id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 26 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.069 Rolnummer: A. 191110/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 4069 - Dienst Vreemdelingenzaken - 26/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-12 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 20:00 Fiche Beschikking nr 4.069 van 26 februari 2009 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 4069 van 26 februari 2009 in de zaak A. 191.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat M. MERRIE, kantoor houdende te 2460 KASTERLEE, Waaiberg 6B tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, thans de minister van Migratie- en Asielbeleid. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Liberische nationaliteit, op 16 januari 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 20.331 van 12 december 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 21 januari 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) derhalve niet van toepassing is op zijn arresten; dat het middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat artikel 9bis van de Vreemdelingenwet geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van het bestuur om het al dan niet vervuld zijn van de buitengewo- ne omstandigheden te beoordelen op het ogenblik van het nemen van de beslissing; dat het bestreden arrest, waar het stelt dat “de aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf dient 191.110-1/2 (te worden) beoordeeld (...) in het licht van de toestand zoals die bestaat op het ogenblik van de te nemen beslissing”, artikel 9bis van de Vreemdelingenwet niet schendt; dat het middel in die mate ongegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zesentwintig februari tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 191.110-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.069 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.