← België

Cassatiebeschikking 3916 - Financiële tegemoetkomingen - 26/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 26 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.3.916 Rolnummer: A. 191029/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 3916 - Financiële tegemoetkomingen - 26/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 215 - laatst gezien 2026-07-03 05:00 Fiche Beschikking nr 3.916 van 26 januari 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Financiële tegemoetkomingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING INZAKE DE TOELAATBAARHEID VAN EEN CASSATIEBEROEP nr. 3916 van 26 januari 2009 in de zaak G/A 191.

  1. In zake : Philip WOUTERS, die woonplaats kiest bij advocaat R. DENEEF, kantoor houdende te DIEST, Engelandstraat 61 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Philip Wouters op 7 januari 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders van 5 december 2008; Gelet op artikel 20, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en op de artikelen 7 tot 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State; Gelet op de ontvangst, op 20 januari 2009, van het dossier van de zaak; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 191.029-1/6 OVERWEEGT WAT VOLGT:
  2. Verzoek tot het verkrijgen van rechtsbijstand 1.
  3. In zijn verzoekschrift vraagt de verzoeker om hem het voordeel van de pro deo toe te kennen. Op grond van artikel 33 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State kan het pro deo gevraagd worden voor de honoraria, voorschotten of rechten bedoeld in artikel 28, 2/ en 3/. De rechten bedoeld in artikel 28, 1/, en met name de rechten verschuldigd bij het indienen van het cassatieberoep (artikel 30, § 5, eerste lid, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State), worden daarentegen, overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit van 30 november 2006, in debet ingeschreven. Er bestaat dan ook geen aanleiding om uitspraak te doen over het verzoek tot het verkrijgen van rechtsbijstand.
  4. Toelaatbaarheid van het cassatieberoep 2.
  5. De verzoeker heeft bij de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van een financiële hulp. De aanvraag is ingediend bij een verzoekschrift dat op 10 december 2007 op het secretariaat van de Commissie is neergelegd. De verzoeker vordert de hulp als slachtoffer van opzettelijke gewelddaden die in maart-april 2001 op hem gepleegd zijn. De twee daders van die gewelddaden zijn bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 29 september 2004 veroordeeld. Op burgerrechtelijk gebied heeft de rechtbank de daders veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de verzoeker. Het vonnis is bij verstek gewezen ten aanzien van de genoemde daders. Het is, wat de eerste dader betreft, betekend aan de politie op 27 oktober 2004; het is voorts, wat de tweede dader betreft, betekend aan de politie op 17 november 2004 en aan haar persoonlijk overhandigd op 1 april
  6. 191.029-2/6 De Commissie verklaart het verzoek onontvankelijk, op grond dat het is ingediend buiten de termijn van drie jaar, bedoeld in artikel 31bis, § 1, 4/, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen.
  7. In een enig middel roept de verzoeker de schending in van de artikelen 151, 187 en 208 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 31bis, § 1, 4/, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen en de materiële motiveringsplicht. 3.
  8. In een eerste onderdeel voert de verzoeker aan dat een verstek- vonnis overeenkomstig de artikelen 151, 187 en 208 van het Wetboek van Straf- vordering in kracht van gewijsde treedt vijftien dagen na de betekening ervan. Te dezen is de inhoud van het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Leuven op 1 april 2005 effectief ter kennis gebracht van de tweede dader. Vijftien dagen na die betekening, dus op 16 april 2005, is het vonnis in kracht van gewijsde getreden. Vanaf die laatste datum is het definitief. Het is dus vanaf die datum dat de termijn van drie jaar begint te lopen, waarbinnen een verzoek tot het verkrijgen van financiële hulp moet worden ingediend. Door het verzoek van de verzoeker onontvankelijk te verklaren, schendt de bestreden beslissing artikel 31bis, § 1, 4/, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen. 3.
  9. In een tweede onderdeel voert de verzoeker aan dat de bestreden beslissing “niet voldoet aan de materiële motiveringsplicht conform artikel 149 [van het Gerechtelijk Wetboek] (lees: de Grondwet)”. Volgens de verzoeker heeft de Commissie “nagelaten een formele verantwoording te formuleren” en heeft ze ook “nagelaten te antwoorden op de vraag wanneer de verzoeker dan wel tijdig [zijn] verzoek kon instellen”.
  10. In verband met het eerste onderdeel dient de bepaling van artikel 31bis, § 1, 4/, van de wet van 1 augustus 1985 in herinnering te worden gebracht: “De financiële hulp als bedoeld in artikel 31 , 1/ tot 4/, wordt toegekend onder de volgende voorwaarden: [...] 4/ Het verzoek is binnen drie jaar ingediend. De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de eerste beslissing tot seponering, de beslissing van het onder- zoeksgerecht, de dag waarop definitief uitspraak is gedaan over de strafvorde- ring of de dag, indien deze van latere datum is, waarop uitspraak is gedaan over de burgerlijke belangen.” 191.029-3/6 Het onderdeel is gericht tegen de bestreden beslissing in zoverre deze de dag van de uitspraak van het vonnis van de correctionele rechtbank als beginpunt van de termijn beschouwt. Volgens de verzoeker zou de termijn pas beginnen lopen vanaf de dag waarop dat vonnis definitief geworden is. Hij voert aan dat de termijn te dezen aldus loopt vanaf de dag waarop het aan de tweede dader ter kennis is gebracht. Artikel 31bis, § 1, 4/, van de wet van 1 augustus 1985 heeft het over “de dag waarop definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering”. De termijn begint dus te lopen vanaf de dag van de uitspraak van het vonnis, niet vanaf de dag waarop het vonnis in kracht van gewijsde gaat. Weliswaar bepaalt artikel 187 van het Wetboek van Strafvordering dat de bij verstek veroordeelde tegen het vonnis van de correctionele rechtbank in verzet kan komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het hem is betekend, en dat, indien de betekening niet aan de beklaagde in persoon is gedaan, deze op strafrechtelijk gebied in verzet kan komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen. De eerste termijn is de gewone termijn van verzet, de tweede is de buitengewone termijn van verzet. Na het verstrijken van de gewone verzettermijn en voor zover geen enkel rechtsmiddel is aangewend, gaat de bij verstek gewezen veroordelende beslissing in kracht van gewijsde, tenzij eventueel tijdens de buitengewone termijn verzet wordt gedaan (Cass., 25 april 2001, nr. P.01.0111.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010425.15). De uitspraak wordt dan ook definitief, in de zin van artikel 31bis, § 1, 4/, van de wet van 1 augustus 1985, zodra de gewone termijn van verzet is verstreken. Zoals de bestreden beslissing echter terecht vaststelt, neemt het voorgaande niet weg dat de vervaltermijn voor het instellen van het verzoek tot het verkrijgen van financiële steun begint te lopen vanaf het ogenblik van de uitspraak. Het feit dat die uitspraak pas later definitief wordt, doet daaraan geen afbreuk. Het onderdeel faalt kennelijk naar recht.
  11. In verband met het tweede onderdeel moet in de eerste plaats opgemerkt worden dat artikel 149 van de Grondwet, in zoverre het voorschrijft dat elk vonnis met redenen is omkleed, slechts een vormvereiste stelt. 191.029-4/6 Uit de bestreden beslissing blijkt dat de Commissie het verzoek tot het verkrijgen van financiële steun onontvankelijk verklaart, op grond dat het is ingediend buiten de termijn bedoeld in artikel 31bis, § 1, 4/, van de wet van 1 augustus
  12. Aldus geeft de Commissie de reden waarop zij haar beslissing steunt. In zoverre de verzoeker aanvoert dat de Commissie niet antwoordt op de vraag wanneer hij zijn verzoek moest indienen, moet opgemerkt worden dat het de Commissie enkel toekwam om de ontvankelijkheid van het op 10 december 2007 ingediende verzoek te beoordelen, niet om aan de verzoeker te laten weten in welke periode hij zijn verzoekschrift had moeten indienen. Overigens kan uit de overwegingen van de bestreden beslissing worden afgeleid in welke periode de verzoeker volgens de Commissie een ontvankelijk verzoek kon indienen, met name vanaf het ogenblik waarop het vonnis definitief is geworden (de 16de dag na 17 november 2004, zijnde 3 december 2004) tot drie jaar na de uitspraak ervan (29 september 2007). Het onderdeel mist kennelijk feitelijke grondslag. BESLIST: Artikel
  13. Er is geen aanleiding om uitspraak te doen over het verzoek tot het verkrijgen van rechtsbijstand. Artikel
  14. Het cassatieberoep is ontoelaatbaar. Artikel
  15. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 191.029-5/6 Aldus te Brussel verleend op 26 januari 2009 door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. 191.029-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.3.916 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010425.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.