← België

Arrest 199435 - Overheidsopdrachten - 12/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.435 Rolnummer: A. 110359/XII-3287 Zaak: Arrest 199435 - Overheidsopdrachten - 12/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-18 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-02 08:11 Fiche Arrest nr 199.435 van 12 januari 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 199.435 van 12 januari 2010 in de zaak A. 110.359/XII-

  1. In zake : de CVBA MULTIPROFESSIONELE ARCHITECTEN- VENNOOTSCHAP VAN DE CATSEYNE-COENE & PARTNERS, die woonplaats kiest bij advocaat C. Cauwe, kantoor houdende te Sint-Denys-Westrem, Kerkwegel 1 tegen : het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN BRUGGE, dat woonplaats kiest bij advocaat S. Lust, kantoor houdende te Brugge, Baron Ruzettelaan
  2. tussenkomende partij : Michel VAN LANGENHOVE, die woonplaats kiest bij advocaat T. Vancoillie, kantoor houdende te Kortemark, Torhoutstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de cvba Multiprofessionele Architectenvennootschap Van De Catseyne-Coene & Partners op 17 september 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van het OCMW te Brugge dd. 6 juli 2001, [...], waarbij beslist werd de opdracht ‘Herconditionering Ter Potterie’ niet aan de Tijdelijke vereniging waarvan verzoekster deel uitmaakt, maar wel aan een ander architectenkantoor toe te vertrouwen”; Gelet op het arrest nr. 102.429 van 8 januari 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; XII-3287-1/5 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 22 februari 2002 ingediend door verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 29 maart 2002; Gelet op de beschikking van 4 april 2002 die de tussenkomst van Michel Van Langenhove toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 22 maart 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 3 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 september 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Deschepper, die loco advocaat Chr. Cauwe verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, XII-3287-2/5 OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  4. Verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit in de vorm van een “architectuurwedstrijd”. Het voorwerp van de opdracht is “de herconditionering van het OCMW rusthuiscomplex Ter Potterie” te Brugge. Verzoekende partij vormt met het oog op deelname aan deze wedstrijd samen met de nv Architektenburo ir. N. Boeckx & Partners een tijdelijke vereniging. Het is deze tijdelijke vereniging die deelneemt aan de wedstrijd en een ontwerp indient. Op 6 juli 2001 beslist verwerende partij om de opdracht toe te wijzen aan tussenkomende partij. De ontvankelijkheid van het beroep
  5. Verwerende partij werpt een exceptie op waarmee zij de “toelaatbaarheid” van het voorliggende annulatieberoep betwist. Zij betoogt in hoofdzaak dat de oprichting van de tijdelijke vereniging is gebeurd uitgerekend “teneinde deel te nemen aan de architectenwedstrijd” en dat het die vereniging is die daaraan heeft deelgenomen, en niet alleen de verzoekende partij. De tussenkomende partij werpt een exceptie op met dezelfde draagwijdte.
  6. De verzoekende partij betwist niet dat zij slechts als één van de twee vennoten van een tijdelijke vereniging aan de in het geding zijnde prijsvraag voor ontwerpen heeft deelgenomen. In haar memorie van wederantwoord repliceert zij op de exceptie met een verwijzing naar de rechtspraak van de Raad van State die “de toelaatbaarheid [erkent] van de vordering tot vernietiging, ingeleid door de vennootschap van een T.V.”. Zij verwijst daartoe naar de arresten nrs. 70.432 van 19 december 1997 en 33.685 van 19 december
  7. In principe beschikken alleen degenen die regelmatig kandidaat geweest zijn voor het uitvoeren van een overheidsopdracht over de vereiste hoedanigheid en een voldoende persoonlijk en rechtstreeks belang om de nietigverklaring na te streven van de beslissing die de betrokken opdracht aan een XII-3287-3/5 ander toewijst. Immers, zoals de Raad van State reeds heeft gesteld onder meer in zijn arresten nrs. 152.172 en 152.174 van 2 december 2005 van de Algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak -daterend van na de door verzoekende partij ingeroepen arresten-, strekt het beroep bij de Raad van State tegen een beslissing inzake de toewijzing van een overheidsopdracht, er idealiter toe de verzoekende partij een nieuwe kans te verschaffen om de opdracht zelf toegewezen te krijgen en zelf uit te voeren. Toegepast op de zaak, moet worden vastgesteld dat de verzoekende partij als zodanig -namelijk alleen optredend- geen ontwerp heeft ingediend in de procedure die tot de bestreden toewijzing heeft geleid. Integendeel is het ontwerp onder nummer 270856 ingediend door een samenwerkingsverband bestaande uit, eensdeel, de nv Architektenburo ir. N. Boeckx & Partners en, anderdeels, verzoekende partij. Het is dan ook -slechts- die tijdelijke vereniging die over de vereiste hoedanigheid en het belang beschikte om het voorliggende beroep in te dienen. Volledigheidshalve moet worden vastgesteld dat het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van de voornoemde tijdelijke vereniging, voor het voorliggende beroep geen obstakel zou zijn geweest. Een dergelijke vennootschap, hoewel ze niet over rechtspersoonlijkheid beschikt, mag immers in een gunningsprocedure treden. Zulks is bepaald in de regelgeving betreffende de overheidsopdrachten zoals onder meer in artikel 93 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken. Daarin wordt de ondertekening geregeld van een offerte die wordt ingediend door een inschrijver die een “vereniging zonder rechtspersoonlijkheid is opgericht door verscheidene natuurlijke of rechtspersonen”. Een dergelijke vennootschap die een offerte indient, is aldus verbonden met de werking van de overheid waarvoor zij, indien haar offerte wordt gekozen, een opdracht zal uitvoeren. Dienvolgens wordt aanvaard dat zij bekwaam is om bij de Raad van State een annulatieberoep in te dienen ter verdediging van haar inschrijving. Een annulatieberoep tegen de bestreden toewijzingsbeslissing kan echter slechts ontvankelijk worden ingesteld door alle vennoten van de betrokken vennootschap, zonder rechtspersoonlijkheid, samen geldig optredende. Alleen XII-3287-4/5 handelend, mist te dezen de verzoekende partij aldus de vereiste hoedanigheid en het rechtens vereiste persoonlijk en rechtstreekse belang daartoe. De exceptie wordt aanvaard. Het beroep is niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari 2010, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3287-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.435 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.102.429 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.