← België

Cassatiebeschikking 4740 - Dienst Vreemdelingenzaken - 15/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 15 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.740 Rolnummer: A. 193002/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 4740 - Dienst Vreemdelingenzaken - 15/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-24 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:25 Fiche Beschikking nr 4.740 van 15 juli 2009 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 4740 van 15 juli 2009 in de zaak A. 193.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat T. MOSKOFIDIS, kantoor houdende te 3840 BORGLOON, Gillebroekstraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Migratie- en Asielbeleid. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 15 juni 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 28.645 van 12 juni 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 19 juni 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij verwijst naar en citeert uit een volgens haar “volledig gelijkaardige zaak”, waarin de verwerende partij echter schriftelijk had bevestigd dat geen repatriëring was voorzien; dat uit de individuele beoordeling van die andere zaak geen onwettigheid in het thans bestreden arrest kan worden afgeleid, los van de vaststelling dat de door de verzoekende partij aangehaalde bepalingen geen betrekking op de beoordeling van de ingestelde procedure blijken te hebben; dat het middel in die mate, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond is; Overwegende dat de kritiek aangaande de situatie in Polen geen betrekking heeft op het bestreden arrest, waarin geen uitspraak over de grond van de zaak 193.002-1/2 doch enkel over de ingestelde procedure en de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt gedaan; dat het middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op vijftien juli tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 193.002-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.740 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.