← België

Arrest 199481 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 14/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.481 Rolnummer: A. 82973/VII-37481 Zaak: Arrest 199481 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 14/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-20 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-07-02 08:15 Fiche Arrest nr 199.481 van 14 januari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 199.481 van 14 januari 2010 in de zaak A. 82.973/VII-37.

  1. In zake: Johan DEVROY wonende te Haacht Terbankstraat 29 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ludwig Evens tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Van Dievoet kantoor houdend te Brussel Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 8 maart 1999, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening van 7 juli 1998 waarbij de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Rotselaar van 28 augustus 1997 houdende de definitieve goedkeuring van het rooilijn- en onteigeningsplan Holleweg en deel Regastraat wordt goedgekeurd met uitsluiting van de met een blauwe rand omlijnde delen van het rooilijnplan en waarbij aan de gemeente Rotselaar een machtiging tot onteigening wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. VII-37.481-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 december
  4. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michel Van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De verzoeker is eigenaar van een perceel grond met woning, gelegen aan de Kerkhofstraat 61 te Rotselaar, kadastraal bekend sectie D, nr. 514r. Het perceel grenst aan de Kerkhofstraat en aan de Regastraat.
  7. De gemeenteraad van de gemeente Rotselaar beslist op 26 maart 1997 tot de voorlopige aanvaarding van een rooilijn- en onteigeningsplan voor de verbreding van een deel van de Holleweg en de Regastraat.
  8. Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd, dat loopt van 1 augustus 1997 tot 18 augustus
  9. Op 28 augustus 1997 keurt de gemeenteraad van de gemeente Rotselaar definitief het rooilijn- en onteigeningsplan Holleweg en deel Regastraat goed.
  10. Op 19 februari 1998 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant een gunstig advies. VII-37.481-2/6
  11. Op 7 juli 1998 wordt het thans bestreden besluit genomen. In dat besluit wordt ingegaan op het advies van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen van 13 mei 1998, wordt de rooilijn voor de Regastraat goedgekeurd en wordt de gemeente Rotselaar gemachtigd om tot onteigening over te gaan. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  12. In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat het verzoekschrift geen uiteenzetting van de middelen bevat. Het verzoekschrift zou enkel vage middelen bevatten, die niet verder ontwikkeld zijn, zodat het volgens haar als onontvankelijk moet worden verworpen.
  13. In de memorie van wederantwoord repliceert de verzoeker dat de aangevoerde middelen voldoende duidelijk omschreven zijn vermits de verwerende partij uit dat verzoekschrift heeft begrepen dat hij zich steunt op het feit dat het bestreden besluit uitgaat van een verkeerde voorstelling van de feiten en vermits zij de kans heeft gehad zich hieromtrent te verweren. Beoordeling
  14. Artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals van toepassing ten tijde van het indienen van het verzoekschrift tot nietigverklaring, vereist niet dat in het verzoekschrift de wetsbepalingen worden aangegeven die zouden zijn geschonden. Opdat een middel ontvankelijk zou zijn, is het nodig maar voldoende, duidelijk de beweerde onregelmatigheid van de aangevochten beslissing aan te geven. In haar memorie van antwoord geeft de verwerende partij een repliek op een als zodanig door haar erkend middel. De exceptie wordt verworpen. VII-37.481-3/6 V. Onderzoek van de middelen Enig middel Standpunt van de partijen
  15. De verzoeker voert aan dat het bestreden besluit is genomen op grond van een verkeerde feitelijke voorstelling. Hij beweert dat het situeringsplan geen melding maakt van zijn woning en dat ook van een dubbele bomenrij geen sprake is, zodat de plannen onvolledig en onnauwkeurig zijn. Hieruit leidt hij af dat het bijna zo goed als zeker is dat de verwerende partij de rooilijnverplaatsing naar zijn woning met een grondinneming dichtbij, niet zou hebben geduld, indien hij de beschikking zou hebben gehad over waarachtige en betrouwbare informatie.
  16. In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat het rooilijn- en onteigeningsplan op een correcte wijze is totstandgekomen. Zij wijst er ook op dat een openbaar onderzoek werd georganiseerd waarvan de verzoeker persoonlijk in kennis werd gesteld en dat hij het blijkbaar niet nodig vond een bezwaarschrift in te dienen. Zij besluit dat de verzoeker zijn stelling niet bewijst.
  17. In de memorie van wederantwoord gaat de verzoeker gedetailleerd in op de rooilijn- en onteigeningsplannen voor de Regastraat en de Holleweg en argumenteert hij dat de gemachtigde ambtenaar, door het rooilijn- en onteigeningsplan waarop verzoekers woning niet werd aangeduid, geen rekening kon houden met de inplanting van de woning. Tevens merkt hij op dat uit het niet indienen van een bezwaarschrift geen akkoord kan worden afgeleid. Beoordeling
  18. Noch uit het bij het bestreden besluit gevoegde grondplan 1, noch uit de plannen in het administratief dossier, blijkt dat zich op het perceel van de verzoeker een gebouw zou bevinden. De verwerende partij betwist nochtans niet dat de verzoeker op dit perceel woont. Het bestreden besluit steunt dus op een verkeerde feitenvoorstelling. Zonder dat hij daarin door de verwerende partij wordt tegengesproken, zet de verzoeker uiteen dat, indien de gegevens correct waren aangeduid, de "minister de rooilijnverplaatsing naar (zijn) woning toe met een grondinname zo dicht bij, niet zou geduld hebben". VII-37.481-4/6 Het feit dat de verzoeker tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaar heeft ingediend, is niet terzake dienend. Er bestaat te dezen geen wettelijke bepaling die de mogelijkheid tot het instellen van een annulatieberoep afhankelijk stelt van het voorafgaand indienen van een bezwaar tijdens het openbaar onderzoek. Het middel is gegrond. BESLISSING
  19. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening van 7 juli 1998 waarbij de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Rotselaar van 28 augustus 1997 houdende de definitieve goedkeuring van het rooilijn- en onteigeningsplan Holleweg en deel Regastraat wordt goedgekeurd met uitsluiting van de met een blauwe rand omlijnde delen van het rooilijnplan en waarbij aan de gemeente Rotselaar een machtiging tot onteigening wordt verleend, in de mate dat dit besluit betrekking heeft op het perceel, kadastraal bekend sectie D, nr. 514 r.
  20. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
  21. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. VII-37.481-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien januari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-37.481-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.481 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.