nr. 193.804 van 4 juni 2009 komt het aan de kansspelcommissie toe om uit te maken hoeveel vergunningen klasse B voor een kansspelvergunning klasse II op het grondgebied van een gemeente mogen worden verleend. Aan die overheid, en niet aan de gemeente, heeft de kansspelwet in artikel 21, eerste lid, 1, opgedragen om de 180 beschikbare vergunningen klasse B uit te reiken en te verdelen onder de aanvragers.
  12. Uit wat voorafgaat volgt dat zowel het eerste als het tweede motief van de bestreden beslissing ondeugdelijk zijn. Het middel is in die mate gegrond. BESLISSING
  13. De Raad van State vernietigt de beslissing van 26 juni 2003 van de gemeenteraad van de gemeente Knokke-Heist om geen convenant te sluiten met de bvba Slots voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II aan de Nicolas Mengélaan 5 te Knokke-Heist.
  14. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 december 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, met bijstand van Silja Doms, griffier. De griffier, De voorzitter, Silja Doms Dierk Verbiest XII-3914-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.001 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.480 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.