id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.227 Rolnummer: A. 159098/IX-4762 Zaak: Arrest 199227 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 23/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-05 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 04:06 Fiche Arrest nr 199.227 van 23 december 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 199.227 van 23 december 2009 in de zaak A. 159.098/IX-4762 In zake : Koenraad DEPREYTERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Baptiste Petitat kantoor houdend te Sint-Kruis-Brugge Sportstraat 49 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de Politiezone VLAS (Kortrijk-Kuurne-Lendelede) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 maart 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 30 december 2004 van het politiecollege van de politiezone Kortrijk/Kuurne/Lendelede (verkort : de zone VLAS) waarbij Koenraad DEPREYTERE met ingang van 1 januari 2005 met behoud van wedde voor de duur van twee maanden voorlopig geschorst wordt. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 139.640 van 24 januari 2005 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. IX-4762-1/5 De verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 december
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Jean-Baptiste Petitat, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker was als inspecteur van politie tewerkgesteld in de politiezone VLAS. Het politiecollege van die zone had op 23 april 2004 beslist de verzoeker, met ingang van 30 april 2004, de tuchtstraf van ontslag van ambtswege op te leggen. Tegen deze beslissing heeft de verzoeker een verzoek tot schorsing ingediend. Dat verzoek is ingewilligd bij arrest nr. 137.414 van 22 november
- Ingevolge dit arrest heeft de verwerende partij op 22 december 2004 beslist de beslissing van 23 april 2004 in te trekken. 3.
- De verwerende partij heeft de verzoeker op 22 december 2004 meegedeeld dat zij de beslissing van 23 april 2004 ingetrokken heeft, en dat zij de tuchtprocedure gedeeltelijk zou hernemen, met name vanaf de op 12 maart 2004 gedagtekende intentiebeslissing om af te wijken van het advies van de tuchtraad. In dezelfde brief wordt tevens meegedeeld dat de verwerende partij beslist heeft het voorstel te formuleren om de verzoeker van ambtswege te ontslaan en dat het politiecollege zich voorneemt de verzoeker in het kader van de lopende tuchtproce- dure en rekening houdend met het feit dat de verzoeker met instemming van het IX-4762-2/5 bestuur gedurende de maand december 2004 zijn jaarlijks vakantieverlof zou opnemen, voorlopig te schorsen vanaf 1 januari
- Hij wordt in dat kader opgeroepen naar een hoorzitting op 30 december
- 3.
- De verwerende partij heeft dan op 30 december 2004, met het thans bestreden besluit, de verzoeker voorlopig geschorst voor de duur van twee maanden, ingaande op 1 januari 2005, met behoud van wedde. Het bestreden besluit is bij aangetekend schrijven van 30 december 2004 aan de verzoeker betekend. 3.
- Op 28 januari 2005 heeft het politiecollege beslist om de verzoeker voor de aangehouden feiten ambtshalve te ontslaan vanaf 1 februari
- Er is tevens beslist dat de beslissing houdende de voorlopige schorsing voor een periode van twee maanden van 30 december 2004 zonder voorwerp wordt op 31 januari
- IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord volgende exceptie op: “Inmiddels is de preventieve schorsing ondergaan en is er tuchtrechtelijk besloten tot ontslag. Er valt dus niet - meer- in te zien welk belang de verzoekende partij er bij zou kunnen hebben om het besluit tot preventieve schorsing uit de rechtsorde te doen verwijderen. De vordering is dan ook onontvankelijk ratione materiae.” In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat de verzoeker geen actueel belang meer heeft aangezien de bestreden ordemaatregel geen morele connotatie heeft en de beslissing reeds lang uitgevoerd is.
- In zijn laatste memorie stelt de verzoeker dat de preventieve schorsing hem, ondanks het behoud van wedde, toch een ernstig nadeel berokkend heeft -het stigma dat hij ernstige feiten gepleegd heeft- en dat hij dat nadeel blijft ondergaan, aangezien de opslorping door de later gekomen tuchtstraf hier niet geldt omdat deze tuchtstraf slechts tot 1 februari 2005 terugwerkt en er uitdrukkelijk in IX-4762-3/5 gesteld wordt dat de voorlopige schorsing slechts op 1 februari 2005 zonder voorwerp wordt. Bovendien is het lot van een preventieve schorsing gekoppeld aan het lot van het tuchtstrafbesluit dat ermee in verband staat. Hij heeft een annulatieberoep ingediend tegen het tuchtstrafbesluit van 28 januari
- Omdat de beide zaken met elkaar verbonden zijn kan dit beroep niet onontvankelijk verklaard worden zolang er geen uitspraak is over zijn tuchtzaak. Enkel wanneer het beroep tegen de tuchtstraf verworpen wordt kan ook het beroep tegen de preventieve schorsing verworpen worden. Zijn moreel belang bij dit beroep hangt samen met het beroep tegen het tuchtstrafbesluit. Beoordeling
- De vraag naar het actueel belang van de verzoeker bij de nietigverklaring van de bestreden preventieve schorsing moet opgelost worden met inachtneming van de volgende feitelijkheden: - de preventieve schorsing kadert in de tuchtvordering die tegen de verzoeker was ingesteld en strekte er meer bepaald toe de verzoeker buiten de dienst te houden zolang het politiecollege zich beraadde over het standpunt dat het zou innemen na de schorsing van het tuchtstrafbesluit van 23 april
- - op de preventieve schorsing is een effectief tuchtstrafbesluit gevolgd: de verzoeker is op 28 januari 2005 van ambtswege ontslagen met ingang op 1 februari
- Dat tuchtstrafbesluit heeft evenwel deze preventieve schorsing niet opgeslorpt, aangezien het de periode van 1 tot 31 januari 2005 buiten beschouwing laat. - de preventieve schorsing heeft uitwerking gehad gedurende de maand januari 2005, maar de verzoeker heeft dan toch geen weddeverlies geleden. - met het arrest nr. 199.226 van heden wordt het annulatieberoep tegen de tuchtstrafbeslissing van 28 januari 2005 verworpen. Die beslissing krijgt daardoor definitief een plaats in het rechtsverkeer.
- De bestreden beslissing heeft de rechtstoestand van de verzoeker niet gewijzigd. De verzoeker verwijst naar het moreel nadeel dat de bestreden beslissing, in de mate zij uitvoering gekregen heeft, hem blijft berokkenen doordat hij met een odium moet verder leven. Hij koppelt dat nadeel wel aan het resultaat van zijn beroep tegen het tuchtstrafbesluit en geeft toe dat de verwerping van dat IX-4762-4/5 beroep zijn moreel belang bij het beroep tegen de voorlopige schorsing doet verdwijnen. In die situatie is de verzoeker beland. Hij is definitief gestraft met het ontslag van ambtswege voor de bewezen geachte feiten. De Raad van State moet thans vaststellen dat de verzoeker niet meer moet optornen tegen de perceptie dat hij mogelijks iets verkeerds gedaan heeft, maar dat nu vast staat dat hij iets verkeerd gedaan heeft. Het moreel belang dat door de verzoeker aangevoerd wordt is verdwenen.
- Het beroep is bij gebrek aan actueel belang niet langer ontvan- kelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 december 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-4762-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.227 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.640 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.