← België

Arrest 199138 - Penitentiair recht - 21/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.138 Rolnummer: A. 194919/IX-6637 Zaak: Arrest 199138 - Penitentiair recht - 21/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 199.138 van 21 december 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 199.138 van 21 december 2009 in de zaak A. 194.919/IX-6637 In zake : Rik DEPYPERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Demeyer kantoor houdend te Brugge Cordoeaniersstraat 17-19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 15 december 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 10 december 2009 van de gevangenisdirecteur te Brugge waarbij aan Rik DEPYPERE met ingang van 11 december 2009 de volgende tuchtsanctie wordt opgelegd: “- afgezet werk, mag onmiddellijk ander werk vragen, met uitzondering van een vertrouwensfunctie voor minstens 6 maand, tot en met 10/06/
  2. - 1 maand strikt zonder gunsten, van 11/12/2009 tot en met 11/01/
  3. Aanvang van de tuchtsanctie: 11/12/2009”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 december 2009, om 14.00 uur. IX-6637-1/6 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Judith Demeyer, die loco advocaat Rik Demeyer verschijnt voor de verzoeker, en attaché Eva De Cock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De verwerende partij betwist de uiteenzetting van de feiten door de verzoeker niet. Zij luidt, samengevat als volgt: Op 3 december 2009 heeft een bewaker tegen DEPYPERE Dirk, broer van de verzoeker, een tuchtrapport opgesteld waarin hij melding maakt van het aantreffen van een GSM-batterij bij een fouille na ongestoord bezoek. DEPYPERE Dirk werd opgeroepen op de zitting van 7 december 2009, maar hij kreeg geen tuchtstraf omdat het feit door iemand anders gepleegd zou zijn. Dezelfde dag nog kreeg verzoeker DEPYPERE Rik een oproeping voor de zitting van 9 december
  7. Na de voortzetting van het verhoor op 10 december 2009, is de bestreden beslissing genomen. IV. Onderzoek van de vordering
  8. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de IX-6637-2/6 aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. A. Ernst van de middelen
  9. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  10. De verzoeker zet uiteen dat de tegen hem gevoerde procedure gebeurde met inachtneming van een vals stuk en dat de valsheid van dit stuk de gehele tuchtprocedure aantast. Hij verwijst naar het tegen hem opgemaakt rapport aan de directeur, dat de datum draagt van 3 december 2009 en dat ondertekend is door penitentiair beambte Van Den Bossche, maar dat onmogelijk op 3 december opgemaakt kan zijn, aangezien op die dag een rapport tegen zijn broer Dirk werd opgesteld. Tijdens de debatten op 9 december 2009 is hem een nieuw exemplaar van het oorspronkelijk rapport tegen Dirk voorgelegd met daarop geschreven: “gewijzigd op 9 december 2009 na verhoor van Rik” en dat stuk moest dienen omdat het eerder vermeld rapport tegen hem, met de datum van 3 december 2009, vals is. Beoordeling
  11. De verzoeker toont ook ter terechtzitting niet aan dat hij de geëigende strafrechtelijke procedure ingesteld heeft om de valsheid in geschriften vastgesteld te zien. Nochtans is dat de voorwaarde opdat de Raad van State toepassing zou kunnen maken van de artikelen 51 van het algemeen procedureregle- ment en 43 van het procedurereglement kortgeding. In ieder geval blijkt uit de stukken die het verloop van de tuchtprocedure relateren, dat de penitentiair beambte die de feiten vaststelde, de bedoeling had om op 3 december 2009 tegen DEPYPERE Rik een rapport aan de directeur op te maken, maar dat hij daar verkeerdelijk de voornaam Dirk op vermeld heeft. Die materiële vergissing is, nadat gebleken was dat de verkeerde persoon zich voor het tuchtrechtelijk verhoor aandiende, door de gevangenisdirecteur rechtgezet op 9 december 2009 door de wijziging van de naam Dirk door deze van Rik (stuk IX-6637-3/6 1 van het administratief dossier). Het onderzoek, gevoerd door de directeur, verleende hem voldoende elementen op om de tenlastelegging buiten het tuchtver- slag van penitentiair beambte Van Den Bossche om voor bewezen te houden. Dat verslag vormt op zich dan ook geen decisief gegeven in het besluitvormingsproces aangaande de tuchtstraf en overigens kan het enkel bekritiseerd worden in de mate er vermeld is dat het opgemaakt is op 3 december 2009, aangezien de betrokken penitentiair beambte als getuige het tuchtverslag dat op naam van DEPYPERE Dirk was opgesteld ondertekend heeft en derhalve de feiten van 3 december zelf meegemaakt heeft. Het middel kan niet tot de schorsing van het bestreden besluit leiden.
  12. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  13. De verzoeker voert aan dat hij in de tuchtprocedure een verweernota neergelegd heeft maar dat zijn argumenten in het bestreden besluit niet beantwoord worden. Hij stelt ook dat in het bestreden besluit geen woord terug te vinden is over het voegen van nieuwe stukken aan het dossier om de gemaakte proceduriële vergissingen te maskeren, dat de directeur geen standpunt inneemt over het stuk 1b dat hij bij de zaak betrekt en dat de directeur gepoogd heeft om zichzelf stukken te bezorgen om de feiten bewezen te kunnen verklaren. Beoordeling
  14. Een administratieve overheid die een beslissing neemt moet niet antwoorden op alle argumenten die haar in de loop van het besluitvormingsproces worden voorgelegd. In het kader van de formele motiveringsverplichting die op haar rust overeenkomstig de wet van 29 juli 1991, moet zij aanduiden welke redenen haar tot het besluit hebben gebracht en de betrokkene zal daarin de redenen vinden waarom zijn argumenten niet aangenomen zijn. De Raad van State houdt, wat dat betreft, ook rekening met de bijzondere omstandigheid dat de gevangenisdirecteur verantwoordelijk is voor de orde en de veiligheid binnen zijn instelling en dat hij in tuchtaangelegenheden tegen gedetineerden overigens ook zeer vlug moet handelen. IX-6637-4/6 Het bestreden besluit vermeldt: “Het RAD werd op 3 december 2009 opgemaakt door PB De Cock met als getuige PB Van den Bossche. Het rapport werd opgemaakt op Dirk Depypere. Er zitten 3 broers Depypere in het PCB, daarenboven op dezelfde cel en geef toe: Rik en Dirk : het lijkt op mekaar. Bij het verhoor op 7 december 2009 werd door de directie gemerkt dat zij de verkeerde broer voor zich had en dat het rapport de verkeerde voornaam vermeldde. Dit werd gecorrigeerd door een nieuw RAD op te maken, getekend door PB Van den Bossche en op naam van Rik D. Als directeur die de tucht behandelde op 9 december 2009 en op 10 december 2009 vond ik het belangrijk in overleg met de advocaat en betrokkene de zaak op 9 december 2009 wederom een dag uit te stellen. De argumenten van betrokkene te lezen in het verhoor van 9 december 2009 (de PA schrijft de waarheid niet en de batterij is niet op hem maar in het kleedlokaal gevonden) noopten mij om dit na te gaan) werden nog eens nagegaan. Het is evident dat ik voldoende elementen had om op 9 december 2009 al tot een straftoemeting te komen. Voor mij was het duidelijk dat de PA correct de conversatie met de betrokkene neerschreef, dat als een beambte een RAD schrijft dat men iets vindt tijdens de fouille, dit op het lichaam is. Maar een tucht wordt ook gevoerd om betrokkene zijn houding te laten verbeteren en een evidentie ontkennen, zeker bij een persoon die een vertrouwensfunctie geniet (laden en lossen in de sluizen) moet gecounterd worden door extra bewijsmate- riaal. Binnen de toegemeten 7 dagen is dit ons trouwens gelukt. We hebben de beambte die het origineel rapport op naam van Dirk schreef telefonisch laten contacteren. De PA noteerde een bijkomende uitleg die duidelijk maakt dat betrokkene de batterij wel degelijk bij zich had. Betrokkene erkent BZT gehad te hebben, aangesproken te zijn door de beambten en de PA over deze batterij: er is dus zeker geen identiteitswissel meer. De menselijke fout is hersteld, en op een manier dat ook de juridische gang van zaken gerespecteerd werd. Zijn fout staat boven kijf vast. Er zijn 2 getuigen = beambten en is een extra verslag van de PB met verduidelijking ,waar betrokkene kopie van ontving voor verhoor 10 december 2009, er is het verslag van de penitentiair assistent de heer Rommelaere (= hoogste in hiërarchisch bij korps beambten) de avond zelf van de vondst die heel duidelijk is. Waarom betrokkene zijn schuld blijft ontkennen en er zelfs niet voor terug schrikt de PA in diskrediet te willen brengen, begrijp ik niet.”
  15. Die overweging laat de verzoeker toe te begrijpen waarom de directeur op grond van de gegevens die hem voorlagen tot het bewijs van de feiten heeft besloten.
  16. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen.
  17. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. IX-6637-5/6 BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 december 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6637-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.138 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.272 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.