← België

Cassatiebeschikking 4969 - Dienst Vreemdelingenzaken - 30/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.969 Rolnummer: A. 194284/XIV-31509 Zaak: Cassatiebeschikking 4969 - Dienst Vreemdelingenzaken - 30/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-18 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 03:47 Fiche Beschikking nr 4.969 van 30 oktober 2009 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 4969 van 30 oktober 2009 in de zaak A. 194.284/XIV-31.509 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat K. HENDRICKX, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Vorstlaan 144/33 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Migratie- en Asielbeleid, thans de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Iraakse nationaliteit, op 14 oktober 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 31.665 van 16 september 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 19 oktober 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij een schending van de jurisdictionele motiveringsplicht aanvoert doordat uit de motieven van het bestreden arrest niet blijkt dat de rechter in vreemdelingenzaken haar uiteenzetting aangaande de schending van artikel 20.2 van de Dublinverordening in de repliekmemorie heeft onderzocht, laat staan beoordeeld; dat in punt 3.1.3.4. van het bestreden arrest wordt besproken waarom er geen rekening kan worden gehouden met de uiteenzetting in de repliekmemorie, met name omdat die uiteenzetting een nalatigheid in het verzoekschrift niet kan rechtzetten en omdat de verzoekende partij zich bovendien niet dienstig op de aangehaalde bepaling kan beroepen; dat aldus voldaan is aan de motiveringsplicht als vormvereiste voor jurisdictionele beslissingen; dat het enige middel kennelijk ongegrond is, XIV-31.509-1/2 BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op dertig oktober tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-31.509-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.4.969 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.