← België

Arrest 199144 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.144 Rolnummer: A. 64841/X-9346 Zaak: Arrest 199144 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-28 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 199.144 van 21 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 199.144 van 21 december 2009 in de zaak A. 64.841/X-

  1. In zake:
  2. Arsène VAN SCHEPDAEL
  3. Agnes VAN SCHEPDAEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 BRUSSEL Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 27 juli 1995, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 18 mei 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het oprichten van een woning op een perceel gelegen te Gooik, Kesterweg, kadastraal bekend sectie A, nr. 48/g (deel). II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 179.608 van 14 februari 2008 worden de debatten heropend. Bij arrest nr. 187.379 van 27 oktober 2008 worden de debatten heropend en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het verder onderzoek van de zaak na ontvangst van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof in de zaak A. 63.072/X-
  6. X-9346-1/4 Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober
  7. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jürgen De Staercke, die loco advocaat Jan Ghysels verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten
  9. De feiten werden uiteengezet in het arrest nr. 179.608 van 14 februari
  10. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  11. Bij arrest nr. 10/2009 van 15 januari 2009 heeft het Grondwettelijk Hof geantwoord op de drie prejudiciële vragen gesteld bij het arrest nr. 186.310 van 16 september
  12. De verzoekende partijen verzoeken de Raad van State de bij het voormelde arrest eerst gestelde prejudiciële vraag opnieuw te stellen. De vraag is thans als volgt geformuleerd: “Schendt artikel 2, vierde lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, zoals ingevoegd X-9346-2/4 bij artikel 87 van deze wet, ingevoegd bij artikel 2 van het decreet van 23 juni 1993 en vervangen bij artikel 2 van het decreet van 13 juli 1994, de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet in de interpretatie dat voornoemde bepaling een niet-voorlopige gewestplanwijziging en een bouwverbod vaststelt, dit zonder inspraak- en adviesprocedure, terwijl zo’n wijziging en bouwverbod bij toepassing van de stedenbouwwetgeving en andere reglementeringen slechts na een inspraak- en adviesprocedure definitief worden vastgesteld?”.
  13. De Raad van State stelt met het Grondwettelijk Hof vast dat 1) de decretale afschaffing van een mogelijkheid van uitzondering op een bestemmingsvoorschrift, te dezen de opvullingsregel, niet de bestemming van het betrokken gebied wijzigt, maar integendeel de bestemming bevestigt zodat de bedoelde afschaffing objectief verschilt van een bestemmingswijziging, 2) noch voor de invoering, noch voor de wijziging van de opvullingsregel enig openbaar onderzoek vereist was of is, en 3) de decreetgever bevoegd is om de bij uitvoeringsbesluit ingevoerde uitzonderingsmaatregel bij decreet af te schaffen zonder die decretale maatregel aan een voorafgaand onderzoek te onderwerpen. De Raad van State besluit met het Grondwettelijk Hof dat de decretale afschaffing van de opvullingsregel niet dezelfde draagwijdte heeft als een wijziging van de gewestplannen.
  14. Ten onrechte nemen de verzoekende partijen aan dat het Grondwettelijk Hof niet heeft geantwoord op de eerste van de drie bij arrest nr. 186.310 gestelde prejudiciële vragen. De eerste prejudiciële vraag werd immers ontkennend beantwoord.
  15. De Raad van State is niet gehouden tot het opnieuw stellen van de - enigszins geherformuleerde - prejudiciële vraag die geformuleerd wordt vanuit het foutieve uitgangspunt dat de decretale afschaffing van de opvullingsregel “dezelfde draagwijdte heeft als een wijziging van de gewestplannen” en die reeds beantwoord werd door het Grondwettelijk Hof.
  16. Zoals werd aangegeven in het arrest nr. 179.608 van 14 februari 2008, verhindert de opheffing dat de opvullingsregel nog wordt toegepast. Daaruit volgt dat een gebeurlijke nietigverklaring op grond van het enige middel volgens hetwelk de toepassingsvoorwaarden voor de opvullingsregel wel vervuld zouden zijn, de verzoekende partijen geen rechtstreeks voordeel kan opleveren. Het beroep is derhalve onontvankelijk. X-9346-3/4 BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 198,32 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, met bijstand van Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-9346-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.144 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.608 ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.379 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.