id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 19 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.917 Rolnummer: A. 194036/XIV-31398 Zaak: Cassatiebeschikking 4917 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 19/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-23 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 03:42 Fiche Beschikking nr 4.917 van 19 oktober 2009 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 4917 van 19 oktober 2009 in de zaak A. 194.036/XIV-31.398 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat B. MANNAERT, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Britselei 7 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Kosovaarse nationaliteit, op 22 september 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 31.372 van 10 september 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 28 september 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijderingen van vreemdelingen niet van toepassing zijn op zijn beslissingen; dat bovendien uit de lezing van het eerste middel blijkt dat de verzoekende partij zich richt tegen de feitelijke appreciatie en de motivering van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden, noch om de motieven van de commissaris-generaal te beoordelen; dat het eerste middel kennelijk niet-ontvankelijk is; XIV-31.398-1/2 Overwegende dat de verzoekende partij met de algemene stelling dat zij “voldoende informatie en stavingsstukken” zou hebben bijgebracht waaruit een gevaar voor haar vrijheid bij een terugkeer naar het land van herkomst zou blijken en dat het bestreden arrest “niet op alle aangebrachte redenen” zou hebben geantwoord, zonder dit in concreto duidelijk te maken, geen schending van artikel 3 van het E.V.R.M. aannemelijk maakt; dat het tweede middel, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op negentien oktober tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-31.398-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.917 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.