id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 16 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.5.135 Rolnummer: A. 194752/XIV-31666 Zaak: Cassatiebeschikking 5135 - Dienst Vreemdelingenzaken - 16/12/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-24 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:03 Fiche Beschikking nr 5.135 van 16 december 2009 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 5135 van 16 december 2009 in de zaak A. 194.752/XIV-31.666 In zake : XXXXX die woonplaats kiest bij advocaat B. MANNAERT, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Britselei 7 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Afghaanse nationaliteit, op 27 november 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 34.230 van 16 november 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 2 december 2009; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, daargelaten de vraag of het huidige middel kan beschouwd worden als een cassatiemiddel in de zin van artikel 3, § 2, 9/, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State, dat uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat de verzoekende partij voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen enkel heeft aangevoerd dat zij een tweede asielaanvraag heeft ingediend en dat haar echtgenote bevallen is van een zoon, zonder te preciseren welke bepalingen of beginselen zij geschonden achtte, zodat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kon besluiten dat het verzoekschrift geen middel bevat in de zin van artikel 39/69, §1, tweede lid, 4/ van de wet van 15 december 1980 betreffende de XIV-31.666-1/2 toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het enige middel, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zestien december tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-31.666-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ORD.5.135 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.