← België

Arrest 199368 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.368 Rolnummer: A. 162043/IX-4871 Zaak: Arrest 199368 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-13 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:09 Fiche Arrest nr 199.368 van 7 januari 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 199.368 van 7 januari 2010 in de zaak A. 162.043/IX-4871 In zake : Bart CLAERBOUT wonende te GENT, Gustaaf Vanden Meerschestraat 39 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecreta- ris voor Mobiliteit --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 26 april 2005, strekt tot de nietigverkla- ring van de ministeriële besluiten van 7 februari 2005 waarbij Jean-Paul NOEL en Philippe QUARMEAU met ingang van 1 januari 2005 worden bevorderd tot de weddeschaal A
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Bert Thys heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober
  4. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, en adviseur Luc Cloet, zijn gehoord. IX-4871-1/9 Auditeur Bart Weekers heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op het tijdstip van de bestreden besluiten is de verzoeker adjunct- adviseur bij de dienst Rijbewijs van het directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst (FOD) Mobiliteit en Vervoer. Hij geniet de weddeschaal 10B en behoort tot de Nederlandse taalrol. 3.
  7. Met een nota van 8 november 2004 maakt de directeur Personeel en Organisatie van de FOD Mobiliteit en Vervoer intern bekend dat twee betrekkin- gen van adjunct-adviseur kunnen worden bezoldigd in de weddeschaal 10C. Luidens deze nota kan die weddeschaal worden toegekend aan adjunct-adviseurs die ten minste twaalf jaar graadanciënniteit hebben en is de lijst van ambtenaren die aan de gestelde voorwaarden voldoen, bijgevoegd als bijlage. De voormelde lijst rangschikt, op basis van graadanciënniteit, de verzoeker als tweede kandidaat, na een andere adjunct-adviseur van de Nederlandse taalrol. De directeur stelt echter voor Jean-Paul NOEL en Philippe QUARMEAU, de twee best gerangschikte adjunct-adviseurs van de Franse taalrol, in de voormelde weddeschaal te benoemen. 3.
  8. Met een brief van 26 november 2004 dient de verzoeker bij de voorzitter van het directiecomité en de directeur Personeel en Organisatie van de FOD Mobiliteit en Vervoer bezwaar in tegen dit voorstel. Hij laat inzonderheid gelden dat inmiddels zes van zijn collega’s vóór hem een bevordering in de weddeschaal 10C moeten hebben bekomen, niettegenstaande ze een geringere graadanciënniteit hebben dan hijzelf, dat luidens artikel 33, § 2, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel de bevorderingen door verhoging in weddeschaal in rang 10 worden verleend aan de ambtenaar met de gunstigste evaluatie en onder de ambtenaren met dezelfde evaluatie, aan de ambtenaar die het best gerangschikt is volgens de IX-4871-2/9 bepalingen die gelden inzake de rangschikking, dat hij volgens de lijst bij het bevorderingsvoorstel als tweede gerangschikt is, dat echter zonder meer van die rangschikking is afgeweken, zonder vermelding van enig ander criterium, dat indien een taalcriterium werd aangewend, dit criterium ten onrechte werd toegevoegd aan deze waarin wettelijk is voorzien, dat hij in dat geval de reglementaire basis voor de vaststelling van de taalkaders binnen de weddeschaal 10C wil kennen en ook de feitelijke verdeling binnen zijn eigen dienst, dat noch binnen de dienst Rijbewijs, noch binnen de directie Verkeersveiligheid het taalevenwicht wat de weddeschaal 10C betreft, is bereikt en dat er integendeel een duidelijk overwicht van Franstaligen is. De verzoeker vraagt dat een nieuw voorstel zou worden gedaan, waarbij hij vooralsnog voor bevordering wordt voorgesteld. 3.
  9. Met toepassing van het koninklijk besluit van 4 augustus 2004 betreffende de loopbaan van niveau A van het Rijkspersoneel wordt de graad van adjunct-adviseur met ingang van 1 december 2004 afgeschaft. De titularissen van deze graad met de weddeschaal 10B, zoals de verzoeker, worden met ingang van dezelfde datum ambtshalve benoemd als attaché in de klasse A1 met de weddeschaal A
  10. De procedures inzake bevordering en verandering van graad die lopend zijn op 30 november 2004 worden verder geregeld door de bepalingen zoals die van kracht waren op die datum. De benoemingen die het resultaat zijn van deze procedures gebeuren in de graad die bestaat op 30 november
  11. Indien die graad echter geschrapt is, dan gebeurt de benoeming in de overeenstemmende klasse. Voor de voorliggende zaak betekent dit dat de aan twee adjunct- adviseurs, thans attachés, toe te kennen bevorderingen in de weddeschaal 10C dienen te gebeuren in de klasse A2 en de weddeschaal A
  12. 3.
  13. Met een brief van 6 december 2004 antwoordt de voorzitter van het directiecomité op de onder punt 3.
  14. bedoelde brief van 26 november 2004 van de verzoeker dat, wat “het taalaspect” betreft, er momenteel 24 adjunct-adviseurs zijn die de weddeschaal 10C of een vergelijkbare weddeschaal genieten, volgens de verdeling: 16 ambtenaren van de Nederlandse taalrol - 8 van de Franse taalrol, dat overeenkomstig het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, door de IX-4871-3/9 minister van Ambtenarenzaken herinnerd in zijn omzendbrief nr. 438 van 29 juli 1996, bij de toekenning van elke bevordering door verhoging in weddeschaal die afhankelijk is van een vacature, eveneens rekening moet worden gehouden met de taalverhouding die van toepassing is op de overeenkomstige trap van de hiërarchie, dat aangezien het aantal adjunct-adviseurs dat kan worden bezoldigd in de weddeschaal 10C bepaald wordt door een norm die toegepast wordt op het totaal aantal adjunct-adviseurs, het vanzelfsprekend lijkt dat de taalkundige verdeling slechts op de totaliteit kan worden gemeten, dat aangezien deze verdeling momenteel 58,8% Nederlandstalig - 41,2% Franstalig bedraagt, de twee betrek- kingen van adjunct-adviseur die vacant werden verklaard, enkel kunnen worden toegekend aan personeelsleden van de Franse taalrol en dat bijgevolg aan de vraag van de verzoeker geen gunstig gevolg kan worden verleend. 3.
  15. Bij ministeriële besluiten van 7 februari 2005 worden de attachés Jean-Paul NOEL en Philippe QUARMEAU met ingang van 1 januari 2005 bevorderd tot de weddeschaal A
  16. Dit zijn de bestreden besluiten. 3.
  17. De verzoeker wordt door de voorzitter van het directiecomité met ingang van 1 januari 2005 geaffecteerd aan het directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer. 3.
  18. Met een brief van 24 februari 2005, die op 28 februari 2005 door de Post op het adres van de verzoeker wordt aangeboden, wordt de verzoeker van de bestreden besluiten in kennis gesteld. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
  19. De verwerende partij werpt een exceptie op aangaande het belang van de verzoeker bij zijn beroep. Zij argumenteert dat in de voorliggende bevorderingsprocedures toepassing werd gemaakt van artikel 43, §§ 3 en 5, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, luidens hetwelk de Koning voor iedere centrale dienst het aantal betrekkingen bepaalt dat op alle trappen van de hiërarchie aan het Nederlandse en het Franse taalkader dient te worden toegewezen en bevorderingen per taalkader geschieden en dat deze wettelijke bepalingen van een hogere hiërarchische rang zijn dan deze van artikel IX-4871-4/9 33, § 2, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel en van artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, krachtens dewelke de volgorde voor een bevordering door verhoging in weddeschaal wordt bepaald door de graadanciënniteit. Te dezen betekent dit volgens haar dat de door de Koning vastgestelde percentages van 58,8% en 41,2% voor de verdeling van de betrek- kingen van de derde tot de zevende trap van de FOD Mobiliteit en Vervoer tussen het Nederlandse en het Franse taalkader, voorrang hebben op het reglementair bepaalde criterium van de graadanciënniteit. Zij houdt voor dat toegepast op de zevenentwintig betrekkingen van adjunct-adviseur bij de FOD Mobiliteit en Vervoer waaraan de weddeschaal 10C kan verbonden zijn, de voormelde percentages tot een verdeling leiden van 16 Nederlandstalige en 8 Franstalige betrekkingen en dat op 1 november 2004 het maximale aantal van 16 Nederlandstalige adjunct-adviseurs met de voormelde weddeschaal reeds was bereikt, terwijl aan Franstalige zijde nog drie betrekkingen te begeven waren. Zij meent dan ook dat de bijkomende bevordering van één Nederlandstalige adjunct-adviseur in de voormelde wedde- schaal reeds een overschrijding van de wettelijke norm zou hebben teweeggebracht en dat de verzoeker dus niet over een wettig belang bij zijn beroep beschikt, aangezien hetgeen hij met zijn beroep beoogt te bereiken strijdig is met de taalwetgeving in bestuurszaken die van openbare orde is. 4.
  20. De verzoeker repliceert dat zijn belang erin bestaat dat hij bij een behoorlijk toegepaste bevorderingsprocedure wel in aanmerking moet komen voor een bevordering in een hogere weddeschaal en dat hij ingevolge de bestreden besluiten voor de toekomst ernstige kansen verliest, zoals hij in zijn verzoekschrift heeft uiteengezet. Hij betoogt dat de aangevoerde hogere hiërarchie van de taalwetgeving dit belang niet zomaar kan teniet doen, dat hij de toepassing van de taalwetgeving vermag te betwisten, dat hij precies laat gelden dat door de bestreden besluiten het taalonevenwicht niet werd verminderd, maar versterkt en dat hij met de nietigverklaring van die besluiten geen onwettige toestand wil creëren, maar integendeel de opheffing van een onwettige toestand beoogt. 4.
  21. In zijn vierde annulatiemiddel wijst de verzoeker erop dat de bestreden bevorderingen niet konden plaatsvinden bij ontstentenis van taalkader. Derhalve hangt de door de verwerende partij opgeworpen exceptie in zoverre samen met de grond van de zaak. IX-4871-5/9 V. Onderzoek van de middelen Vierde middel Uiteenzetting van het middel 5.
  22. In het vierde middel voert de verzoeker de schending aan van artikel 43, § 3 van de bij koninklijk besluit van 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Hij voegt daaraan toe dat een “onjuiste” toepassing werd gemaakt van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. In zijn laatste memorie besluit de verzoeker dat de bestreden bevorderingen niet konden plaatsvinden bij ontstentenis van een taalkader. Hij heeft een brief van 14 oktober 2005 bijgevoegd van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht waarin uitdrukkelijk vermeld wordt dat de FOD Mobiliteit en Vervoer sinds zijn oprichting niet over geldige taalkaders beschikt. Voor de directiebetrekkingen zijn er volgens die brief geen geldige taalkaders meer sinds de hervorming van de loopbanen van niveau A, met name sinds 1 december
  23. Ook heeft de verzoeker een beslissing van 23 december 2005 van het directiecomité van de FOD Mobiliteit en Vervoer bijgevoegd waarin die vaststelling van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht bevestigd wordt. Beoordeling van het middel 5.2.
  24. Bij koninklijk besluit van 8 juli 2001 worden de taalkaders voor de derde tot de zevende trap van de hiërarchie van het ministerie van Verkeer en Infrastructuur vastgesteld. Voor de derde trap van de hiërarchie wordt bepaald dat 58,8% van de betrekkingen dienen te worden toegekend aan het Nederlandse kader en 41,2% aan het Franse kader. Krachtens artikel 1, § 4, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 tot vaststelling, met het oog op de toepassing van artikel 43ter van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 van de betrekkingen van de ambtenaren van de centrale diensten van de federale overheidsdiensten, die eenzelfde trap vormen behoort de geschrapte graad van algemeen adviseur tot rang 10 en maakt die graad deel uit van de derde trap. IX-4871-6/9 Bij koninklijk besluit van 20 november 2001 wordt de FOD Mobiliteit en Vervoer opgericht. Dit besluit treedt in werking op 24 november
  25. Krachtens het ministerieel besluit van 24 juli 2002 houdende uitvoering van artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 20 november 2001 houdende oprichting van de FOD Mobiliteit en Vervoer, en tot bepaling, voor wat betreft deze overheids- dienst, van de inwerkingtreding van hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingstelling van de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, neemt de FOD Mobiliteit en Vervoer met ingang van 1 september 2002 de diensten over van het ministerie van Verkeer en Infrastructuur en wordt ook het personeel van dat ministerie met ingang van die datum aan de FOD Mobiliteit en Vervoer overgedragen. Bij koninklijk besluit van 30 april 2002 worden de taalkaders voor de eerste en tweede trap van de hiërarchie van de FOD Mobiliteit en Vervoer vastgesteld. Bij koninklijke besluiten van 20 september 2002 wordt het taalkader voor de eerste trap van de hiërarchie van die FOD gewijzigd. Bij koninklijke besluiten van 4 april 2003 worden de taalkaders voor de eerste en tweede trap van de hiërarchie van die FOD opnieuw vastgesteld. Bij koninklijk besluit van 4 augustus 2004 betreffende de loopbaan van niveau A van het Rijkspersoneel wordt een hervorming van de loopbaan van de personeelsleden van niveau 1 bewerkstelligd. Dit besluit treedt in werking op 1 december
  26. Bij koninklijk besluit van 15 september 2006 worden de taalkaders voor alle trappen van de hiërarchie van de FOD Mobiliteit en Vervoer vastgesteld, met uitzondering van de eerste en tweede trap van de hiërarchie van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer. Uit het voorgaande blijkt dat sinds de oprichting van de FOD Mobiliteit en Vervoer op 20 november 2001 en voorafgaand aan de hervorming van de loopbanen van niveau 1 op 1 december 2004, enkel voor de eerste en tweede trap van de hiërarchie van die FOD op geregelde tijdstippen taalkaders zijn vastgesteld. Sedert de hervorming van de loopbanen van niveau 1 op 1 december 2004 en voorafgaand aan de bestreden bevorderingen, zijn voor geen enkele trap van de IX-4871-7/9 hiërarchie van de FOD Mobiliteit en Vervoer nog taalkaders vastgesteld. Dit is slechts opnieuw gebeurd bij koninklijk besluit van 15 september
  27. Op grond hiervan heeft de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, blijkens de brief van 14 oktober 2005 van haar voorzitter gericht aan de minister van Mobiliteit, op 29 september 2005 erop gewezen dat de FOD Mobiliteit en Vervoer op die datum nog steeds niet over geldige taalkaders beschikte, voor de lagere graden reeds sinds zijn oprichting, voor de directiebetrekkingen (de eerste en tweede trap van de hiërarchie) sinds 1 december
  28. Blijkens een beslissing van 23 december 2005 wordt de ontstentenis van een geldig taalkader niet betwist door het directiecomité van de FOD Mobiliteit en Vervoer. 5.2.
  29. Uit het koninklijk besluit van 16 juli 2002 tot vaststelling, met het oog op de toepassing van artikel 43ter van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, van de betrekkingen van de ambtenaren van de centrale diensten van de federale overheidsdiensten, die een zelfde taaltrap vormen, blijkt dat, zoals gezegd, de oude rang 10 (adjunct-adviseur) van de verzoeker tot trap 3 behoort. Nu de bestreden bevorderingen geen betrekking hebben op directiefuncties, dient te worden vastgesteld dat reeds sedert de oprichting van de FOD Mobiliteit en Vervoer geen geldige taalkaders meer bestonden voor deze bevorderingen. Aldus zijn de bestreden bevorderingen gebeurd met schending van artikel 43ter, § 4, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli
  30. 5.2.
  31. Het middel is gegrond. BESLISSING
  32. De Raad van State vernietigt de ministeriële besluiten van 7 februari 2005 waarbij Jean-Paul NOEL en Philippe QUARMEAU met ingang van 1 januari 2005 worden bevorderd tot de weddeschaal A
  33. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten. IX-4871-8/9
  34. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 januari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-4871-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.368 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.