← België

Arrest 199240 - Diploma’s - 23/12/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.240 Rolnummer: A. 194936/XII-6065 Zaak: Arrest 199240 - Diploma's - 23/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-24 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:06 Fiche Arrest nr 199.240 van 23 december 2009 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 199.240 van 23 december 2009 in de zaak A. 194.936/XII-6065 In zake: Sam MESTROM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Brigitta Verhaeren kantoor houdend te Steenokkerzeel Braambos 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: VZW ONDERWIJSINRICHTINGEN VAN DE ZUSTERS VAN DE CHRISTELIJKE SCHOLEN REGIO KEERBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean Hendrickx kantoor houdend te Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 16 december 2009, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 10 november 2009 waarbij de delibererende klassenraad 4 Economie ASO van het Sint-Michielsinstituut aan Sam Mestrom een oriënteringsattest C uitreikt. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op woensdag 23 december 2009, om 10.00 uur. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. XII-6065-1\14 Advocaat Brigitta Verhaeren, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Tijdens het schooljaar 2008-2009 is verzoeker leerling in het Sint- Michielsinstituut te Keerbergen, waar hij in de tweede graad het tweede jaar Economie (ASO) volgt. Op het einde van het schooljaar ontvangt verzoeker een oriënteringsattest C. Na beroep van verzoekers ouders adviseert de beroepscommissie dat de delibererende klassenraad niet opnieuw moet worden samengeroepen. Het schoolbestuur volgt dit advies, hetgeen op 26 augustus 2009 aan de ouders van verzoeker wordt meegedeeld. 3.
  5. Op 12 oktober 2009 dient verzoeker een beroep tot nietigverklaring in en vordert hij tevens de schorsing van de tenuitvoerlegging van de “beslissing [...] van de interne beroepscommissie”. Dit beroep is ingeschreven onder rolnummer A.194.248/XII-5983 ; bij arrest nr. 199.231 van heden wordt in die zaak de afstand van het geding vastgesteld. Nadat -en omdat- verzoeker voormeld beroep heeft ingesteld, beslist het schoolbestuur om de delibererende klassenraad toch opnieuw samen te roepen. XII-6065-2\14 3.
  6. Op 10 november 2009 beslist de delibererende klassenraad om het C-attest te behouden. Hij motiveert zijn besluit aldus : “1 De delibererende klassenraad van het tweede leerjaar van de tweede graad economie/ASO kwam op vraag van de Inrichtende Macht op dinsdag 10 november 2009 opnieuw samen. Dit gebeurde gezien het verzoekschrift d.d. 9 oktober 2009, neergelegd -via hun advocaat- door de heer Pierre Mestrom en mevrouw Marianne Wellemans op de griffie van de Raad van State tot schorsing en nietigverklaring van de beslissing betreffende hun zoon van de interne beroepscommissie van de school Sint-Michielsinstituut d.d. 26 augustus
  7. De leden van de delibererende klassenraad namen kennis van het hierboven vermelde verzoekschrift. 2 De delibererende klassenraad heeft beslist de attestering te handhaven. Dit betekent concreet dat het C-attest behouden blijft. De klassenraad nam zijn beslissing op basis van het globale dossier van Sam. De Algemeen Pedagogische Reglementering nr.3, p.10, 4.2.
  8. stelt hieromtrent: ‘Het pedagogisch dossier waar de delibererende klassenraad op steunt bevat in voorkomend geval: resultaten van proeven, toetsen of examens, die in de loop van het schooljaar door de leraren van de leerling werden afgenomen; de beslissingen, vaststellingen en adviezen van de begeleidende klassenraad (...)’ 2.1Resultaten van (synthese)toetsen, proeven, dagelijks werk Op jaarbasis scoort Sam voor alle vakken samen, dagelijks werk en synthesetoetsen samengenomen, 52%. Voor zes vakken zijn er tekorten op jaarbasis: Nederlands (41%), Frans (49%), biologie (35%), chemie (44%), fysica (43%), Duits (48%). De klassenraad stelt vast dat er met Nederlands en Frans tekorten werden behaald op 2 van de 4 vakken die in deze richting 4 lesuren per week (= het maximum) worden ingericht. De beslissing om het C-attest toe te kennen is niet alleen gebaseerd op de slechte resultaten voor de synthesetoetsen, maar op al de resultaten van Sam gedurende het ganse schooljaar. - In het Sint-Michielsinstituut telt in de tweede graad ASO het dagelijks werk mee voor 25% van de punten en tellen de synthesetoetsen mee voor 75% van de punten. Dit was dus ook voor Sam het geval. De klassenraad stelt vast dat de resultaten voor dagelijks werk het ganse schooljaar uitermate zwak zijn gebleven en dat er voor dagelijks werk tekorten op jaarbasis zijn voor volgende vakken: wiskunde (38%), Nederlands (48%), Frans (45%), Engels (47%), biologie (35%), chemie (32%), fysica (32%), Duits (38%). Er is dan ook nauwelijks vooruitgang geboekt voor Dagelijks Werk: bij de eerste beoordelingsperiode voor Dagelijks Werk had Sam 8 tekorten, bij de tweede beoordelingsperiode (enkel voor de vakken van 3u./week of meer, zijnde 5 van de 15 Bij de synthesetoetsen voor biologie stelt de klassenraad vast dat Sam er nooit in slaagt om de helft van de punten te halen: Sam evolueert daar van 25% naar 44%. Ook voor Dagelijks Werk slaagt Sam nooit voor dit vak (35%, 38% en 31%). Onder andere volgende doelstellingen werden door Sam niet gerealiseerd: - Een systematische indeling van de levende organismen in het 5-rijken- systeem weergeven op basis van eenvoudige criteria. - De lagere toxonomische niveaus aan de hand van voorbeelden verantwoorden. - Relaties tussen soorten onderling herkennen. XII-6065-3\14 - Voor enkele communicatievormen de methoden en functies bij de overdracht van informatie verwoorden. - Verschillen tussen aangeboren en aangeleerd gedrag met voorbeelden illustreren. - Aantonen dat bacteriën en virussen de menselijke gezondheid beïnvloeden. - De rol van micro-organismen in de natuur met voorbeelden toelichten. Voor chemie slaagt Sam in de loop van het schooljaar slechts één keer (52% bij de synthesetoets in juni). Volgende doelstellingen werden alvast niet gehaald: - Van anorganische stoffen met gegeven formule de systematische naam met Griekse telwoorden kunnen vormen en omgekeerd. - Formules van anorganische samengestelde stoffen kunnen vormen aan de hand van het gegeven oxidatiegetal van de voorkomende mono- en polyatomische ionen. - De onderlinge samenhang tussen de stofklassen schematisch kunnen weergeven. - Elektrolyten en niet-elektrolyten kunnen onderscheiden vanuit het bindingtype. - Het vrijkomen van ionen bij het oplossen van een gegeven elektrolyt in water kunnen weergeven in een reactievergelijking. - In voorbeelden uit de leefwereld de verandering van oxidatiegetallen kunnen vaststellen en in verband kunnen brengen met de begrippen oxidatie, reductie en elektronenoverdracht voor verbrandingsreacties, synthesereacties met enkelvoudige stoffen en ontledingsreacties van binaire stoffen. Ook voor het vak fysica slaagt Sam slechts één keer: 61% bij de synthesetoets in juni. Het niet-slagen van Sam heeft hoofdzakelijk met volgende vaststellingen te maken: - Het niet beheersen van te kennen formules. - Het niet kennen van het verschil tussen grootheden en eenheden. - Het niet beheersen van grafische voorstellingen en benaderingsregels. - Bovendien stelt de leerkracht vast dat Sam voortdurend de afspraken rond notatie, werkwijze en voorbereiden van oefeningen negeert. Voor het vak Frans is het tekort grotendeels te wijten aan de tekorten voor Dagelijks Werk. De klassenraad bemerkt dat Sam voor de synthesetoetsen een jojo-beweging maakt: 53% met Kerstmis, 42% met Pasen en 55% met juni. Sam heeft zeker volgende doelen niet bereikt: - Zelfstandig leestaken verrichten die relevant zijn voor gevarieerde tekstsoorten. - Zelfstandig de functionele kennis gebruiken die nodig is voor het uitvoeren van een schrijftaak. - Sam haalde tevens grote tekorten, het hele jaar rond, op het verwerven van woordenschat en vaardigheid voor morfo-syntaxis. Bij de vakoverschrijdende eindterm ‘Leren leren’ (en deze geldt voor alle vakken) staat bovendien gestipuleerd dat van leerlingen het volgende mag worden verwacht: - De eigen leeropvattingen, leermotieven en leerstijl in vraag stellen en zonodig veranderen. - Een realistische werk- en tijdsplanning op korte termijn maken. - Het eigen leerproces beoordelen op doelgerichtheid en het zonodig aanpassen. De rapportcijfers, de rapportcommentaren en de vele nota's in de agenda (zie ook verder) tonen duidelijk aan dat Sam deze doelstellingen onvoldoende heeft gerealiseerd. XII-6065-4\14 De klassenraad stelt dan ook vast dat de duidelijke vooruitgang die Sam heeft geboekt volgens de ouders, helemaal niet zo duidelijk is: voor biologie slaagt Sam nooit, voor Duits is er duidelijk een negatieve evolutie, voor de synthesetoetsen van Nederlands slaagt Sam ook nooit, voor de synthesetoetsen van Frans is er een jojo-beweging zonder uiteindelijke vooruitgang (en met grote lacunes voor lezen, schrijven, woordenschat en grammatica), voor de vakken fysica en chemie slaagt Sam weliswaar voor de synthesetoetsen met juni maar blijft het totaalresultaat verre van voldoende. Door deze tegenstrijdige resultaten en evoluties, meent de klassenraad dan ook dat er geen zekerheid is over het feit dat een éénduidig positieve evolutie zich het volgende schooljaar zou doorzetten. Bijgevolg vindt de klassenraad een C-attest een aanvaardbare beslissing. 2.2 Vaststellingen en adviezen van de begeleidende klassenraad Tegelijk stelt de klassenraad vast dat Sam en zijn ouders in de loop van het schooljaar regelmatig door de begeleidende klassenraad werden gewezen op de ernst van de situatie. De klassenraadcommentaren die op het rapport zijn verschenen zijn hierover duidelijk: Bij het rapport van Dagelijks Werk 1 stelde de klassenraad: ‘Met deze resultaten zal het zeer moeilijk worden’. De ouders van Sam werden toen ook - op vraag van de klassenraad, er was toen voor de tweede graad geen oudercontact voorzien - uitgenodigd voor een remediërend gesprek, dat plaatsvond met de directeur en de studiementor van de tweede graad. Tijdens dit gesprek werd gewezen op het feit dat Sam met zulke resultaten niet zou kunnen slagen. Uit dit gesprek kwam ook duidelijk naar voren dat Sam niet de nodige studie-inspanningen leverde, wat door Sams vader volmondig werd beaamd. Bij het rapport van Synthesetoetsen 1 luidde de commentaar: ‘Voor wiskunde, Frans, Engels, Duits en aardrijkskunde haal je nu plots wel positieve cijfers. Dat is natuurlijk goed, maar wat helpen zulke jojobewegingen als je daarnaast toch weer zoveel zware tekorten scoort? Je moet thuis echt dagelijks veel beter en georganiseerd werken. Je kunt niet zomaar kiezen voor welke vakken je deze maand zult werken, en voor welke in een volgende periode. Als je je daaraan niet kunt aanpassen moet je dringend een andere studierichting kiezen. Het CLB wil je daarbij helpen.’ Naar aanleiding van de slechte resultaten bij deze beoordelingsperiode vond op vrijdag 19 december 2008 een gesprek plaats tussen de studiementor, de vader van Sam en Sam zelf, na voorafgaand oudercontact met de klassenleraar. Tijdens dit gesprek kwam nadrukkelijk een eventuele overgang van Sam naar de richting Handel aan bod. De studiementor wees daarbij uit voorzorg op de eventuele aanpassingen die een dergelijke overgang met zich meebrengen: - Het deel Boekhouden in het vak Bedrijfseconomie, dat bijna niet voorkomt in het curriculum van de richting Economie in de tweede graad, dient door Sam op zelfstandige basis bijgewerkt te worden. Weer werden Sam en zijn ouders er op gewezen dat indien Sam de overgang niet zou maken en alsnog wilde slagen in de richting Economie, hij het roer drastisch diende om te gooien. Om hem daarbij ondersteuning te bieden werd opvolging van Sam door de studiementor aangeboden: Sam zou iedere week uit eigen initiatief contact opnemen met de studiementor i.v.m. opvolging van agenda, in orde zijn met taken en notities. De afspraak met de ouders was dat Sam thuis mee opgevolgd zou worden en dat hij veel meer zou studeren en in orde zijn met nota’s en taken. XII-6065-5\14 Tijdens het gesprek werd tevens het begeleidingsplan overlopen en gehandtekend door alle betrokken partijen (zie verder). De klassenraad stelt vast dat na Kerstmis niet werd ingegaan op het voorstel om een andere studierichting te kiezen. De klassenraad stelt op basis van de veelvuldige nota’s in de agenda (zie bijlage) ook vast dat Sam de volgende periode regelmatig niet in orde bleef met taken, notities, en het meebrengen van materiaal en dat zijn studiehouding er dus niet op verbeterde. Bij Dagelijks Werk 3 stond te lezen: ‘Minstens een aantal van deze tekorten had je kunnen vermijden, Sam, door regelmatiger en planmatiger te werken, door studie en werk niet uit te stellen tot als de nood het hoogst is; het is nog niet allemaal verloren, maar je moet je echt wel dringend herpakken.’ Bij deze commentaar stelde de klassenraad nogmaals duidelijk wat Sam te doen stond: het ontbreekt Sam aan de juiste houding om regelmatig en gestructureerd te werken. De klassenraad stelt vast dat Sam ondertussen nauwelijks kwam opdagen op de begeleidingsmomenten met de studiementor. Op 9 februari werd door de studiementor -via de agenda- tevens aan de ouders gevraagd om alle nota's van de voorbije maand te handtekenen. In de verdere loop van het schooljaar zou de vraag om te handtekenen nog regelmatig via de agenda aan de ouders worden gesteld (zie bijlage). Bij Synthesetoetsen 2 werd duidelijk gezegd dat het probleem alleen maar erger was geworden: ‘Je had voor een flink aantal bijvakken al tekorten op te halen. Nu heb je het probleem nog groter gemaakt, door ook voor je hoofdvakken slecht te scoren. Pak het probleem bij de wortel aan: hoe kan je jezelf ertoe brengen je beter te concentreren in de les? Wiens gezelschap moet je daarvoor vermijden? Op welke plaats ga je best zitten? Welke studierichting boeit je sterk?’ Opnieuw geeft de klassenraad enkele tips om Sam op weg te helpen. 3 In hun argumentering halen de ouders aan dat de problemen van Sam mede te wijten zijn aan ADD. De school onderkent deze problematiek en heeft tevens al het nodige gedaan om Sam hiervoor te begeleiden. Zo werd in samenspraak met de ouders en de leerlingenbegeleiding een begeleidingsplan opgesteld om Sam te ondersteunen bij het geconcentreerd lesvolgen, studeren en afleggen van toetsen en examens. Dit begeleidingsplan (zie ook bijlage) werd ondertekend door de ouders en opgevolgd vanuit de leerlingenbegeleiding op school. Volgende concrete maatregelen werden daarbij afgesproken: De leraar geeft duidelijke instructies en directe feedback. De leraar geeft Sam een plaats vooraan in de klas. De leraar schrijft de agenda met werkplanning aan het bord. Sam wordt aangespoord om het modelagenda te gebruiken. De leraar structureert leerstof en leergedrag. De leerkracht leert Sam kernwoorden markeren. De leerkracht verwijst naar samenvattingen in het boek. Sam krijgt voldoende/extra tijd om examens en toetsen in te vullen. XII-6065-6\14
  9. De klassenraad stelt vast dat leerkrachten en begeleiding een oprechte inspanning hebben geleverd om Sam en zijn ouders tegemoet te komen voor de problemen die werden veroorzaakt door ADD: de genomen maatregelen hadden allemaal als doel Sam meer geconcentreerd aan het werk te krijgen. Alvast tijdens het schooljaar werden nooit bemerkingen geplaatst door de ouders bij deze vorm van ondersteuning. De ouders van Sam menen dat er een aantal redenen zijn die een B-attest rechtvaardigen opdat Sam de overgang zou kunnen maken naar een eerste leerjaar Boekhouden- Informatica in de derde graad TSO. Net als de ouders stelt de klassenraad inderdaad vast dat Sam in de richting Boekhouden- Informatica geen Duits meer onderwezen zou krijgen. MAAR: - De ouders halen het argument aan dat de drie wetenschapsvakken waarvoor Sam nu een tekort haalt worden geclusterd tot één vak; dat is inderdaad zo, maar door de slechte punten voor die vakken in het schooljaar 2008-2009 valt onmogelijk met zekerheid te voorspellen dat Sam in een vijfde jaar Boekhouden-Informatica geen problemen zou kennen voor dat éne, geclusterde wetenschapsvak. - In het vijfde jaar Boekhouden-Informatica zou Sam vier lestijden wiskunde per week krijgen (wiskunde is een hoofdvak in deze richting). Dit schooljaar haalt Sam nipt 50% voor het vak wiskunde. Het is dus niet uitgesloten dat Sam in de richting Boekhouden- Informatica ook voor wiskunde in de problemen komt. Uit ervaring weet de klassenraad dat 50% voor wiskunde geen secure basis vormt om te kunnen starten in de richting Boekhouden-Informatica. - Op gelijke wijze toont het zwakke cijfer voor economie (Sam haalt een jaartotaal van 53%) niet duidelijk aan dat Boekhouden-Informatica, een richting met economische vakken als hoofdmoot, op dit moment een geschikte studiekeuze zou zijn voor Sam. Voor het vak Bedrijfshuishoudkunde heeft Sam bovendien nauwelijks een basis boekhouden meegekregen vanuit het vak Economie in de tweede graad ASO. - Tijdens de eerste beoordelingsperiode voor informatica (Kerstmis 2008) behaalde Sam 36% van de punten. Tijdens deze periode werden algoritmen behandeld en het is net dat leerstofonderdeel waar wordt op voortgebouwd in het vak Informatica in de richting Boekhouden- Informatica. Daarenboven heeft de klassenraad bedenkingen bij de studiehouding van Sam (zie ook commentaren bij het rapport). Er zal eerst ook grondig aan deze studiehouding (zie ook Leren leren) dienen gesleuteld te worden eer Sam kans op slagen heeft in een theoretisch- technische studierichting als Boekhouden-Informatica. De klassenraad vindt dan ook in eer en geweten dat Boekhouden-Informatica op dit moment geen gepaste optie is voor Sam: hem die richting nu aanraden, zou een beslissing zijn die niet in het belang van de leerling is, aldus de klassenraad. 5 Tegelijk meent de klassenraad dat het geen goed idee zou zijn om Sam via een B-attest te laten overgaan naar een andere TSO-richting (een andere dan Boekhouden-Informatica) in het eerste jaar van de derde graad: - Voor een richting Handel gelden voor een deel dezelfde opmerkingen als voor de richting Boekhouden-Informatica: ook daar is er geen zekerheid voor de wetenschappen, ook daar is het zwakke cijfer voor economie een hinderpaal. Bovendien zou Sam in die richting opnieuw Duits onderwezen krijgen. XII-6065-7\14 - Een richting Secretariaat-Talen lijkt de klassenraad omwille van de zwakke resultaten voor talen (en meer bepaald de tekorten voor Nederlands, Frans en Duits) niet de juiste keuze. - Naast deze genoemde richtingen, valt ook de overgang naar een nijverheidstechnische richting niet aan te raden. Sam zou in deze richtingen immers laat in het curriculum instromen en zou zich daardoor geconfronteerd weten met een grote achterstand. 6 In hun argumentatie halen de ouders van Sam aan dat hun zoon aan het eind van de drie schooljaren die voorafgaan aan het schooljaar 2008-2009 telkens een A-attest haalde. De klassenraad stelt hieromtrent het volgende vast: - De klassenraad oordeelt over het voorbije schooljaar 2008-2009, verder reikt haar bevoegdheid niet. - Aangezien Sam tijdens die schooljaren les volgde op een andere school, kan de klassenraad geen verklaring ten gronde geven voor het welslagen toen. De klassenraad stelt ten andere vast dat de vorige school geen ASO-richting meer had aangeraden bij aanvang van het schooljaar 2008-
  10. 7 In hun argumentatie halen de ouders aan dat hun zoon Sam aanpassingsproblemen ondervond bij de overschakeling van de vorige school naar het Sint-Michielsinstituut. De klassenraad stelt hierover dat iedere nieuwe leerling zich natuurlijk dient aan te passen aan de geplogenheden van een nieuwe school en weet ook dat iedere nieuwe leerling bij aanvang een gewenningsperiode doormaakt. Sam heeft zich evenwel vrij snel geïntegreerd in zijn nieuwe klas en heeft snel aansluiting gevonden bij zijn nieuwe klasgenoten. De klassenraad vindt trouwens dat het welbevinden van Sam in de klas goed was: Sam antwoordde b.v. vlot tijdens de lessen en sprak zijn leerkrachten ook zelf aan. Het bewijs van Sams integratie wordt trouwens mede geleverd door het feit dat Sam zich per 1 september 2009 opnieuw heeft aangemeld in het Sint-Michielsinstituut, ondanks het behaalde C-attest. De klassenraad blijft wijzen op het feit dat het gebrek aan motivatie en interesse belangrijker zijn als verklaring voor het niet-slagen van Sam. Dit gebrek aan interesse en motivatie zijn volgens de klassenraad duidelijk te onderscheiden van de concentratiemoeilijkheden die te wijten zijn aan ADD en waarvoor Sam werd ondersteund. Zo stelt de klassenraad vast dat Sam regelmatig niet kwam opdagen bij overlegmomenten en dat hij aangeboden remediëring naast zich neerlegde: voor Nederlands meldde Sam zich bijvoorbeeld slechts één enkele keer voor de wekelijks aangeboden remediëringsles van dat vak. Sam maakte ook geen gebruik van de talloze, beschikbare oefenmogelijkheden op het elektronisch leerplatform elov, integendeel: zelfs de verplichte oefeningen of opdrachten maakte hij meermaals niet, of niet binnen het voorziene tijdsbestek. Ook voor chemie zijn extra oefeningen meegegeven en zijn er extra lessen aangeboden, die vaker niet dan wel werden gemaakt of gevolgd. Voor Frans kreeg Sam een remediëringsfiche na zijn kerstexamen met tips om de cijfers inzake vaardigheden en kennis op te krikken. In het kader hiervan diende Sam tevens een antwoord te formuleren op de vraag: Wat ga ik anders aanpakken vanaf 5 januari.' Deze fiche, die thuis gehandtekend diende te worden, heeft de vakleraar nooit teruggekregen. Eveneens voor Frans diende Sam tweewekelijks naar de inhaalles te komen omdat hij een basisachterstand had wat de onregelmatige werkwoorden betreft. Elke keer XII-6065-8\14 diende hij opnieuw een test af te leggen waarop hij 8/10 diende te halen. Sam is hier nooit in geslaagd, ondanks de ontelbare kansen die hij heeft gekregen. De klassenraad is ten slotte zo vrij volgende twee bedenkingen te formuleren: - Als het waar is dat de effecten van Sams medicatie waren uitgewerkt op het moment dat Sam na een schooldag thuiskwam en hij dus thuis niet meer kon studeren, hoe valt dan te verklaren dat Sam voor sommige vakken op sommige momenten wel die motivatie kon opbrengen en (bescheiden) resultaten kon boeken? - Als de invloed van ADD zich enkel zou uitstrekken tot Sams tekorten voor Dagelijks Werk, hoe vallen dan de tekorten voor de synthesetoetsen te verklaren? Omwille van al deze vaststellingen meent de klassenraad dat een C-attest volledig gerechtvaardigd is en dat het Sam de mogelijkheid kan bieden om te groeien naar meer maturiteit : het biedt hem de kans om alsnog de nodige basiskennis te verwerven, zodat na het huidige schooljaar, én met kans op slagen, de overstap kan worden gemaakt naar b.v. een richting Boekhouden-Informatica”. IV. De schorsingsvoorwaarden
  11. Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. V. Beoordeling van de eerste schorsingsvoorwaarde
  12. De bestreden beslissing, die dateert van 10 november 2009, is aan verzoeker ter kennis gebracht op 16 november
  13. Vervolgens wacht verzoeker een volle maand alvorens met voorliggende vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing ervan te vorderen. Door telkenmale zo lang te talmen spreekt verzoeker op het eerste gezicht zelf de beweerde hoogdringendheid tegen. De Raad van State mag evenwel in het midden laten of er te dezen bijzondere omstandigheden zijn die een XII-6065-9\14 aanvaardbare verantwoording opleveren voor dit gebrek aan diligentie, nu hoe dan ook hierna zal blijken dat een andere schorsingvoorwaarde niet is vervuld. VI. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde Uiteenzetting van het enig middel
  14. Verzoeker voert als enig middel de schending aan van het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Hij geeft in het inleidend verzoekschrift de volgende uiteenzetting : “Net zoals de voorgaande beslissing van de interne Beroepscommissie is ook de huidige beslissing van 16/11/2009 gebaseerd op tal van irrelevante en niet-correcte gegevens. Daar waar er op heden weliswaar schijnbaar heel wat uitgebreider wordt gemotiveerd door de school, kan de motivatie echter volledig ontkracht worden door verzoeker en zijn ouders. De school wenst bij voorbaat de voorgaande beslissing te handhaven (toekennen van een C-attest) en tracht allerlei (drog)redenen te zoeken om deze beslissing te staven. Het is duidelijk dat het belang van de leerling niet gediend is met het toekennen van een C-attest, indien het toekennen van een B-attest, hetgeen een minder ingrijpende beslissing is, eveneens tot de mogelijkheden behoort. De mogelijkheid van de toekenning van het B-attest wordt op onvoldoende wijze nagegaan door de school. Nochtans werd door de ouders van Sam herhaaldelijk geargumenteerd dat het toekennen van een B-attest gerechtvaardigd was. De school beperkt zich in globo tot de volgende stellingen: - ‘dat er geen zekerheid is over het feit dat een éénduidige positieve evolutie zich het volgende schooljaar zou doorzetten. Bijgevolg vindt de klassenraad een C-attest een aanvaardbare beslissing’ (bladzijde 4 bovenaan) (eigen onderlijning en cursief); - ‘door de slechte punten voor die vakken (wetenschapsvakken) in het schooljaar 2008-2009 valt onmogelijk met zekerheid te voorspellen dat Sam in een vijfde jaar Boekhouden-Informatica geen problemen zou kennen voor dat ene, geclusterde wetenschapsvak’ (bladzijde 6, eerste punt) (eigen onderlijning en cursief); - ‘Het is dus niet uitgesloten dat Sam in de richting Boekhouden-Informatica ook voor wiskunde in de problemen komt’ (bladzijde 6, tweede punt) (eigen onderlijning en cursief); ... Het is uiteraard een feit dat men geen glazen bol heeft, en dus niet met zekerheid kan zeggen of Sam in het vijfde jaar Boekhouden-Informatica zal slagen, maar het geheel van feiten laat evenmin toe te zeggen dat het (zeer) waarschijnlijk is dat Sam niet zal slagen. Dit is immers een beoordeling die doorheen het huidige schooljaar zou moeten worden gegeven, en niet reeds bij voorbaat dient gegeven te worden vooraleer het schooljaar goed en wel bezig is. Men dient geen absolute zekerheid te hebben dat Sam zal slagen in het 5e jaar TSO. Verzoekers zijn van oordeel dat Sam minstens het voordeel van de twijfel moet kunnen krijgen. XII-6065-10\14 De school dient inderdaad toe te geven dat er in het vijfde jaar Boek- houden-Informatica geen Duits meer wordt onderwezen (één van de onvoldoendes van Sam). De wetenschapsvakken chemie, Fysica en biologie worden geclusterd tot één enkel vak. Voor chemie en fysica was Sam in juni geslaagd (voor fysica behaalde hij zelfs 61 %, zijnde de mediaan). Wanneer Sam kan slagen voor deze vakken in het ASO-niveau, kan niet ontkend worden dat hij één en ander onder de knie heeft en begrijpt, zoniet zou hij nooit dergelijke punten halen. Ook voor de voorgaande jaren (ASO-niveau) behaalde Sam een A-attest. Men kan er redelijkerwijze van uitgaan dat het TSO-niveau minder hoog ligt, zodat er inderdaad geen zekerheid is dat Sam geen problemen zou kennen in het vijfde jaar TSO (dit hoeft trouwens ook niet), maar dat er ook geen zekerheid bestaat dat hij niet zou kunnen slagen voor het vak. Voor het vak wiskunde slaagt Sam op ASO-niveau. Dezelfde opmerking over het niveau van ASO en TSO kan herhaald worden. Sam heeft aldus wel degelijk kans om te slagen in het vijfde jaar TSO voor wiskunde. Trouwens kan nog worden opgemerkt dat de mediaan voor wiskunde 56 was; Sam is hier niet ver van verwijderd. Wat betreft de studiehouding van Sam, dit is volgens verzoekers niet iets wat wordt opgelost door het zittenblijven, wel integendeel, zoals verzoekers op heden mogen ervaren De studiehouding van een leerling kan verbeterd worden door voldoende interesse te kunnen opwekken, en voldoende uitdaging aan te bieden. Door het jaar te moeten overdoen op een niveau dat lager ligt dan vorig jaar, is de motivatie van Sam nog verder weg dan voorheen... Op welke grond kan de school trouwens verklaren dat het zittenblijven van Sam hem meer maturiteit zal opleveren? Ten aanzien van het medische probleem van ADD, wordt er nog steeds enkel gesteld dat Sam voor deze problematiek werd begeleid. Deze begeleiding was evenwel, voor zover verzoekers gekend, minimaal. Zo bijvoorbeeld werden een reeks maatregelen afgesproken die door de leerkrachten ten uitvoer moesten worden gebracht. Verzoekers vertrouwden erop dat deze maatregelen wel degelijk zouden worden uitgevoerd, hetgeen blijkbaar niet steeds gebeurde. Zo was één van de maatregelen: ‘de leraar geeft Sam een plaats vooraan in de klas’. Bij de evaluatie van het tweede trimester werd evenwel als opmerking gemaakt ‘Pak het probleem bij de wortel aan: hoe kan je jezelf ertoe brengen je beter te concentreren in de les? Wiens gezelschap moet je daarvoor vermijden? Op welke plaats ga je best zitten?’ (eigen onderlijning en cursief) Van het goed bedoelde begeleidingsplan voor Sam kwam blijkbaar niet veel terecht. Men verwijt Sam een gebrek aan interesse en inzet, en men haalt juist dit zogenaamd gebrek aan als motivatie om een C-attest te verstrekken. Echter is er geen sprake van een werkelijk gebrek aan interesse en inzet, enkel is de medicatie die de zoon gedurende de dag neemt om toch op normale manier de lessen te kunnen volgen, 's avonds volledig uitgewerkt, zodat er voor dagelijks werk meer onvoldoendes werden behaald. De werkelijke impact van dit medisch probleem, met name dat Sam zich 's avonds gewoonweg niet meer kán concentreren voor zijn huistaken en het studeren van de vakken, wordt nog steeds niet naar waarde geschat door de school. Net als bij de voorgaande beslissing kan niet ontkend worden dat de school/klassenraad een onzorgvuldige en onredelijke beslissing heeft genomen. Zoals reeds gezegd, gaat de school uit van het toekennen van een C-attest, en probeert dan deze beslissing zo goed en zo kwaad mogelijk te verdedigen. XII-6065-11\14 In het belang van Sam dient men echter van een ander uitgangspunt te vertrekken, met name het toekennen van het minder vérstrekkende B-attest. Er wordt onvoldoende aandacht besteed aan de elementen in het dossier die voor een B-attest pleiten. Uiteraard is het niet met zekerheid te zeggen dat Sam zal slagen in het vijfde jaar TSO; de school kan echter ook niet met zekerheid zeggen dat Sam niet zal slagen”. Beoordeling
  15. Verzoeker betoogt in essentie dat op onvoldoende wijze werd nagegaan of hem geen oriënteringsattest B kon worden toegekend -verzoeker is wel die mening toegedaan en haalt daarvoor een aantal argumenten aan- en dat de school zich ten onrechte beperkt tot stellingen die erop wijzen dat een absolute zekerheid op slagen zou vereist zijn opdat een B-attest kan worden uitgereikt. Verzoeker lijkt uit het oog te verliezen dat een oriënteringsattest B slechts kan worden uitgereikt aan de leerling die het betrokken schooljaar “met vrucht” heeft beëindigd - wat betekent, luidens artikel 38, 1/, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, dat hij “in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar”. Vanzelfsprekend is een B-attest in vergelijking met een C-attest een “minder ingrijpende beslissing”, aangezien met een B-attest wordt aangegeven dat de betrokken leerling het schooljaar met vrucht heeft beëindigd. Het toekennen van dit attest vereist evenwel dat verzoeker als een geslaagde leerling beschouwd mag worden. De klassenraad heeft gemeend dat zulks niet het geval is. Zijn beslissing daaromtrent steunt op de vastgestelde tekorten op jaarbasis voor Nederlands (41%), Frans (49%), biologie (35%), chemie (44%), fysica (43%) en Duits (48%), waarbij ook het jaartotaal van 52% wordt opgemerkt en het belang van de vakken Nederlands en Frans in overweging wordt genomen. De klassenraad zet ook in detail uiteen welke doelstellingen van het leerplan voor die vakken door verzoeker niet werden bereikt.
  16. Verzoeker maakt gewag van “tal van irrelevante en niet-correcte gegevens”, maar hij betwist of bekritiseert vervolgens niet de hem gegeven punten en de door de klassenraad gemaakte vaststellingen over de niet-bereikte XII-6065-12\14 doelstellingen. In de huidige stand van de rechtspleging neemt de Raad van State dan ook aan dat die tekorten een zorgvuldig vastgestelde weergave is van verzoekers prestaties tijdens het voorbije schooljaar.
  17. Het redelijkheidsbeginsel kan maar geschonden genoemd worden, indien de delibererende klassenraad aan de hand van de doorheen het schooljaar verzamelde concrete gegevens van de leerling een beslissing neemt die dermate afwijkt van het normale beslissingspatroon, dat het gewoon niet denkbaar is dat een ander, zorgvuldig handelend bestuur in dezelfde omstandigheden tot zulke besluitvorming komt. Oordelen dat een leerling met zes jaartekorten -zoals die ook nader worden toegelicht in de bestreden beslissing- het betrokken schooljaar niet met vrucht heeft afgewerkt is een beslissing waarvan het niet ernstig lijkt om ze in strijd met het redelijkheidsbeginsel te noemen.
  18. Hetgeen de delibererende klassenraad, na beslist te hebben dat verzoeker het schooljaar niet met vrucht heeft beëindigd en een C-attest krijgt, vervolgens nog overweegt in verband met een B-attest lijkt vooralsnog een overtollig motief te zijn. Dit betekent dat de grieven die verzoeker aanvoert tegen dit onderdeel van de motivering op het eerste gezicht niet dienstig zijn.
  19. Het enig middel is niet ernstig. Er is dan ook niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XII-6065-13\14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 december 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Frank Bontinck, griffier. De griffier, De voorzitter, Frank BONTINCK Geert VAN HAEGENDOREN XII-6065-14\14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.240 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.689 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.