id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.409 Rolnummer: Zaak: Arrest 199409 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 11/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-18 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-02 08:10 Fiche Arrest nr 199.409 van 11 januari 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 199.409 van 11 januari 2010 in de zaak A. I. 128.024/IX-3525 II. 128.073/IX-
- In zake : I. de gemeente EDEGEM, II. de Politiezone Aartselaar/Edegem/Hove/Kontich/Lint (HEKLA), die woonplaats kiezen bij advocaten Y. LOIX en T. PEETERS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27 tegen : I. + II. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en S. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Loksumstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente EDEGEM op 14 oktober 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende de toekenning van de definitieve federale basistoelage, een toelage uitrusting handhaving openbare orde en een toelage veiligheids- en samenlevingscontracten aan sommige politiezones en aan sommige gemeenten voor het jaar 2002, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten (de zaak G/A. 128.024/IX-3525); Gezien het verzoekschrift dat de politiezone Aartselaar/Edegem/ Hove/Kontich/Lint (HEKLA) op 14 oktober 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van hetzelfde besluit (de zaak G/A. 128.073/IX-3528); Gelet op het arrest nr.160.528 van 26 juni 2006 waarbij de zaken A. 128.024/IX-3525 en 128.073/IX-3528 worden samengevoegd, de beroepen worden verworpen in zoverre zij steunen op het eerste, tweede, derde, vierde en IX-3525-1/3 zesde middel, de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat belast wordt met een bijkomend onderzoek van het vijfde middel in functie van de uitkomst van de annulatieberoepen ingediend tegen het koninklijk besluit van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone; Gezien het aanvullend verslag opgesteld door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 2 september 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 27 november 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. IX-3525-2/3 De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben op 27 november 2009 geantwoord dat zij niet gehoord wensen te worden. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 11 januari 2010, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-3525-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.409 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.