← België

Arrest 199110 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 18/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.110 Rolnummer: A. 183573/XIV-29552 Zaak: Arrest 199110 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 18/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-08 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:04 Fiche Arrest nr 199.110 van 18 december 2009 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 199.110 van 18 december 2009 in de zaak A. 183.573/XIV-29.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat K. DASSEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraakse nationaliteit, op 24 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 19 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; Gelet op de beschikking nr. 911 van 5 juli 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op het arrest nr. 186.009 van 3 september 2008 waarbij het beroep wordt voortgezet overeenkomstig de artikelen 13 tot 18 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 13 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 april 2009; XIV-29.552-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die loco advocaat K. DASSEN verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché R. LARNO, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 19 oktober 2005 en zich op 21 oktober 2005 vluchteling verklaart; dat de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 22 januari 2007 een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus neemt; Overwegende dat de verzoekende partij op 5 februari 2007 tegen die weigeringsbeslissing beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aantekent; dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen het beroep met een beslissing van 19 april 2007 verwerpt; dat dit de bestreden beslissing is; 2.
  3. Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel onder meer opwerpt dat het beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen volgens de motivering van de bestreden beslissing niet-ontvankelijk is omdat het belang door fraude is aangetast, dat de voorwaarden om te ressorteren onder het internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, of om de subsidiaire beschermingsstatus toe te kennen totaal niet onderzocht zijn, dat niet op de aanvraag van de subsidiaire beschermingsstatus wordt ingegaan en dat dit een gebrekkige motivering vormt; 2.
  4. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord in essentie stelt dat, gezien de correcte vaststellingen in de bestreden beslissing dat de verzoekende partij heeft getracht op intentionele wijze de asielinstanties te misleiden aangaande wezenlijke elementen van haar asielaanvraag, het belang van de verzoekende partij ontbreekt en niet wettig is en dat het beroep derhalve bij gebrek aan een rechtmatig belang niet-ontvankelijk is; XIV-29.552-2/4 2.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij het middel in de memorie van wederantwoord herhaalt; 2.
  6. Overwegende dat het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” er niet aan in de weg staat dat een vreemdeling, ten overstaan van wie door de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus en van de subsidiaire beschermingsstatus is genomen, over het vereiste belang beschikt om die beslissing met een beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aan te vechten, tenzij zou blijken dat dat beroep zelf door bedrog is aangetast; dat de eventuele ongegrondheid van het beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet volstaat om dat beroep als niet-ontvankelijk omwille van het voornoemd algemeen rechtsbeginsel te beschouwen en om geen uitspraak te doen over de erkenning als vluchteling en over de subsidiaire beschermingsstatus; dat het middel in die mate gegrond is, BESLUIT: Artikel
  7. Vernietigd wordt de beslissing van 19 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen. Artikel
  8. Dit arrest zal in de registers van voormelde Commissie worden overschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Artikel
  9. De zaak wordt verwezen naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  10. XIV-29.552-3/4 De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien december tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-29.552-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.110 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.009 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.