← België

Cassatiebeschikking 4745 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 16/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 16 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.745 Rolnummer: A. 193172/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 4745 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 16/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-24 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 03:25 Fiche Beschikking nr 4.745 van 16 juli 2009 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 4745 van 16 juli 2009 in de zaak A. 193.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat M. LECOMPTE, kantoor houdende te 9090 MELLE, Kalverhagestraat 8A tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Afghaanse nationaliteit, op 25 juni 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 27.570 van 19 mei 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 3 juli 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, daargelaten de vraag of de ingeroepen bepalingen van Richtlijn 2004/83/EG van de raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming wel rechtstreekse werking in het Belgische recht hebben, dat de aanvrager van de subsidiaire beschermingsstatus, met name wat betreft de vraag of hij bij een terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen zou lopen, niet met een verwijzing naar de algemene toestand in het land van herkomst kan volstaan maar dat hij enig verband met zijn persoon aannemelijk moet maken, ook al is daartoe geen bewijs van een individuele bedreiging 193.172-1/2 vereist; dat de verzoekende partij door ongeloofwaardige verklaringen af te leggen over haar recente verblijf in Afghanistan, waardoor het onmogelijk wordt om een correct beeld te krijgen van haar verblijfplaatsen gedurende de laatste jaren, zelf het bewijs van dergelijk verband met haar persoon onmogelijk maakt; dat in de bestreden beslissing aldus op wettige wijze op grond van de ongeloofwaardigheid van de verklaringen van de verzoekende partij tot het niet-toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus kon worden besloten; dat het enige middel, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zestien juli tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 193.172-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.745 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.