← België

Cassatiebeschikking 4965 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 30/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.965 Rolnummer: A. 194275/XIV-31502 Zaak: Cassatiebeschikking 4965 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 30/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-18 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 03:47 Fiche Beschikking nr 4.965 van 30 oktober 2009 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 4965 van 30 oktober 2009 in de zaak A. 194.275/XIV-31.502 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat C. ONRAET, kantoor houdende te 8900 IEPER, Bloemenstraat 1 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Iraanse nationaliteit, op 14 oktober 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 31.432 van 11 september 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 19 oktober 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij niet aangeeft met welke “bevindingen” van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zij niet geconfronteerd zou zijn, los van de vaststelling dat geen bepaling of beginsel er de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen toe verplicht zijn motieven op voorhand aan de partijen voor te leggen; dat het eerste middel kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing zijn op zijn arresten; dat de aangevoerde machtsoverschrijding, die steunt op een voorgehouden schending van XIV-31.502-1/2 voornoemde beginselen, niet dienstig kan worden aangevoerd; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden; dat de verzoekende partij geen schending van de rechten van verdediging aantoont met de algemene opmerking dat een “ondervraging” werd georganiseerd en dat zij zich niet heeft kunnen verdedigen tegen “het machtspelletje van de overheid”; dat het tweede middel, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op dertig oktober tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-31.502-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.965 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.