id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.219 Rolnummer: A. 171876/X-12785 Zaak: Arrest 199219 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-30 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:06 Fiche Arrest nr 199.219 van 23 december 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 199.219 van 23 december 2009 in de zaak A. 171.876/X-12.785. In zake: 1. Arthur VAN EXTERGEM 2. Amanda VANDERSNICKT 3. Yves DE WILDE 4. Isabelle APS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willy Dierickx kantoor houdend te 9290 BERLARE A. De Grauwelaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 GENT Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 7 april 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 12 januari 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd tegen het besluit van 24 maart 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen en waarbij de vergunning wordt geweigerd tot regularisatie van een veranda aan een jachthuis aan de Dijkweg te Berlare, kadastraal bekend sectie C, nr. 1047/h. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. X-12.785-1/10 De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december 2009. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joachim Honnay, die loco advocaat Willy Dierickx verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Wim Lammens, die loco advocaat Veerle Tollenaere verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 18 april 1977 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Berlare aan de eerste verzoeker een bouwvergunning voor het bouwen van een jachthuis aan de Dijklanden te Berlare “in overweging genomen dat de bebouwde oppervlakte beperkt blijft tot een maximaal oppervlakte van 60 m²”. 4. Volgens het gewestplan Dendermonde, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 november 1978, ligt dit perceel sedertdien in landschappelijk waardevol agrarisch gebied met ecologisch belang. 5. Bij proces-verbaal van 3 mei 2002 stellen de verbalisanten vast “dat een veranda werd aangebouwd aan het bestaande jachthuis” tussen 3 mei 1992 en 3 mei 2002, “de veranda bestaat uit glas en pvc” en “5 x 4 m of 20 m²” groot is. De tweede verzoekster verklaart desgevraagd wat volgt aan de verbalisanten : X-12.785-2/10 “Ik meld u dat in verband met ons jachthuis alles is gebouwd volgens plan, welke hierbijgevoegd. Er is niets aan het bestaande gebouw gewijzigd. Er werd wel een veranda aangebouwd in PVC en glas, dit een 8-tal jaren geleden. Daarvoor werd geen vergunning aangevraagd. Dat geef ik toe. Er werden geen stenen gebruikt”. 6. Op 11 maart 2003 dienen de eerste en tweede verzoekende partijen een vergunningsaanvraag in voor de regularisatie van de aan het jachthuis aangebouwde veranda. Tijdens het openbaar onderzoek worden geen bezwaren ingediend. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Berlare weigert op 22 april 2003 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning te verlenen, omdat “de uitbreiding van een jachthut met veranda binnen dit ruimtelijk kwetsbaar gebied niet kan”. 7. Op 12 augustus 2003 dienen de eerste en tweede verzoekende partijen opnieuw een vergunningsaanvraag in voor de regularisatie van de aan het jachthuis aangebouwde veranda. Tijdens het openbaar onderzoek worden geen bezwaren ingediend. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Berlare weigert op 23 september 2003 opnieuw de gevraagde stedenbouwkundige vergunning te verlenen op grond van volgende motieven : “Gezien het perceel gelegen is binnen agrarisch gebied landschappelijk waardevol met ecologisch belang (gewestplan Dendermonde K.B. dd. 7/11/1978); Gezien het hier een ruimtelijk kwetsbaar gebied betreft; Gezien het huidig ingediend plan niet strookt met het vergund bouwplan zijnde oprichting van een ‘jachthut’; Gelet op het decreet van de ruimtelijke ordening en stedenbouw gecoördineerd op 22/10/1996, gewijzigd bij decreten van 26 april 2000 en 13 juli 2001; Gezien de uitbreiding van een jachthut met een veranda binnen dit ruimtelijk kwetsbaar gebied juridisch niet kan; Gezien de weigering dd. 22/4/2003; Gezien op het bouwplan van bovenvermeld dossier de afmetingen van het bestaande jachthuis niet strookten met de werkelijkheid; Gelet op het gehouden openbaar onderzoek; Gezien er naar aanleiding van dit onderzoek geen bezwaren werden ingediend; Komt de aanvraag niet in aanmerking voor inwilliging”. 8. Op 12 november 2003 stellen de eerste en tweede verzoekende partijen administratief beroep in tegen deze beslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. Zij betogen in het beroepschrift onder meer dat “de kleine uitbreiding van het vergunde jachthuis” gerealiseerd werd “kort X-12.785-3/10 na het bouwen van het vergund jachthuis” en “vóór de goedkeuring van het gewestplan Dendermonde, vastgelegd bij KB op datum van 7.11.1978”. Op 11 maart 2004 dienen de eerste en tweede verzoekende partijen een aanvullend bewijsstuk in, meer bepaald een prijsofferte voor de levering en plaatsing van een veranda in PVC, gedateerd op 15 april 1990, waaruit volgens hen blijkt dat “in 1990 de oude bestaande veranda vernieuwd werd” en “de nieuwe veranda dezelfde oppervlakte heeft van de oude veranda”. 9. Op 24 maart 2005 besluit de bestendige deputatie het ingestelde beroep in te willigen, met volgende motivering: “(...) dat appellant in 1977 een vergunning heeft bekomen om op voornoemd eigendom een jachthut op te richten ; dat het een constructie in baksteenmetselwerk betreft, die in alle opzichten de kenmerken van een woning vertoont, en waarbij aldus een niet vergunde bestemmingswijziging doorgevoerd werd; dat tevens een veranda van 18 m², wat een woonfunctie ondersteunt, tegen de voorgevel van de jachthut/woonhuis werd aangebouwd ; (...) dat de gevraagde werkzaamheden, die de uitbreiding beogen van een - zogezegde - jachthut, principieel strijdig zijn met de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan; (...) dat aangezien de aanvraag zich in een dergelijk kwetsbaar gebied situeert er enkel geldig gebruik kan gemaakt worden van de uitzonderingsbepaling betreffende het verbouwen binnen het bestaand volume ; Overwegende dat de heer Willy Dierickx, advocaat, aanvullende bewijsstukken heeft laten geworden ; dat aan de hand van een prijsofferte van 15 april 1990 tot vervanging van een bestaande veranda aangetoond wordt dat er een veranda bestond en dat gelet op de slechte toestand in 1990 deze wel zal opgericht zijn samen met het hoofdgebouw, dat de betreffende constructie aldus zou dateren van voor de gelding van het gewestplan en derhalve als vergund moet geacht worden; dat het bijgevolg niet gaat om een uitbreiding van een zonevreemd gebouw, en dat de uitzonderingsbepaling hier kan toegepast worden; dat, wegens het zeer specifieke karakter van het gebied in kwestie (landschappelijk waardevol agrarisch gebied met ecologisch belang), en de totaal geïsoleerde ligging van het eigendom, elke werkzaamheid die een versterking van de woonfunctie inhoudt, de natuurlijke structuur, de ruimtelijke draagkracht en de schoonheidswaarde van de omgeving absoluut niet ongemoeid laat, wat hier evenwel niet het geval is”. 10. Op 11 mei 2005 dient de gemachtigde ambtenaar beroep in tegen deze beslissing bij de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening: X-12.785-4/10 “Op het bouwplan, vergund op 19-04-1977, is geen veranda terug te vinden. De bewering van de Bestendige Deputatie, dat de veranda samen werd opgericht met het hoofdgebouw,( vóór het van kracht worden op 07-11-1978 van het gewestplan Dendermonde) zodat de constructie vergund moet geacht worden , kan bezwaarlijk onderschreven worden. Het is duidelijk dat enkel een ‘jachthuis’ met een oppervlakte van max. 60m² vergund werd, zonder veranda. Terzake werd in een verhoor op 19-04-2002 aan de politie van Berlare (bijlage 7 aan PV n/ DE. 66.L8.101973/02 dd. 03-05-2002) trouwens verklaard dat aan het jachthuis een veranda werd aangebouwd en dat daarvoor geen vergunning werd aangevraagd. Vermits in toepassing van artikel 145 bis § 1, in de ruimtelijk kwetsbare gebieden enkel de verbouwing binnen het bestaand volume van vergunde of vergund geachte constructies mogelijk is, komt de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking”. 11. Met het bestreden besluit van 12 januari 2006 willigt de minister het beroep van de gemachtigde ambtenaar in en vernietigt hij de door de bestendige deputatie verleende vergunning. Bij notariële akte van 3 maart 2006 wordt door de eerste en tweede verzoekende partijen het betrokken onroerend goed als “vakantieverblijf” verkocht aan de derde en vierde verzoekende partijen : “(...) - de verkoper verklaart dat er behoudens de vergunning voor het bouwen van een jachthuis de dato achttien april negentienhonderd zevenenzeventig, zoals hierna gezegd, geen bouwvergunning werd afgeleverd, noch een stedenbouwkundig attest dat laat voorzien dat een zodanige vergunning zou kunnen bekomen worden en dat bijgevolg geen verzekering kan worden gegeven omtrent de mogelijkheid om op gemeld goed te bouwen of daarop enige vaste of verplaatsbare inrichting op te stellen die voor bewoning kan worden gebruikt. (...) Met haar schrijven van dertien februari tweeduizend en zes liet de gemeente Berlare betreffende het hiervoor beschreven goed onder meer het volgende weten: - dat het goed gelegen is volgens het gewestplan Dendermonde vastgesteld bij Koninklijk Besluit van zeven november negentienhonderd achtenzeventig in landschappelijk waardevol agrarisch gebied met ecologisch belang; - dat voor zover bekend voor het voormeld goed volgende bouwvergunning werd afgeleverd : vergunning voor het bouwen van een jachthuis, de dato achttien april negentienhonderd zevenenzeventig; - dat voor zover bekend voor het onroerend goed volgende stedenbouwkundige misdrijven zijn vastgesteld : * het bouwen van een veranda aan het jachthuis vastgesteld bij proces-verbaal nr DE.66 L8.101973/2002 de dato drie mei negentienhonderd vierennegentig; de regularisatieaanvraag de dato elf maart tweeduizend en drie werd geweigerd op tweeëntwintig april tweeduizend en drie; een twee(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.