← België

Arrest 199054 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 17/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.054 Rolnummer: Zaak: Arrest 199054 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 17/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-21 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-01 12:00 Fiche Arrest nr 199.054 van 17 december 2009 Onderwijs en cultuur - Reglementen (onderwijs en cultuur) Beslissing : Afstand Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 199.054 van 17 december 2009 in de zaken A. 194.082/XII-5965 en A. 194.083/XII-

  1. In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Abderrahim Lahlali kantoor houdend te Gent Kortrijksesteenweg 731 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kaat Leus en Véronique Pertry kantoor houdend te Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep en van de vordering
  2. Het beroep, ingesteld op 25 september 2009, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 11 september 2009 van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs inzake het dragen van uiterlijke levensbeschouwelijke kentekens. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld over de vordering tot schorsing. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 december
  4. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. XII-5966-1\4 Advocaat Abderrahim Lahlali, die verschijnt voor verzoekster, en advocaten Kaat Leus en Véronique Pertry, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Afstand van het geding
  6. Zoals verzoekster het reeds op 30 november 2009 met een aangetekend schrijven aan de Raad van State liet weten, bevestigt haar raadsman ter terechtzitting dat zij onherroepelijk en onvoorwaardelijk afstand doet van haar annulatieberoep en dus ook van de vordering tot schorsing van de bestreden beslissing.
  7. De verwerende partij reageert hierop in een uitvoerige nota. Zij wijst er op dat verzoekster de vordering tot schorsing in de huidige zaak heeft ingesteld met een afzonderlijk verzoekschrift en dat dit een procedurefout is die doet besluiten dat de vordering niet ontvankelijk is, zoals ook de auditeur-verslaggever in haar verslag vaststelt. Verwerende partij “kan zich te dezen niet van de indruk ontdoen dat de afstand [...] er alléén maar toe strekt om het voor verzoekster mogelijk te maken, zij het op oneigenlijke wijze, dat zij nog een tweede vordering tot schorsing en een tweede beroep tot nietigverklaring zou kunnen indienen”. Volgens verwerende partij is de afstand laattijdig - en ten minste te laat om nog nuttig de onregelmatigheden van de huidige vordering tot schorsing te kunnen rechtzetten. Verwerende partij ontwikkelt vervolgens haar argumentatie waarom het navolgend beroep, of minstens de navolgende vordering tot schorsing niet ontvankelijk zijn, want strijdig met het verbod van cumul van schorsingsberoepen, om dan te besluiten dat uitspraak moet worden gedaan over de onontvankelijkheid van huidige schorsingsprocedure in plaats van de afstand toe te wijzen.
  8. Luidens artikel 44 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State is artikel 59 XII-5966-2\4 van de algemene procedureregeling, betreffende de afstand, van toepassing op het administratief kort geding. Luidens dit artikel 59 dan weer, doet de kamer bij dewelke de zaak aanhangig is, “zonder verwijl over de afstand uitspraak” wanneer uitdrukkelijk wordt afgezien van de vraag. Daarenboven bepaalt artikel 30, § 5, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State : “Wanneer een vordering tot schorsing en een verzoekschrift tot nietigverklaring aanhangig gemaakt worden bij de Raad van State, en wanneer de verzoeker zich in de loop van de schorsingsprocedure terugtrekt,[...] kan de Raad van State in één en hetzelfde arrest uitspraak doen over de vordering tot schorsing en over het verzoekschrift tot nietigverklaring zonder dat de voortzetting van de procedure gevorderd kan worden, en is het recht dat daarmee verband houdt niet verschuldigd”.
  9. Het weliswaar reeds door verzoekster ingestelde, navolgende beroep en de samen ermee gevorderde schorsing zijn thans niet in het debat. Haar ondubbelzinnige verklaringen terzake maken van verzoekster voor de huidige zaak een partij die “zich in de loop van de schorsingsprocedure terugtrekt”. Met de vrijheid om al dan niet een geding in te stellen correleert de vrijheid om al dan niet ervan afstand te doen. Een termijn is daarvoor niet opgelegd. Als het zo zou zijn dat die afstand gebeurt met het oogmerk een onregelmatigheid recht te zetten, refereert verwerende partij aan omstandigheden die mogelijk een weerslag hebben op de ontvankelijkheid van het andere beroep of de er bijbehorende vordering tot schorsing en staat het verwerende partij vrij die argumenten op het gepaste ogenblik in het debat van die zaak te betrekken. IV. Kosten
  10. Uit het geciteerde artikel 30, § 5, vierde lid, blijkt dat het recht verband houdend met de voortzetting van de procedure niet verschuldigd is. Nu evenwel verzoekster twee afzonderlijke verzoekschriften heeft ingediend voor de schorsing, eensdeels, en voor de nietigverklaring, anderdeels, dient zij ook zonder die voortzetting de kosten van het annulatieberoep te dragen. XII-5966-3\4 V. Anonimisering
  11. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State vraagt de verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
  12. De afstand van het beroep tot nietigverklaring en van de vordering tot schorsing wordt vastgesteld.
  13. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro.
  14. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 december 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Frank Bontinck, griffier. De griffier, De voorzitter, Frank BONTINCK Geert VAN HAEGENDOREN XII-5966-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.054 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.