id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.329 Rolnummer: A. 195013/IX-6644 Zaak: Arrest 199329 - Penitentiair recht - 29/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-30 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:06 Fiche Arrest nr 199.329 van 29 december 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 199.329 van 29 december 2009 in de zaak A. 195.013/IX-6644 In zake : Mohamed BELSAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Blomme kantoor houdend te Torhout Vredelaan 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, per fax ingesteld op 26 december 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 22 december 2009 van de FOD Justitie Directoraat-generaal EPI - Penitentaire inrichtingen, strafinrichting Brugge - Mannenafdeling 1 waarbij Mohamed BELSAS de volgende tuchtsanctie wordt opgelegd: “2 weken strikt, van 23/12 tot en met 05/01/
- Aanvang van de tuchtsanctie: 23/12/2009”. II. Verloop van de rechtspleging
- De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 december 2009, om 14.00 uur. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Meral Kalin, die loco advocaat Koen Blomme verschijnt voor de verzoeker, en adviseur Kristel Van Driessche, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6644-1/5 Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. De bestreden beslissing
- De bestreden beslissing en haar motivering : “De volgende tuchtsanctie wordt ten aanzien van de gedetineerde uitgesproken 2 weken strikt, van 23/12 tot en met 05/01/
- Aanvang van de tuchtsanctie : 23/12/2009 Motivering van de sanctie : Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor negeren order en verwijten tov personeel + verbale agressie, beledigingen en bedreigingen tov personeel. Overwegende dat betrokkene twee rapporten oploopt voor verbale agressie; Overwegende dat betrokkene de feiten minimaliseert of ontkent; Overwegende dat de feiten nochtans als bewezen worden geacht; Overwegende dat de reactie van de chef voor de uitspraak van de sanctie niet relevant is aangezien betrokkene tegen dan al grensoverschrijdend gedrag heeft gesteld; Overwegende dat betrokkene reeds veel voorgaanden heeft op vlak van verbale agressie; Overwegende dat betrokkene zich echt niet wil aanpassen aan de regels van de gevangenis en aan de regels van de elementaire beleefdheid; Overwegende dat betrokkene zelf tijdens de hoorzitting verklaart dat we blijvend problemen zullen hebben met hem als we hem op gesloten sectie laten. (Bijgevolg) is deze sanctie verantwoord”. IV. Onderzoek van de vordering 4.
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. 4.
- Wat de tweede voorwaarde betreft voert de verzoeker aan wat volgt : IX-6644-2/5 “IV. Risico op moeilijk te herstellen nadeel Een annulatie zonder voorafgaandelijke schorsing heeft tot gevolg dat de tuchtstraf eerst is ondergaan vooraleer zij desgevallend zou ongedaan gemaakt worden en er dus na vaststelling dat de tuchtstraf onterecht was, geen nuttig gevolg meer kan gegeven worden aan deze beslissing tot annulatie. Ingevolge de tuchtstraf dient verzoeker twee weken op cel te blijven, hetgeen leidt tot een moeilijk te herstellen nadeel temeer deze straf plaatsvindt in volle kerst en eindejaarsperiode. Eens de tuchtstraf ondergaan is, kan het hierdoor opgelopen nadeel niet meer ongedaan gemaakt worden. Dat er een nadeel verbonden is aan strikt regime is niet ernstig betwistbaar en wordt ook erkend door verwerende partij, waar zij nu juist dit nadeel als tuchtstraf aan verzoeker gaat opleggen in de bestreden beslissing”. Beoordeling 5.
- De verzoeker moet op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State én op grond van artikel 8, eerste lid, van het Koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State in het verzoekschrift duidelijk en concreet aangeven waarin precies het moeilijk te herstellen nadeel bestaat, dat hij als gevolg van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de door hem bestreden beslissing ondergaat of dreigt te ondergaan. Hij mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet precieze en concrete aanduidingen verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel. De verzoeker legt het ernstig karakter van het nadeel in het feit dat hij twee weken op cel dient te blijven en deze straf wordt uitgevoerd in volle kerst- en eindejaarsperiode. 5.
- De tuchtstraf bestaande uit twee weken strikt regime is op zich geen ernstig nadeel. De verzoeker brengt geen precieze en concrete aanduidingen naar voor die het bestaan van een ernstig nadeel aannemelijk maken. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is niet aangetoond. 5.
- Ten overvloede wordt erop gewezen dat tijdens de hoorzitting van 22 december 2009 de betrokkene “stelt dat er steeds problemen zullen zijn als hij op die sectie moet blijven” (bedoeld wordt : de gesloten sectie). IX-6644-3/5 Een dergelijke verklaring, die ter zitting niet wordt betwist, betekent dat de verzoeker verantwoordelijk is voor het nadeel dat hij aanvoert, omdat het te wijten is aan zijn eigen toedoen. Dit betekent concreet dat hij het nadeel dat hij inroept kan vermijden door zich aan te passen aan de geldende regels die toepasselijk zijn binnen het penitentiair milieu, waarin hij zich actueel bevindt. Bovendien kan daaraan worden toegevoegd dat de zes schriftelijke getuigenverklaringen die de verzoeker neerlegt en waaruit zou moeten blijken dat het gedrag van de plaatsvervangende kwartieroverste aan de basis zou liggen van de bestreden beslissing, aan voornoemde vaststelling geen afbreuk doet, mede gelet op de specifieke tuchtrechtelijke voorgaanden van de verzoeker. 5.
- Uit wat voorafgaat volgt dat niet is voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
- Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. IX-6644-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 december 2009, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6644-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.329 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div