id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.215 Rolnummer: A. 193983/X-14403 Zaak: Arrest 199215 - Plannen van aanleg - 23/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-30 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:06 Fiche Arrest nr 199.215 van 23 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 199.215 van 23 december 2009 in de zaak A. 193.983/X-14.
- In zake: de gemeente BEVEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerry De Bock kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Prins Boudewijnlaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij:
- Joris Heyndrickx
- Beatrix SMET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 MECHELEN Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 15 september 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 26 juni 2009 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende, enerzijds, intrekking van het ministerieel besluit van 26 oktober 2007 waarbij het bijzonder plan van aanleg “Burggravenhoek” van de gemeente Beveren wordt goedgekeurd, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, uit een bestemmingsplan met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften en uit een onteigeningsplan, met uitzondering van de met blauw omrande delen van het bestemmingsplan en het onteigeningsplan en houdende, anderzijds, de niet-goedkeuring van voornoemd X-14.403-1/6 bijzonder plan van aanleg en houdende intrekking van de aan de gemeente Beveren verleende machtiging tot onteigening van onroerende goederen aangegeven op het onteigeningsplan. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december
- Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gerry De Bock, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Thomas Ryckalts, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomst Met een op 24 oktober 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vragen Joris Heyndrickx en Beatrix Smet om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. X-14.403-2/6 IV. Feiten
- Op 27 september 2005 beslist de gemeenteraad van Beveren tot de voorlopige goedkeuring van het ontwerp van bijzonder plan van aanleg “Burggravenhoek”. Het ontwerpplan wijzigt onder meer de bestemming van twee percelen naast het perceel van de tussenkomende partijen, alsook de achterliggende zone met inbegrip van de tuin van de tussenkomende partijen, van woongebied naar gebied voor openbaar nut en gemeenschapsvoorzieningen. Tevens voorziet het ontwerpplan in de onteigening van een aantal percelen, waaronder nagenoeg de volledige tuin van de tussenkomende partijen.
- Op 15 februari 2006 geeft de GECORO een gunstig advies over het ontwerpplan.
- Op 28 februari 2006 stelt de gemeenteraad van Beveren het bijzonder plan van aanleg “Burggravenhoek”, bestaande uit een toelichtingsnota met een plan van de bestaande toestand, uit een onteigeningsplan en uit een bestemmingsplan met bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften, definitief vast.
- Op 26 oktober 2007 keurt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening het bijzonder plan van aanleg goed, met uitzondering van de met blauw omrande delen van het bestemmingsplan en het onteigeningsplan. Tevens wordt verklaard dat het algemeen nut de onteigening vordert van de onroerende goederen aangegeven op het onteigeningsplan en wordt aan de gemeente Beveren de machtiging tot onteigening verleend.
- Het laatstgenoemde besluit wordt door de tussenkomende partijen aangevochten met een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring (A. 187.447/X-13.688). Bij arrest nr. 186.902 van 7 oktober 2008, wordt de vordering tot schorsing van voornoemde beslissingen verworpen wegens het niet voorhanden zijn van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Het ingestelde annulatieberoep is nog hangende. X-14.403-3/6
- Op 26 juni 2009 beslist de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening na een nieuw onderzoek tot de intrekking van het voornoemde ministerieel besluit en tot de niet-goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- De tussenkomende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting door de verzoekende partij
- De verzoekende partij argumenteert dat het bestreden besluit de gemeente de rechtsgrond ontneemt om over te gaan tot de onteigening met het oog op de grondverwerving die noodzakelijk is voor de uitvoering door de provincie van de dringende waterbeheersingswerken aan de Molenbeek die overstromingen bij hevige regenval moeten voorkomen. Zij stelt dat een groot deel van de dorpskern van Melsele en eveneens een groot deel van het plangebied in een risicogebied voor overstromingen ligt. Na de overstromingen van 1998 lieten de verzoekende partij en de provincie Oost-Vlaanderen een hydrologische studie uitvoeren die de noodzaak van een nieuw bufferbekken en de aanleg van een nieuwe omleidingsbeek (“bypass”) aantoonde. De provincie Oost-Vlaanderen zal als beheerder van de waterloop de nodige werken laten uitvoeren, terwijl de verzoekende partij instaat voor de nodige grondverwervingen via onteigeningen. X-14.403-4/6 De werken voor de aanleg van de omleidingsbeek kunnen eerst worden begonnen wanneer alle daartoe vereiste gronden zijn verworven. Voor nagenoeg alle vereiste percelen is dit reeds gebeurd door minnelijke aankoop. Voor perceel nr. 443a (inneming nr. 18 op het onteigeningsplan) werd begin maart 2009 aan de 12 mede-eigenaars een voorstel tot aankoop gedaan op basis van een schattingsverslag. 3 van de 12 mede-eigenaars konden niet akkoord gaan met het maximale bod van de verzoekende partij, zodat het college van burgemeester en schepenen op 6 april 2009 besliste “de gerechtelijke onteigening op te starten via de gewone procedure aangezien geen machtiging werd bekomen de procedure bij hoogdringende rechtspleging toe te passen voor de realisatie van het BPA”. Door het bestreden besluit verdwijnt de rechtsgrond om over te gaan tot de onteigening van dit cruciale perceel, waardoor de dorpskom van Melsele verder blootgesteld blijft aan overstromingen met alle daaruit voortvloeiende schadelijke gevolgen. De uitoefening van de overheidstaak van de verzoekende partij, met name het behoeden van haar grondgebied en inwoners voor overstromingen, wordt daardoor verhinderd of in ernstige mate bemoeilijkt, waardoor ook haar aansprakelijkheid in het gedrang komt. Bovendien vergt het opmaken van een nieuw gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan meer dan één jaar, zodat het ernstig nadeel niet op korte termijn kan worden gesteld. Beoordeling
- Uit het loutere feit dat de dorpskern van Melsele en het gebied van het ingetrokken bijzonder plan van aanleg voor een groot gedeelte in een risicogebied voor overstromingen liggen, blijkt nog niet dat de overstromingsrisico’s waar de verzoekende partij naar verwijst, in die mate acuut en ernstig zijn dat ze een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen uitmaken. De verzoekende partij voert buiten “de overstromingen van 1998” geen meer recente gebeurtenissen aan waaruit zou kunnen blijken dat het uitblijven van de omleidingsbeek in die mate dringend is dat niet kan worden gewacht op de uitvaardiging van een nieuw gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Wie beweert een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te zullen ondergaan door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, moet een met die bewering overeenstemmende houding aannemen. De inertie van de verzoekende partij bij de afhandeling van de onteigening van het perceel nr. 443a, waarbij zij zelf aangeeft eerst in maart 2009 een voorstel tot aankoop te hebben gedaan aan de mede-eigenaars, terwijl het ingetrokken bijzonder plan van aanleg was goedgekeurd X-14.403-5/6 op 26 oktober 2007, ontkrachten de dringendheid van de onteigening en de aanleg van de omleidingsbeek waarop zij zich thans beroept. Voorts blijkt uit de gegevens van het dossier en uit de verklaringen van de verzoekende partij dat naast de aanleg van een omleidingsbeek ook de aanleg van een bufferbekken wordt beoogd. De verzoekende partij voert niet aan dat het bestreden besluit de aanleg van dit bufferbekken in de weg staat en toont evenmin aan dat dit bufferbekken in die mate onvoldoende is om het risico van overstromingen op aanvaardbare wijze te beperken. Voor wat betreft de aangevoerde juridische aansprakelijkheid van de verzoekende partij ten slotte moet worden aangestipt dat, zo de aansprakelijkheid met betrekking tot de werken in kwestie niet vooreerst bij de provincie Oost-Vlaanderen berust als beheerder van de betrokken werken, het in wezen gaat om een hypothetisch en financieel nadeel, dat niet in aanmerking kan worden genomen voor de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- Het verzoek van Joris Heyndrickx en Beatrix Smet tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig december 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Jeroen Van Nieuwenhove X-14.403-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.215 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.678 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div