id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.5.013 Rolnummer: A. 194277/XIV-31504 Zaak: Cassatiebeschikking 5013 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 12/11/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-19 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:50 Fiche Beschikking nr 5.013 van 12 november 2009 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 5013 van 12 november 2009 in de zaak A. 194.277/XIV-31.504 In zake : XXXXX die woonplaats kiest bij advocaat N. DE MEYER, kantoor houdende te 2275 LILLE, Veldstraat 1 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Armeense nationaliteit, op 14 oktober 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 31.559 van 15 september 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 19 oktober 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat naar luid van artikel 39/58 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) de keuze van woonplaats die vastgelegd wordt in de eerste proceshandeling geldt voor de latere handelingen, behoudens kennisgeving aan de griffier bij aangetekende brief van een uitdrukkelijke wijziging; dat overeenkomstig dezelfde bepaling elke kennisgeving door de griffier geldig ter gekozen woonplaats wordt gedaan; dat uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift tot hoger beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen uitdrukkelijk woonplaatskeuze heeft gedaan bij haar raadsman, kantoorhoudende te 2340 Vlimmeren, Antwerpseweg 250; dat de brief die de raadsman op 2 juli 2009 heeft verstuurd met de vraag om de verzoekende partij op de hoogte te brengen van de huidige stand van XIV-31.504-1/3 zaken van het dossier en waarin de nieuwe coördinaten van de raadsman vermeld worden, niet kan worden beschouwd als een uitdrukkelijke wijziging van de woonplaatskeuze zoals voorzien in artikel 39/58 van de Vreemdelingenwet; dat, nu uit het administratief dossier blijkt dat de oproeping voor de zitting van 14 september 2009 werd verstuurd naar de door de verzoekende partij gekozen woonplaats, zijnde Antwerpseweg 250, 2340 Vlimmeren, de kennisgeving geldig ter gekozen woonplaats werd gedaan; dat het eerste en het tweede middel, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond zijn; Overwegende dat naar luid van artikel 39/59, § 2, tweede lid, van de Vreemdelingenwet het beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt verworpen wanneer de verzoekende partij niet verschijnt noch vertegenwoordigd wordt; dat de verzoekende partij in casu niet is verschenen noch vertegenwoordigd werd, hoewel zij geldig was opgeroepen, zoals uit de behandeling van de vorige middelen blijkt; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich met het bestreden arrest dan ook zonder verder onderzoek van de zaak kon beperken tot de verwerping van het beroep met toepassing van het voornoemde artikel 39/59, § 2, tweede lid; dat het derde middel kennelijk niet- ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-31.504-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op twaalf november tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-31.504-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.5.013 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.