← België

Arrest 199412 - O.C.M.W. - 11/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.412 Rolnummer: A. 195027/VII-37626 Zaak: Arrest 199412 - O.C.M.W. - 11/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-12 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 08:10 Fiche Arrest nr 199.412 van 11 januari 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 199.412 van 11 januari 2010 in de zaak A. 195.027/VII-37.

  1. In zake: Solence LEMAN wonende te Lembeek Sterrestraat 43 tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN van HALLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anton Roobaert --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 29 december 2009, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Halle van 16 december 2009 waarbij wordt beslist vanaf 25 november 2009 verzoeksters leefloon te weigeren. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 januari
  4. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. De verzoekster, die in persoon verschijnt, en advocaat Anton Roobaert, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-37.626-1/3 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Rechtsmacht van de Raad van State
  6. Artikel 580, 8/, c), van het gerechtelijk wetboek, aldus aangevuld bij artikel 48 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie bepaalt : "De arbeidsrechtbank neemt kennis: (...) 8/ van de geschillen betreffende de toepassing van: (...) c) de wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum, voor wat betreft de geschillen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde van het bestaansminimum alsmede betreffende de toepassing van de administratieve sancties bepaald in de desbetreffende wetgeving; de wet van 26 mei 2002 tot instelling van het recht op maatschappelijke integratie, inzake de geschillen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde van de maatschappelijke integratie, alsmede de toepassing van de administratieve sancties bepaald in de desbetreffende wetgeving". De Raad van State is zonder rechtsmacht om te oordelen over de ingestelde vordering. Krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet behoort deze tot de uitsluitende bevoegdheid van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht en op grond van artikel 580, 8/, c), van het gerechtelijk wetboek behoren geschillen als deze tot de uitsluitende bevoegdheid van de arbeidsrecht- bank. Bij de kennisgeving van de bestreden beslissing werd overigens vermeld dat de verzoekster deze beslissing kan bestrijden door een beroep bij de bevoegde arbeidsrechtbank. De verzoekster moet dus haar vordering indienen bij de rechtsinstantie die krachtens de Grondwet en de wet bevoegd is om er kennis van te nemen.
  7. De vordering is niet ontvankelijk. VII-37.626-2/3 BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt de vordering.
  9. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf januari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Eric Brewaeys VII-37.626-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.