← België

Arrest 199166 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 21/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.166 Rolnummer: A. 178459/X-13075 Zaak: Arrest 199166 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 21/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-30 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 199.166 van 21 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 199.166 van 21 december 2009 in de zaak A. 178.459/X-13.

  1. In zake: de n.v. IMMO KOUTERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Piet Rotsaert kantoor houdend te 8500 KORTRIJK Katteputstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  2. de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN
  3. de gemeente LAARNE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 13 november 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 27 juli 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende goedkeuring van het besluit van 27 april 2006 van de gemeenteraad van de gemeente Laarne houdende de definitieve aanvaarding van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Kruisenstraat- Kouterstraat” van de gemeente Laarne, bestaande uit een grafisch plan, een plan bestaande toestand, een plan inrichtingsvoorstel (indicatief), stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 13 september
  5. II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-13.075-1/14 Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 september
  7. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jo Goethals, die loco advocaat Piet Rotsaert verschijnt voor de verzoekende partij, Kaat Van Keymeulen, bestuurssecretaris-jurist, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten
  9. Op 22 december 2005 stelt de gemeenteraad van de gemeente Laarne het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Kruisenstraat-Kouterstraat” (hierna : gemeentelijk RUP) voorlopig vast. Het plangebied omvat een binnengebied gevormd door de Dendermondsesteenweg, de Kouterstraat, de Kruisenstraat en de Koffiestraat te Kalken, aan de noordelijke rand van de dorpskern. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Gentse en Kanaalzone, vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 september 1977, is het binnengebied gelegen in woonuitbreidingsgebied, met uitzondering van een klein gedeelte in de zuidwesthoek dat bestemd is als woongebied. In het binnengebied, dat grenst aan drie scholen, bevinden zich twee zonevreemde voetbalterreinen en één zonevreemde woning. Het overige gedeelte is onbebouwd en heeft een agrarisch gebruik. Het gebied wordt doorsneden X-13.075-2/14 door de Steenbeek. De verzoekende partij is eigenaar van ongeveer de helft van alle percelen gelegen in dit binnengebied.
  10. Het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorziet in de planologische bevestiging van de twee zonevreemde voetbalterreinen en de zonevreemde woning. Daartoe voorziet het ontwerp in een “zone voor recreatie” en een “zone voor wonen”. Tevens voorziet het plan in een “zone voor water- en voetwegen” langsheen de beek en in een “zone voor gemeenschapsvoorzieningen”, met in overdruk de aanduiding van een “locatie waarbinnen parking kan komen”. Het ontwerp bestemt ongeveer de helft van het gebied als “zone voor agrarisch gebied”. Met het voorgenomen gemeentelijk RUP wordt een deel van de percelen van de verzoekende partij omgevormd van woonuitbreidingsgebied naar agrarisch gebied en een deel naar een zone voor gemeenschapsvoorzieningen. Voor dit laatste deel wordt een onteigeningsplan opgemaakt.
  11. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek worden vier bezwaarschriften ingediend, waaronder een collectief bezwaarschrift, mede ondertekend door de verzoekende partij. Dit bezwaarschrift luidt onder meer als volgt: “(...)
  12. Het ontwerp is in strijd met een goede plaatselijke ruimtelijke ordening: 3.
  13. De kwestieuze gronden liggen allemaal binnen de dorpskern, op 500 meter van het centrum. Een goed plaatselijke ruimtelijke ordening vereist dat de woonzones geconcentreerd worden in het centrum. Door de voorgenomen beslissing tot actuele schrapping, zou men definitief een deel van de dorpskern opgeven, waardoor het dorpsbeeld definitief en onherstelbaar zal veranderd worden. En dat terwijl zulks niet nodig is nu de volgende activiteiten mogelijk zijn in een woonuitbreidingsgebied, dat een reserve-woonzone is; in een woonzone zouden volgens de voorschriften zijn toegelaten: wonen, werken, ontspannen en groenzone. 3.
  14. Ook de voorgenomen herbestemming naar landbouw, gemeenschapsvoorziening en respectievelijk recreatie, is niet in overeenstemming te brengen met een goede plaatselijke ruimtelijke ordening, en doet ernstige vragen stellen naar het gevoerde beleid: - De 3 onderwijsnetten zijn in ons kleine dorp reeds vertegenwoordigd en hebben een behoorlijke infrastructuur en zijn tegenover elkaar onafhankelijk; voor nieuwe infrastructuur wensen de Parochiale Scholen VZW die onafhankelijkheid te bewaren. - Inzake recreatie wordt erop gewezen dat ook hier in Kalken er reeds 3 voetbalterreinen zijn; er is geen behoefte aan bijkomende terreinen, temeer (n)u er in Laarne reeds 3 nieuwe velden aangelegd worden; het samenvoegen van gemeentes tot agglomeraties is ingegeven door een X-13.075-3/14 kostenbesparende reflex, terwijl compensatie het tegengestelde effect heeft en bijkomende, nutteloze kosten veroorzaakt; zulks is geen blijk van behoorlijk bestuur. Voor recreatie zijn er eveneens andere feitelijke mogelijkheden waaronder de Kalkense Meersen. - En landbouwgronden heeft men ook reeds voldoende in de gemeente; waarbij het van een slechte plaatselijke ruimtelijke ordening getuigt om de landbouw aan te trekken naar de dorpskern; indien men meent dat men de aangroei van landbouwgronden objectief zou kunnen verantwoorden - wat dus betwist wordt - dan zijn er nog andere gronden die ter zake beter geschikt zijn. (...) ”.
  15. Op 23 februari 2006 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een voorwaardelijk gunstig advies.
  16. Op 29 maart 2006 verleent de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: GECORO) een gunstig advies. Dit advies luidt onder meer als volgt: “(...) Bespreking bezwaren: (...)
  17. geen gelijke behandeling van de woonuitbreidingsgebieden: er zijn nog andere woonuitbreidingsgebieden geschrapt. Dit is een keuze die de gemeente genomen heeft in het GRS. Deze keuze is vastgelegd in de bindende bepalingen. Het GRS is goedgekeurd en de voorziene bepalingen dienen nu gevolgd te worden. Het GRS is voldoende gepubliceerd geweest, er zijn ook hoorzittingen ingericht voor de bevolking. Er is tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaar ingediend tegen de schrapping van dit gebied als woonuitbreidingsgebied. (...)
  18. geen bijkomende behoefte voor uitbreiding van de scholen en/of recreatie - voetbalterreinen : er is wel noodzaak voor uitbreiding en bestendigen van de voetbalpleinen + jeugdterreinen. Dit is op aanvraag van de sportraad en sportclubs.
  19. voldoende landbouwgronden in de gemeente: de percelen zijn nu in gebruik als landbouwgrond en dit zal in de toekomst blijven (...)”.
  20. Op 27 april 2006 gaat de gemeenteraad van de gemeente Laarne over tot de definitieve aanvaarding van het gemeentelijk RUP “Kruisenstraat-Kouterstraat”.
  21. Op 27 juli 2006 keurt de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het plan definitief goed. De overdruk “eventuele noodzakelijke uitbreiding weginfrastructuur” werd hierbij weggelaten. X-13.075-4/14 IV. Ontvankelijkheid Uiteenzetting van de exceptie
  22. De eerste verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partij omdat het loutere feit eigenaar te zijn van een aantal percelen in het binnengebied niet volstaat om over een voldoende belang te beschikken. Bovendien wordt niet duidelijk vermeld over welke percelen het gaat. Beoordeling
  23. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de verzoekende partij eigenaar is van ongeveer de helft van de percelen binnen het betrokken plangebied. Aangezien zij zich bovendien benadeeld voelt door de nieuwe bestemming die het bestreden besluit aan haar percelen verleent, beschikt zij over het rechtens vereiste belang. De exceptie is ongegrond. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  24. In het eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 49, § 5 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO). In een eerste onderdeel voert zij aan dat de GECORO punt 3.2 van haar bezwaarschrift niet afdoende beantwoordt in punt 3 van haar advies, vermits in het antwoord van de GECORO op het betreffende bezwaar van de verzoekende partij geen met de ruimtelijke ordening verband houdende redenen te vinden zijn. De verzoekende partij bekritiseert de tegenstelling tussen de visie van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en het gemeentelijk RUP bij het toelaten tot ongebreidelde bebouwing op bepaalde plaatsen in het binnengebied, en het vooruitzicht van een nieuw bedrijventerrein enerzijds en de visie tot vrijwaring van de open ruimte anderzijds. Het valt immers niet in te zien op welke basis de onderscheiden bodembestemmingen binnen het gebied van het bestreden plan precies afgebakend werden, met respect voor het eigen gemeentelijk ruimtelijk X-13.075-5/14 structuurplan. Hieromtrent wordt ook geen redelijk antwoord gegeven in het advies van de GECORO. In een tweede middelonderdeel stelt de verzoekende partij dat in het advies van de GECORO weliswaar akte wordt genomen van het voorwaardelijk gunstige advies van de bestendige deputatie, maar dat de aanpassing van de grafische kaart in navolging van dit advies nergens besproken wordt, noch in het advies, noch in het besluit van de gemeenteraad van 27 april 2006, noch in het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie van 27 juli
  25. Uit het advies van de GECORO kunnen geen begrijpelijke en afdoende planologische overwegingen worden afgeleid omtrent de wijziging ten opzichte van het ontwerp met betrekking tot de voorgenomen uitbreiding van de weginfrastructuur op een van de percelen van de verzoekende partij. Het volstaat niet de betrokken wijzigingen aan te brengen op de grafische kaart zonder verdere motivering vanwege de GECORO. Beoordeling
  26. In het eerste middelonderdeel gaat de verzoekende partij verkeerdelijk uit van de stelling dat punt 3 van het advies van de GECORO een antwoord zou zijn op punt 3.2 van het bezwaarschrift van de verzoekende partij. Het antwoord op deze bezwaren, die betrekking hebben op de uitbreidingen voor de omliggende scholen en de recreatieve voorzieningen, alsook op de landbouwgronden, wordt door de GECORO in haar advies immers gegeven onder de punten 5 en 6 onder de titel “Bespreking bezwaren”. Het eerste middelonderdeel van het eerste middel berust op een verkeerde lezing van de weerlegging van de bezwaren en mist bijgevolg feitelijke grondslag.
  27. In het tweede onderdeel van het eerste middel voert de verzoekende partij aan dat de aanpassing van de grafische kaart in navolging van het advies van de bestendige deputatie nergens wordt besproken. Het voorwaardelijk gunstige advies van de bestendige deputatie van 23 februari 2006 luidt onder meer als volgt: “(...) Overwegende dat ter hoogte van het kruispunt van de Dendermondsesteenweg en het Bosstraatje bovenop het agrarisch gebied in overdruk een zone aangeduid is met als bestemming ‘eventuele noodzakelijke uitbreiding weginfrastructuur’, dat in de voorschriften gesteld wordt dat binnen deze zone de eventuele nieuwe kruispuntinrichting op de Dendermondsesteenweg kan uitgebreid worden, X-13.075-6/14 dat in de toelichting kort verwezen wordt naar het in opmaak zijnde RUP voor het lokaal bedrijventerrein te Laarne, gesitueerd aan de overkant van de Dendermondsesteenweg, en waarvoor momenteel geopteerd wordt voor een nieuwe ontsluitingsweg, die zou aantakken op de Dendermondsesteenweg tegenover het Bosstraatje, en dat gesteld wordt dat ruimte zal dienen voorzien te worden voor het eventueel uitbreiden van de weginfrastructuur (rond punt) in functie van een optimale inrichting van dit kruispunt; dat een dergelijke afweging en motivering voor deze planoptie evenwel ontbreekt, dat op dit ogenblik vanuit provinciaal oogpunt gesteld wordt dat geen motivering bestaat om ter hoogte van dit kruispunt uitbreiding van de weginfrastructuur te voorzien, dat in de huidige stand van zaken het behoud van het kruispunt met eventueel regeling met verkeerslichten de meest optimale oplossing lijkt, dat op termijn wel nog nader overleg en/of onderzoek zal nodig zijn, dat in elk geval het kruispunt in zijn totaliteit dient bekeken te worden, en in relatie tot de verkeersafwikkeling op de Dendermondsesteenweg, dat het voorzien van ruimte voor uitbreiding van de weginfrastructuur in dit RUP dan ook voorbarig is en onvoldoende onderbouwing kent en dat deze overdruk-bestemming dan ook best niet opgenomen wordt in dit RUP”. In het advies van de GECORO wordt akte genomen van deze opmerking: “
  28. Besluit van de Bestendige Deputatie van 27 februari 2006 houdende advies RUP Kruisenstraat - Kouterstraat Advies gunstig: - het RUP is in overeenstemming met GRS - het voldoet aan de algemene beleidsopties uit het PRS. - opmerkingen: - het uitbreiden van de weginfrastructuur (rond punt) in functie van een optimale inrichting van het kruispunt Dendermondsesteenweg-Bosstraatje is onvoldoende gemotiveerd”. Het advies besluit als volgt: “Het Ruimtelijk Uitvoeringsplan Veldmeersstraat wordt unaniem gunstig geadviseerd mits rekening te houden met de gegeven opmerkingen”.
  29. Vooreerst moet worden vastgesteld dat de vermelding “Veldmeersstraat” in dit besluit een louter materiële vergissing betreft, vermits de aan het besluit voorafgaande adviezen en bezwaren en de bespreking ervan wel degelijk betrekking hebben op het gemeentelijk RUP “Kruisenstraat-Kouterstraat”. Het standpunt van de GECORO dat “unaniem gunstig geadviseerd (wordt) mits rekening te houden met de gegeven opmerkingen”, kan niet anders worden begrepen dan dat de GECORO zich expliciet aansluit bij het advies van de bestendige deputatie. Uit het feitenrelaas (randnr. 9) blijkt dat de overdruk “eventuele noodzakelijke uitbreiding weginfrastructuur” in het bestreden gemeentelijk RUP werd weggelaten. Het grafisch plan vermeldt bovendien uitdrukkelijk dat na het openbaar onderzoek aanpassingen werden doorgevoerd. Daaruit blijkt op afdoende X-13.075-7/14 wijze dat het bestreden besluit gevolg gegeven heeft aan het voorwaardelijk gunstig advies van de bestendige deputatie en de GECORO. Het gegeven dat deze aanpassing op het grafisch plan niet ten overvloede wordt verwoord in het definitief aanvaardingsbesluit of het goedkeuringsbesluit, doet niets af aan de wettigheid van deze besluiten. In tegenstelling tot wat de verzoekende partij voorhoudt, moet de GECORO zich niet andermaal over deze aanpassing uitspreken, aangezien die aanpassing juist gebaseerd is op een stellingname van de GECORO. Het tweede onderdeel van het eerste middel is ongegrond. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  30. In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van artikel 46, § 2 DRO en van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De verzoekende partij stelt dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen in het bestreden goedkeuringsbesluit ten onrechte stelt dat uit de stukken zou blijken dat bij de opmaak van het RUP de formele procedures zoals bepaald in het decreet zouden nageleefd zijn, vermits de GECORO een advies gaf over het ruimtelijk uitvoeringsplan “Veldmeersstraat” en niet over het gemeentelijk RUP “Kruisenstraat-Kouterstraat”, zodat geen formeel correct advies van de GECORO voorligt en het bestreden plan bijgevolg niet geldig kon worden goedgekeurd. Voorts stelt de verzoekende partij dat bij de totstandkoming van het bestreden besluit kennelijk niet werd opgemerkt dat er een planologische aanpassing gebeurde. Het bestuurlijk toezicht op het bestreden plan gebeurde louter routinematig, aangezien de bestendige deputatie bij een normale controle onmiddellijk de pijnlijke misslag omtrent de benaming van het betrokken plan zou hebben rechtgezet en ook zou hebben vastgesteld dat het advies van de GECORO niet deugdelijk was voor wat betreft de wijziging inzake de infrastructuur. Beoordeling
  31. Een ruimtelijk uitvoeringsplan, waaronder een gemeentelijk RUP, is geen bestuurshandeling in de zin van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. X-13.075-8/14 Bij de beoordeling van het eerste middel werd reeds vastgesteld dat de benaming “Veldmeersstraat” in het advies van de GECORO op een materiële vergissing berust, die de wettigheid van het bestreden besluit niet aantast. De aangevoerde rechtsregels houden geen verplichting in voor de bestendige deputatie om een dergelijke materiële vergissing bij de voorbereiding van het ontwerpplan in haar goedkeuringsbesluit recht te zetten. Betreffende de “planologische aanpassing” aan het grafisch plan, dient te worden vastgesteld dat op het grafisch plan wel degelijk wordt vermeld dat er “aanpassingen na openbaar onderzoek” zijn gebeurd. Aangezien het grafisch plan integraal deel uitmaakt van het bestreden besluit, mist de bewering van de verzoekende partij dat niet werd opgemerkt dat er een planologische aanpassing gebeurde, feitelijke grondslag. Het tweede middel is niet gegrond. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
  32. In een derde middel wordt de schending aangevoerd van artikel 48, § 2 DRO. De verzoekende partij stelt dat het bestreden besluit niet strookt met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, waarvan de bindende bepaling 1.1 met betrekking tot de ruimtelijke nederzettingsstructuur bepaalt dat een aantal woonuitbreidingsgebieden terug een openruimtefunctie krijgen via de opmaak van een RUP. Voorts wordt in het richtinggevend gedeelte met betrekking tot de ontwikkeling van het hoofddorp Kalken gesteld dat een gedeelte als woonuitbreidingsgebied wordt geschrapt om de waardevolle open ruimte te vrijwaren voor bebouwing en dat er delen van dit gebied kunnen worden ingeschakeld in het publieke domein. Het bestreden besluit verantwoordt nergens dat er een concrete behoefte zou bestaan aan een zone voor gemeenschapsvoorzieningen en verantwoordt alleszins niet hoe de thans ingetekende zone die verregaande bebouwing toelaat, te verzoenen is met het bewaren van de open ruimte, noch waarom de thans ingekleurde oppervlakte precies op die oppervlakte moet worden bestemd tot een zone voor gemeenschapsvoorzieningen. Het bestreden besluit streeft een verweving van recreatie en wonen na, maar voorziet kennelijk enkel in recreatie en gemeenschapsvoorziening. De optie om open ruimte te vrijwaren strookt niet met het reserveren van een zone voor gemeenschapsvoorzieningen waarbij men het X-13.075-9/14 centraliseren en dus het bijbouwen van de aanwezige scholen in het vooruitzicht stelt. De beschermenswaardige open ruimte wordt in belangrijke mate bestemd tot zone voor gemeenschapsvoorzieningen met welhaast onbegrensde bebouwingsmogelijkheden, wat niet meer strookt met de finaliteit van het schrappen van woonuitbreidingsgebieden, met name het behoud van open ruimte. Bovendien bestaat er reeds lintbebouwing langsheen de Dendermondsesteenweg en is het onlogisch om de percelen die aan de Dendermondsesteenweg palen, uit te sluiten van de gewestplanbestemming. De verzoekende partij bekritiseert het beleid van de gemeente, die het handhaven van de open ruimte als verantwoording opgeeft, maar in wezen enkel de bedoeling heeft om zelf de open ruimte in te nemen en om de nadelen van deze operatie naar de verzoekende partij door te schuiven. Beoordeling
  33. Bij de implementatie van het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan in een RUP en voornamelijk bij het opnemen van een perceel in een RUP en het onderwerpen ervan aan een voorschrift van bestemming, inrichting en/of beheer, beschikken de bevoegde overheden daartoe, in het licht van de in artikel 4 DRO bepaalde doelstellingen, over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Wanneer derhalve een gemeentelijk RUP wordt vastgesteld in uitvoering van het gemeentelijk structuurplan, is de Raad van State in de uitoefening van zijn wettigheidstoezicht enkel bevoegd na te gaan of de bevoegde overheid bij de uitoefening van deze bevoegdheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen.
  34. Het bestreden besluit stelt onder meer: “(...) Overwegende dat het planopzet ertoe strekt het niet ontwikkelde deel van het woonuitbreidingsgebied te schrappen en te herbestemmen grotendeels naar een zone voor landbouw en deels naar een zone voor gemeenschapsvoorzieningen (als uitbreidingsruimte voor de aanpalende gemeenschapsvoorzieningen zoals de scholen), tevens de bestaande voetbalvelden te bestendigen en te voorzien in uitbreidingsmogelijkheden voor de sportvelden, dat het verder ook de bedoeling is extra parkeergelegenheid te voorzien in functie van de nabijgelegen scholen en de voetbalterreinen, en dat met het RUP tevens het behoud en de versterking van de Steenbeekvallei beoogd wordt, dat hiervoor een strook van 15 m breedte voorzien is voor beplanting, natuurlijke meandering van de Steenbeek en met voldoende ruimte voor ecologische inrichting en waterberging; X-13.075-10/14 Overwegende dat het planopzet gekaderd wordt binnen de opties opgenomen in het GRS, dat in het bindend gedeelte van het GRS de optie opgenomen is om dit woonuitbreidingsgebied een open-ruimtefunctie te geven, dat in het richtinggevend deel van het GRS mbt dit woonuitbreidingsgebied volgende optie opgenomen is: ‘Dit gebied is gelegen aan de noordelijke rand van de dorpskern. Een gedeelte wordt ingenomen door de Steenbeekvallei en een voetbalveld. Dit gebied dient vrij gehouden te worden omwille van zijn waardevolle open ruimte. De open ruimte zal versterkt worden door een gedeelte ervan te bestemmen als publiek gebied met functies zoals gemeenschapsvoorzieningen, recreatie, groenvoorziening, waterberging en natuur’, dat in het GRS tevens de beleidsoptie is opgenomen om verweving van recreatie met wonen te ondersteunen en dat het beleid gericht is op het bundelen van de bijkomende behoeften aan recreatiegebieden in of zo dicht mogelijk bij de kernen, dat in de gewenste natuurlijke structuur in het GRS de Steenbeek en haar oeverstroken aangeduid zijn als ecologische infrastructuur van lokaal belang, en dat geopteerd is om deze waar mogelijk te versterken als groenassen en ecologische corridors, dat in het GRS tevens de beleidsoptie is opgenomen om het publiek domein beter in te richten en dat voor de kern van Kalken gesteld wordt dat er aandacht moet zijn voor groen in de kern. Overwegende dat met het gemeentelijk RUP ‘Kruisenstraat-Kouterstraat’ uitvoering wordt gegeven aan de beleidsopties opgenomen in het GRS en dat de opties van het RUP niet strijdig zijn met het GRS (...)”.
  35. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan voorziet in de schrapping van woonuitbreidingsgebied ter vrijwaring van de open ruimte en tevens uitgaat van de inschakeling van delen van dit gebied in het publieke domein door er functies aan te koppelen zoals gemeenschapsvoorzieningen, recreatie, groenvoorziening, waterberging en natuur. De verzoekende partij toont voorts niet aan dat de bevoegde overheid bij de implementatie van het richtinggevend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan is uitgegaan van onjuiste feitelijke gegevens, dat zij de feiten niet correct heeft beoordeeld, of op kennelijk onredelijke wijze tot haar besluit is gekomen. Het derde middel is niet gegrond. D. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
  36. In een vierde middel wordt de schending aangevoerd van artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid en van het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en de motiveringsplicht. De verzoekende partij stelt dat het feit dat het bestreden besluit voorziet in parkeerzone en in een zone voor de uitbreiding van de bestaande scholen tot gevolg zal hebben dat het hemelwater zal geconcentreerd worden en aan de X-13.075-11/14 bestaande rioolafvoer zal toegevoegd worden, terwijl deze problematiek niet wordt onderkend. Aangezien de zone voor gemeenschapsvoorzieningen een hoge bebouwingsdensiteit kan krijgen en er ook grote parkings gepland worden, is het meanderen van de Steenbeek over de naastgelegen percelen geen optie, vermits de gemeente moet instaan voor het onderhoud van deze beek, die gestremd wordt door de inbuizing aan de kant van de Dendermondsesteenweg. Beoordeling
  37. Artikel 8, § 1, eerste lid van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid (hierna: het decreet integraal waterbeleid) bepaalt onder meer dat de overheid die, zoals te dezen, over een plan moet beslissen, er zorg voor draagt, door het weigeren van het plan of door het opleggen van gepaste voorwaarden, dat geen schadelijk effect ontstaat of dat dit zoveel mogelijk wordt beperkt en, indien dit niet mogelijk is, dat het schadelijk effect wordt hersteld of, in bepaalde gevallen, gecompenseerd. Uit deze bepaling kan worden afgeleid dat de watertoets niet verder gaat dan het onderzoeken of een voorgenomen plan “schadelijke effecten”, in de zin van artikel 3, § 1, 17/ van het decreet integraal waterbeleid doet ontstaan, en niet inhoudt dat ook moet worden onderzocht hoe het voorgenomen plan kan remediëren aan een reeds bestaande toestand. De watertoets strekt met andere woorden tot het onderzoeken van het causaal verband tussen het aan te nemen of goed te keuren plan van aanleg en de schadelijke effecten in de zin van het voornoemde artikel 3, § 1, 17/. Artikel 8, § 2, tweede lid van het genoemde decreet bepaalt dat de beslissing die de overheid neemt in het kader van § 1 wordt gemotiveerd, waarbij in elk geval de doelstellingen en de beginselen van het integraal waterbeleid worden getoetst. Uit die bepaling volgt dat een beslissing waarbij een plan wordt aangenomen of goedgekeurd, een formele motivering dient te bevatten waaruit blijkt dat de in artikel 8, § 1 van het decreet bedoelde watertoets is uitgevoerd. Uit die motivering moet meer bepaald blijken, hetzij dat uit de ordening die met het plan wordt beoogd geen schadelijke effecten kunnen ontstaan als bedoeld in artikel 3, § 2, 17/ van het decreet, hetzij dat zulke effecten wel kunnen ontstaan, maar dat die door het opleggen van gepaste voorwaarden zoveel mogelijk worden beperkt of hersteld. X-13.075-12/14
  38. Het bestreden besluit stelt ter zake: “Overwegende dat binnen het plangebied op de overstromingskaarten geen risicozones voorkomen, dat met het RUP in eerste instantie voorzien wordt in de bestendiging van landbouwgrond en recreatieterreinen, dat verder de voorziene bijkomende bebouwing en verhardingen binnen het RUP beperkt zijn, dat in alle redelijkheid kan geoordeeld worden dat mogelijke schadelijke effecten inzake de problematiek van de waterbeheersing heel beperkt zijn”. In de toelichtingsnota staat met betrekking tot de afwateringssituatie te lezen: “Op de overstromingskaart zien we dat het RUP Kruisenstraat-Kouterstraat niet gelegen is in een risicozone voor overstroming (ROG). Het RUP is gelegen in een niet van nature overstroombaar gebied (NOG). Op de bodemkaart zien we dat de bodem van het RUP grotendeels van het type Zch is (Matig droge zandbodem met verbrokkelde ijzer en/of humus B horizont). Daarnaast komen ook bodems van het type Zbh (Droge zandbodem met verbrokkelde ijzer en/of humus B horizont) en OB (bebouwde zones) voor. De drainagekaart geeft voor het hele RUP de waardering ‘droog’. De Steenbeek (2de categorie, onbevaarbaar, S. 147) loopt dwars door het RUP (zie plan bestaande toestand). Deze zal meer ruimte krijgen voor natuurlijke meandering waarbij er dus meer capaciteit voor wateropvang ontstaat. Het RUP heeft een positief effect op de waterhuishouding en er wordt geen grotere druk op overstroming veroorzaakt. De redenen hiervoor zijn de volgende: - 50% van het woonuitbreidingsgebied wordt omgezet naar zijn huidige gebruik, namelijk landbouw. - de overige 50% wordt omgezet naar gemeenschapsvoorzieningen, met hoofdzakelijk groen en sportvelden. Voor de parking wordt in de stedenbouwkundige voorschriften het gebruik van waterdoorlatende materialen voorgeschreven”.
  39. Er moet worden vastgesteld dat de bevoegde overheid de problematiek op afdoende wijze heeft onderzocht en gemotiveerd. In de stedenbouwkundige voorschriften wordt overigens uitdrukkelijk gesteld dat voor elke verharding zoveel mogelijk gebruik moet worden gemaakt van waterdoorlaatbare materialen. De stelling van de verzoekende partij dat door de parkingzone en de uitbreiding van de bestaande scholen het hemelwater geconcentreerd zal worden en aan de bestaande rioolafvoer zal worden toegevoegd en deze problematiek niet onderkend wordt, strookt niet met de zo-even weergegeven overwegingen in het bestreden besluit over deze onderdelen van het plangebied. De verzoekende partij toont bijgevolg niet aan dat het onderzoek in het kader van artikel 8, § 1 van het decreet integraal waterbeleid op een kennelijk foutieve of onzorgvuldige wijze is gebeurd. X-13.075-13/14 Het vierde middel is niet gegrond. BESLISSING
  40. De Raad van State verwerpt het beroep.
  41. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-13.075-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.166 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.