← België

Cassatiebeschikking 4838 - Dienst Vreemdelingenzaken - 13/08/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 13 augustus 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.838 Rolnummer: A. 193546/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 4838 - Dienst Vreemdelingenzaken - 13/08/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-08-26 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:27 Fiche Beschikking nr 4.838 van 13 augustus 2009 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 4838 van 13 augustus 2009 in de zaak A. 193.546 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. MICHOLT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Maria van Bourgondiëlaan 7B tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, thans de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid, toegevoegd aan de Minister belast met Migratie- en Asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Srilankaanse nationaliteit, op 28 juli 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 29.371 van 30 juni 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 3 augustus 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in een eerste en tweede middel de schending aanvoert van de artikelen 3 en 13 van het E.V.R.M., van de artikelen 3 §2, 10 §1, 15 en 18 §7, van de verordening 343/2003 van 18 februari 2003 van de raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend, en van artikel 51.5 van de wet van 15 december1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; 193.546-1/3 Overwegende dat voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen hetzelfde middel werd aangevoerd; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dit middel heeft onderzocht en beantwoord; dat verzoeker thans geen onwettigheid ten opzichte van het bestreden arrest aanvoert, doch het middel herhaalt en stelt dat hij het niet eens is met de beoordeling door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter geen rechter in tweede aanleg is, en niet bevoegd is zich over de grond van de zaak uit te spreken; dat het eerste en het tweede middel niet-ontvankelijk zijn; Overwegende dat verzoeker in een derde middel de schending aanvoert van artikel 3 van het E.V.R.M., van het non-refoulementbeginsel, van artikel 33 van de Vluchtelingenconventie, van artikel 3 van het anti-folterverdrag; Overwegende dat in het bestreden arrest verzoekers grieven omtrent de aangevoerde bepalingen werden onderzocht en beantwoord; dat zo onder meer wordt gemotiveerd dat verzoeker niet aantoont dat hij de facto geen asielaanvraag zal kunnen indienen, noch dat de asielaavraag niet in overeenstemming met de vluchtelingenconventie zal worden behandeld; dat Griekenland de Europese richtlijnen 2003/9/EG, 2004/83/EG en 2005/85/EG in het Griekse recht zijn omgezet en dat - verwijzend naar een arrest van het EHRM van 2 december 2008 - er van uit dient te worden gegaan dat de basisnormen die in deze richtlijnen worden voorzien in Griekenland in rechte gegarandeerd zijn en dat indien de Griekse overheden alsnog in de praktijk in gebreke zouden blijven om aan bepaalde verplichtingen tegemoet te komen, de naleving van deze verplichtingen die gegarandeerd worden door de richtlijnen hoe dan ook via gerechtelijke weg kan worden afgedwongen, dat Griekenland immers een lidstaat van de Europese Unie is en derhalve een rechtsstaat en dat verzoeker het risico op schending van artikel 3 van het EVRM en van artikel 3 van het anti- folterverdrag niet aannemelijk maakt; dat het huidig middel erop neerkomt te stellen dat verzoeker het niet eens is met de beoordeling door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; dat de Raad van State, als administratieve cassatierechter, niet bevoegd is zijn oordeel in de plaats te stellen van dat van de eerste rechter dat het derde middel kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat verzoeker in een vijfde (lees: vierde) middel de schending aanvoert van artikel 3 van het EVRM bij repatriëring naar Griekenland; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betreffende dit middel heeft geantwoord dat de aangevoerde schending hypothetisch is en dat verzoeker zich in Griekenland indien nodig steeds tot de hogere autoriteiten kan wenden; dat de vraag of er risico is op schending van artikel 3 van het EVRM na een eventuele repatriëring door Griekenland naar Sri Lanka, verband houdt met de grond van de zaak en derhalve een onderzoek van de feiten vereist; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet 193.546-2/3 bevoegd is om de zaak feitelijk te beoordelen; dat het vijfde (lees: vierde) middel kennelijk niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op dertien augustus tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. C. ADAMS. 193.546-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.838 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.