← België

Arrest 199194 - Wegenwezen - 22/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.194 Rolnummer: A. 82835/X-8763 Zaak: Arrest 199194 - Wegenwezen - 22/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-30 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 199.194 van 22 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 199.194 van 22 december 2009 in de zaak A. 82.835/X-

  1. In zake: Pierre VAN WEYENBERG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 BRUSSEL Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  2. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering
  3. de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 8 maart 1999, strekt tot de nietigverklaring van: a. het besluit van 19 november 1998 van de minister vice-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van het besluit van 23 juni 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij de buurtweg nr. 7 in Huldenberg (Loonbeek) niet gedeeltelijk wordt verlegd en de voetweg nr. 5 in dezelfde gemeente niet gedeeltelijk wordt afgeschaft, en, b. “bij samenhang” het voornoemde besluit van 23 juni 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant. X-8763-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 oktober
  6. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Yves Sacreas, die loco advocaat Jan Ghysels verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. Op 14 maart 1991 dient de verzoeker bij de gemeente Huldenberg een aanvraag in tot “gedeeltelijk verleggen van weg nr. 7 en de gedeeltelijke afschaffing van voetweg nr. 5” in Huldenberg (Loonbeek). 3.
  9. Op 5 november 1991 gaat de gemeenteraad van Huldenberg “niet akkoord” met de voormelde aanvraag. X-8763-2/6 3.
  10. Op 17 november 1993 dient de verzoeker een “verbeterde aanvraag” in. 3.
  11. Op 29 maart 1994 stelt de gemeenteraad voor de buurtweg nr. 7 “gedeeltelijk niet te verleggen” en de voetweg nr. 5 “gedeeltelijk niet af te schaffen”. Tevens zendt de gemeenteraad “deze beraadslaging (...) voor beslissing samen met het dossier aan de Provinciale Overheid”. 3.
  12. Op 23 juni 1994 besluit de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant het volgende: “De weg nr. 7 en de voetweg nr. 5 van de atlas van de buurtwegen van de gemeente Huldenberg (deelgemeente Loonbeek) wordt niet gedeeltelijk verlegd en niet gedeeltelijk afgeschaft”. Dit is het tweede bestreden besluit. 3.
  13. Op 18 augustus 1994 stelt de verzoeker administratief beroep in tegen het besluit van de bestendige deputatie. 3.
  14. Op 19 november 1998 keurt de minister vice-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening het besluit van de bestendige deputatie goed. Dit is het eerste bestreden besluit. IV. Ontvankelijkheid 4.
  15. De aangevoerde excepties De verwerende partijen voeren elk de volgende, identieke exceptie aan: “De verwerende partij stelt voor zover als nodig een beroep tot nietigverklaring in tegen het besluit van 23 juni 1994 van de Bestendige Deputatie van de provincie Vlaams-Brabant. Zij heeft vooraf een georganiseerd beroep ingesteld bij de Vlaamse Regering. Krachtens een vaste rechtspraak van de Raad van State ‘heeft het beroep tot nietigverklaring van het besluit waarbij de Bestendige Deputatie een buurtweg afschaft, geen voorwerp wanneer een koninklijk (thans ministerieel) besluit, getroffen ingevolge een door de verzoeker met toepassing van artikel 28, X-8763-3/6 tweede lid, van de wet van 10 april 1841 ingesteld beroep, in de plaats is gekomen van het besluit van de bestendige deputatie’ (...). Bijgevolg is het beroep tot nietigverklaring gericht tegen het besluit van de Bestendige Deputatie dd. 23 juni 1994 onontvankelijk”. 4.
  16. Beoordeling van de excepties De Vlaamse regering oefent in het kader van artikel 28 van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen een goedkeuringstoezicht uit ten aanzien van de beslissing van de bestendige deputatie, wat betekent dat het goedkeuringsbesluit niet in de plaats komt van de deputatiebeslissing. Dit brengt mee dat zowel het besluit van de deputatie als dat van de minister met een annulatieberoep kan worden bestreden. De excepties worden verworpen. V. Onderzoek
  17. In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve opgeworpen dat de deputatie en de minister onbevoegd waren om de bestreden besluiten te nemen: “Het komt ons voor dat, wanneer de gemeenteraad niet wenst in te gaan op een voorstel van een particulier tot aanleg, afschaffing of wijziging van een bepaalde buurtweg, de betrokkene hetzij zijn verzoek kan herhalen bij de bestendige deputatie, hetzij tegen de weigeringsbeslissing van de gemeenteraad in beroep kan komen bij de Raad van State. Derhalve dient vastgesteld dat de gemeenteraad, op 29 maart 1994, ten onrechte aan de bestendige deputatie heeft voorgesteld de weg nr. 7 niet gedeeltelijk te verleggen en voetweg nr. 5 niet gedeeltelijk af te schaffen. Even, ambtshalve, dient vastgesteld dat de bestendige deputatie, ten onrechte, beslist heeft op dit voorstel in te gaan en dat de hogere overheid, in gevolge verzoekers’ beroep, ten onrechte die deputatiebeslissing heeft goed gekeurd”. In zijn laatste memorie sluit de verzoeker zich uitdrukkelijk aan bij het auditoraatsverslag. De Nederlandse vertaling van artikel 28, eerste en tweede lid van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen luidt als volgt: “De aanleg, de afschaffing of de wijziging van een buurtweg moeten voorafgegaan zijn van een onderzoek. De beraadslagingen der gemeenteraden worden onderworpen aan de bestendige deputatie van de provinciale raad, welke beslist behoudens beroep bij de Koning vanwege de gemeente of van de belanghebbende derden”. X-8763-4/6 Uit de geciteerde bepaling volgt dat het initiatiefrecht voor het aanbrengen van wijzigingen aan de buurtwegen aan de gemeenteraad toekomt en niet aan een individuele rechtsonderhorige. In casu wenst de gemeenteraad geen wijzigingen aan de buurtwegen aan te brengen. Noch de deputatie noch de minister kon bij gebrek aan initiatief tot wijziging vanwege de gemeenteraad beschikken over de aanvraag van de verzoeker. Ambtshalve wordt vastgesteld dat de verwerende partijen onbevoegd waren om de bestreden besluiten te nemen. BESLISSING
  18. De Raad van State vernietigt : a. het besluit van 19 november 1998 van de minister vice-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van het besluit van 23 juni 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij de buurtweg nr. 7 in Huldenberg (Loonbeek) niet gedeeltelijk wordt verlegd en de voetweg nr. 5 in dezelfde gemeente niet gedeeltelijk wordt afgeschaft, en, b. het besluit van 23 juni 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij de buurtweg nr. 7 en de voetweg nr. 5 van de atlas van de buurtwegen van de gemeente Huldenberg (deelgemeente Loonbeek) niet gedeeltelijk wordt verlegd en niet gedeeltelijk wordt afgeschaft.
  19. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. X-8763-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, met bijstand van Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-8763-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.194 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.