← België

Arrest 199410 - Personeel van de rechterlijke orde - 11/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.410 Rolnummer: A. 191320/IX-6209 Zaak: Arrest 199410 - Personeel van de rechterlijke orde - 11/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-18 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:10 Fiche Arrest nr 199.410 van 11 januari 2010 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Afstand Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 199.410 van 11 januari 2010 in de zaak A. 191.320/IX-

  1. In zake : XXXX, die woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan 128 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat Y. DE SMET, kantoor houdende te BRUSSEL, Havenlaan 86 c, bus 113 tussenkomende partij : Dirk VAN DER KELEN, die woonplaats kiest bij advocaat M. DE JAEGER, kantoor houdende te MALDEGEM, Westeindestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 4 februari 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 28 november 2008 waarbij Dirk Van Der Kelen wordt aangewezen tot voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde; Gelet op het arrest nr. 195.368 van 17 juli 2009, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 24 juli 2009; IX-6209-1/4 Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 21 september 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT:
  3. Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing.
  4. De verzoeker vraagt “dat bij publicatie van het arrest zijn identiteit niet zou worden opgenomen”. Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet- toelaatbaarheid van de Raad van State kan iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt op elk moment van de rechtspleging en IX-6209-2/4 totdat de debatten gesloten zijn, eisen dat bij de publicatie van het arrest of de beschikking de identiteit van de natuurlijke personen niet zou worden bekendge- maakt. Te dezen verzet niets zich tegen het inwilligen van verzoekers vraag. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Artikel
  7. Bij de publicatie van dit arrest wordt de identiteit van de verzoeker niet bekendgemaakt. IX-6209-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 11 januari 2010, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-6209-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.410 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.368 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.