← België

Arrest 199520 - Penitentiair recht - 14/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.520 Rolnummer: A. 195159/IX-6669 Zaak: Arrest 199520 - Penitentiair recht - 14/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-18 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 08:16 Fiche Arrest nr 199.520 van 14 januari 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 199.520 van 14 januari 2010 in de zaak A. 195.159/IX-6669 In zake : Nehdih KUPI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te Sint-Kruis - Brugge Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld per fax op 12 januari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 9 januari 2010 van de FOD Justitie directoraat-generaal van de penitentiaire inrichtingen, penitentiair complex Brugge, afdeling Mannen 1, houdende een bijzondere veiligheidsmaatregel opgelegd voor een termijn van 7 dagen, die aanvangt op 9 januari 2010 om 11.30 uur en eindigt op 16 januari 2010 om 11.30 uur. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari 2010, om 11 uur. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. IX-6669-1/5 Advocaat Meral Kalin, die loco advocaat Mathieu Langerock verschijnt voor de verzoeker, en attaché Wim Van Brussel die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. De bestreden beslissing
  4. De bestreden beslissing luidt als volgt: “FOD Justitie Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen Gevangenis : PENITENTIAIR COMPLEX BRUGGE -Afdeling : Mannen 1 BESLISSING TOT TOEPASSING VAN EEN BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL Betreft : Kupi Nehdih, / 27/07/1981  Gelet op de artikelen 110, 112 en 113 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden  Gelet op de volgende elementen die kenmerkend zijn aan de gedetineer- de, die hem werden uiteengezet op het ogenblik dat hij door de directeur werd gehoord Conform art. 8 van de basiswet d.d. 12.01.2005 beroepen wij ons op de mogelijkheid om bovengenoemde geen kennis te geven van de motivering van onze beslissing, omdat het vrijgeven van de informatie de veiligheid van de inrichting ernstig in gevaar zou brengen.  Gelet op het feit dat de gedetineerde werd gehoord op 09/01/2010  Gelet op het feit dat deze elementen ernstige aanwijzingen vormen van een gevaar voor : T de orde. T de veiligheid . • Conform art.8 van de basiswet d.d.12.01.2005 beroepen wij ons op de mogelijkheid om bovengenoemde geen kennis te geven van de motivering van onze beslissing, omdat het vrijgeven van de informatie de veiligheid van de inrichting ernstig in gevaar zou brengen • Gelet op het feit dat de gedetineerde het voorwerp heeft uitgemaakt van volgende voorlopige maatregel nvt IX-6669-2/5 De hierna volgende bijzondere veiligheidsmaatregel is van toepassing ten aanzien van de gedetineerde, voor een duur van 7 (zeven) dagen, die een aanvang neemt op 09/01/2010 om 11:30u en eindigt op 16/01/2010 om 11:30u 9
  5. ontnemen of onthouden van voorwerpen: :
  6. uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten BEZOEK: Gelet het dreigend gevaar voor de veiligheid van de inrichting is in eerste instantie glasbezoek aangewezen, voor alle personen die reeds de toestemming kregen van de directie om op bezoek te komen. WANDELING: afzonderlijke en individuele colombo wandeling onder de netten. ACTIVITEITEN: Betrokkene kan niet deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten. TELEFOON: Enkel telefoon naar advocaat en ombudsman. 9
  7. observatie overdag en tijdens de nacht, met maximale eerbiediging van de nachtrust; :
  8. verplicht verblijf in de hem (haar) toegewezen verblijfsruimte; Gelet het dreigend gevaar voor de veiligheid van de inrichting is een verplicht verblijf op cel opgelegd. 9
  9. onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn. De gedetineerde die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke maatregel, behoudt het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis aangeboden activiteiten met betrekking tot de eredienst, vorming, vrijetijdsbesteding, arbeid, evenals het recht op contacten met de buitenwereld via briefwisseling, bezoek en telefoon (de contacten met de diplomatieke of consulaire autoriteiten inbegrepen) voorzover de uitoefening van deze rechten niet onverenigbaar is met de veiligheidsmaatregel. Een kopie wordt overhandigd aan de betrokkene. (...).” IV. Onderzoek van de vordering
  10. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. IX-6669-3/5 Beoordeling 5.
  11. De te beantwoorden rechtsvraag luidt als volgt: “Is de bestreden beslissing een aanvechtbare administratieve rechtshande- ling?” 5.
  12. De directeur van een strafinrichting is belast met de zorg voor de goede werking van, en de goede orde in de strafinrichting. Hij kan met het oog daarop ten aanzien van wie in de strafinrichting is opgenomen een veelheid van maatregelen nemen die zekere ongemakken of onaangenaamheden kunnen meebrengen. In zoverre die maatregelen uitsluitend of hoofdzakelijk zijn ingegeven door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, doen zij zich volgens vaste rechtspraak van de Raad van State voor als loutere maatregelen van inwendige orde, waartegen geen annulatie- of schorsingsberoep openstaat. 5.
  13. Het is anders wanneer de maatregel er uitsluitend of hoofdzakelijk toe strekt om een gedetineerde te bestraffen wegens disciplinaire tekortkomingen. De maatregel is dan in de eerste plaats gemotiveerd door het schuldig bevonden gedrag van de gedetineerde, waarvoor de directeur hem wil doen boeten. Een dergelijke maatregel is wel voor vernietiging en schorsing vatbaar. 5.
  14. De verzoeker voert aan dat de bestreden beslissing een verdoken tuchtstraf is. 5.
  15. Noch uit de bewoordingen van de bestreden beslissing, noch uit het verhoorverslag blijkt dat de directeur een straf wil opleggen aan de verzoeker, wegens een gedraging die hij onaanvaardbaar vindt. Uit het verhoorverslag blijkt enkel dat de verwerende partij, zich steunend op artikel 8 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, geen uitleg kan geven omtrent de beslissing, gelet op het gevaar voor de veiligheid van de inrichting. Bijgevolg gaat het op het eerste gezicht om een veiligheidsmaatregel en niet om een verdoken tuchtmaatregel. IX-6669-4/5 Er kan bovendien niet worden afgeleid uit de gegevens van het administratief dossier dat de bestreden beslissing geen bijzondere veiligheidsmaatre- gel zou zijn, maar een verdoken tuchtsanctie. 5.
  16. Het komt aan de verzoeker toe om te bewijzen, of minstens met specifieke gegevens aannemelijk te maken dat het wel degelijk over een verdoken tuchtmaatregel gaat. Hij laat na in zijn verzoekschrift om aanwijzingen en of concrete elementen naar voor te brengen die dit aantonen. 5.
  17. Bijgevolg is de bestreden beslissing op het eerste gezicht een ordemaatregel en geen aanvechtbare administratieve rechtshandeling, die voor schorsing of voor vernietiging vatbaar is. Dienvolgens is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet ontvankelijk. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt de vordering.
  19. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 januari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Daniël Moons IX-6669-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.520 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.