← België

Arrest 199133 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 21/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.133 Rolnummer: A. 194941/IX-6639 Zaak: Arrest 199133 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 21/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-21 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 199.133 van 21 december 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 199.133 van 21 december 2009 in de zaak A. 194.941/IX-6639 In zake : Marc CALCOEN wonende te Brussel Van Volxemlaan 143 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering De vordering, ingesteld op 18 december 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bij brief van 9 december 2009 aan Marc CALCOEN ter kennis gebracht besluit waarbij Selor zijn kandidatuur voor directeur-generaal consulaire zaken bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking niet weerhoudt omdat hij niet voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden voor de selectieproeven. II. Verloop van de rechtspleging De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december 2009 om 16.00 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. IX-6639-1/6 De verzoeker en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Melissa Celis, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. III. Feiten De verzoeker, ambtenaar van de derde administratieve klasse van de diplomatieke carrière bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, heeft zich op 12 november 2009 kandidaat gesteld voor twee open verklaarde betrekkingen van directeur-generaal bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: één voor de dienst Consulaire Zaken en één voor de dienst Bilaterale Zaken. Voor de betrekking bij de dienst Bilaterale Zaken nam de verzoeker naar eigen zeggen reeds deel aan de geïnformatiseerde proef en aan de mondelinge proef. De wervingsprocedure voor de betrekking bij de dienst Consulaire Zaken loopt iets achter. De geïnformatiseerde proef wordt georganiseerd op maandag 21 december
  2. Met een brief van 9 december 2009 deelt de verwerende partij aan de verzoeker mede: “Betreft: Selectie van directeur-generaal consulaire zaken voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ingevolge de analyse van uw curriculum vitae betreffende de hierboven vermelde selectie deel ik u mede dat uw kandidatuur niet kan weerhouden worden aangezien ze niet overeenstemt met de deelnemingsvoorwaarden vermeld in het desbetreffende selectiereglement. Tot mijn spijt moet ik u dan ook meedelen dat u definitief van de deelne- merslijst werd geschrapt. Als bijlage zend ik u de fiche met de analyse van uw CV.” IX-6639-2/6 Die beslissing vormt het voorwerp van het onderhavig verzoek tot schorsing. Inhoudelijk verzet de verzoeker zich tegen het feit dat de ervaring, waarnaar hij in zijn cv verwezen heeft, zonder enige uitleg wordt verworpen. IV. De toelaatbaarheid van de vordering Het verzoekschrift is met een faxbericht op vrijdag 18 december 2009 in de loop van de voormiddag ingediend en de verzoeker legt de hoogdring- endheid van de zaak in het feit dat de eerstvolgende proef in de betreffende selectieprocedure doorgaat op maandag 21 december
  3. Aangezien het vrijwaren van de rechten van de verzoeker een onmiddellijk optreden vereist, wordt de vordering onderzocht op basis van het per faxbericht ingediend verzoekschrift. Daarmee is de verzoeker niet vrijgesteld van de substantiële vormen die de procedureregeling voor het indienen van het verzoekschrift vereist, hetgeen te gelegener tijd onderzocht zal worden. Het betekent wel dat de Raad van State zijn onderzoek in essentie toespitst op het nadeel dat zich onmiddellijk dreigt te realiseren, met name dat de verzoeker op 21 december 2009 niet aan de geïnformatiseerde proef mag deelnemen. V. Onderzoek van de vordering Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is, wat betekent dat een gewone schorsingsvordering het gevreesde nadeel niet meer kan verhinderen en dat de betrokkene de vereiste diligentie betoond heeft om de zaak zo spoedig mogelijk bij de Raad van State aanhangig te maken. De hoogdringendheid De bestreden beslissing is aan de verzoeker ter kennis gebracht met een brief van 9 december
  4. De verzoeker bevestigt dat hij die brief op vrijdag 11 december 2009 ontvangen heeft. Het verzoekschrift is met een faxbericht IX-6639-3/6 op vrijdag 18 december 2009 in de loop van de voormiddag op de Raad van State aangekomen. De verzoeker legt de hoogdringendheid van de zaak in het feit dat de eerstvolgende proef in de betreffende selectieprocedure doorgaat op maandag 21 december
  5. Uit de uiteenzetting van de verzoeker ter terechtzitting, die erop neerkomt dat hij na de ontvangst van de beslissing op informatie uitgegaan is om verduidelijking over zijn uitslag te verkrijgen, kan opgemaakt worden dat hij op maandag 14 december 2009 of zeker daags nadien van andere deelnemers aan het examen vernomen heeft dat de geïnformatiseerde proef zou doorgaan op 21 december
  6. Vanaf dat ogenblik wist de verzoeker, wetend dat een gewone werkweek van maandag tot vrijdag loopt, dat het uitstellen van zijn vordering tot vrijdagmorgen betekende dat die vordering slechts effect zou kunnen hebben indien de Raad van State, in de gewone samenstelling, zijn zaak nog dezelfde dag op een openbare terechtzitting zou onderzoeken. Daargelaten de vraag of de verzoeker wel voldoende diligent gehandeld heeft om een behandeling bij uiterst dringende noodzakelijkheid te rechtvaardigen -door zijn vrije keuze heeft hij de Raad van State immers gedwongen om de zaak binnen enkele uren vast te stellen, het recht op wapengelijkheid van de verwerende partij ernstig verstoord en de auditeur-verslaggever verhinderd om de zaak met enige ernst te bekijken-, primeert voor de Raad van State op dit ogenblik de verklaring van de raadsman van de verwerende partij ter terechtzitting dat, los van de behandeling van de grond van de zaak, de verzoeker wegens het resultaat dat hij onlangs verkregen heeft in de parallelle wervingsproef, vrijgesteld is van de proef die op 21 december 2009 zal doorgaan. Daarbij komt dat de verwerende partij in het administratief dossier een stuk 11 overlegt, dat de raadsman van de verwerende partij aanmerkt als de neerslag van een heroverweging van het bestreden besluit, dat aan de verzoeker ter kennis gebracht zal worden. De vaststelling dat de aanspraken van de verzoeker in het kader van de selectieprocedure niet beïnvloed worden wanneer hij op 21 december 2009 niet deelneemt aan de geïnformatiseerde proeven omdat hij er sowieso van vrijgesteld is, heeft tot gevolg dat in die datum geen reden gevonden kan worden om de zaak onmiddellijk nader te onderzoeken. De omstandigheid dat er een IX-6639-4/6 “verbeterde screeningsfiche” opgemaakt is, zodat de verzoeker mag verwachten in kennis gesteld te worden van een nieuwe beslissing, maakt dat de Raad van State, in acht genomen het minieme verweer dat de verwerende partij en het uiterst summier onderzoek dat de auditeur-verslaggever hebben kunnen voeren, geen rekening houdt met andere omstandigheden die de hoogdringende behandeling van deze zaak alsnog zouden kunnen verantwoorden en die de verzoeker in zijn verzoekschrift ook niet in evidentie stelt. De verwijzing naar het feit dat in de parallelle procedure de mondelinge proef “kort na de eerste (plaatsgevonden heeft)” en de vrees dat dit ook in deze selectieprocedure het geval zal zijn rechtvaardigt geen onmiddellijk optreden. De vereiste van de hoogdringendheid is niet vervuld. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VI. Kosten De verzoeker stelt in de begeleidende brief bij zijn verzoekschrift dat hij vrijstelling van de geïnformatiseerde proef kan verkrijgen “indien dit gevraagd wordt de dag voordien”. Hij blijkt die vraag niet voorafgaand aan zijn vordering rechtstreeks aan de verwerende partij gesteld te hebben. Mogelijks had hij daarmee de onderhavige vordering kunnen vermijden. De kosten van de onderhavige procedure worden te zijnen laste gelegd. VII. Uitspraak Aangezien het te verwachten is dat, wegens de ontwrichting van het verkeer wegens de slechte weersomstandigheden, het arrest niet tijdig zal kunnen uitgesproken worden, is toepassing gemaakt van artikel 16, § 5, van het algemeen procedurereglement en heeft de voorzitter op 20 december 2009 het arrest ter kennis gebracht van de verzoeker en van de raadsman van de verwerende partij. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt de vordering.
  8. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. IX-6639-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 december 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6639-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.133 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.