← België

Arrest 199589 - Penitentiair recht - 18/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.589 Rolnummer: A. 194007/IX-6524 Zaak: Arrest 199589 - Penitentiair recht - 18/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-26 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-07-02 08:18 Fiche Arrest nr 199.589 van 18 januari 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 199.589 van 18 januari 2010 in de zaak A. 194.007/IX-6524 In zake : Freddy HORION bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Vincent Vereecke kantoor houdend te Brugge Elf Julistraat 32 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2009, strekt tot de nietigverklaring van de mondelinge beslissing van de directie van de gevangenis te Brugge, meegedeeld op 24 en 27 juli 2009 waarbij de verzoeker verbod wordt opgelegd deel te nemen aan het gewone wandelregime en hij voortaan enkel nog gedurende één keer per dag in kleine groepjes mag deelnemen aan de wandeling in de “bunker”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 januari 2010 . Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. IX-6524-1/5 Advocaat Maaike Loosvelt, die loco advocaat Vincent Vereecke verschijnt voor de verzoeker, en attaché Wim Van Brussel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Ontvankelijkheid van het beroep 3.
  4. In het auditoraatsverslag wordt een exceptie van niet ontvankelijk- heid van het beroep tot nietigverklaring opgeworpen wegens onbevoegdheid van de Raad van State. Standpunt van de verzoeker 3.
  5. Bij de Raad van State kan een beroep tot nietigverklaring worden ingesteld tegen een uitvoerbare administratieve rechtshandeling, zijnde een handeling waarbij beoogd wordt rechtsgevolgen in het leven te roepen of te beletten dat zij tot stand komen. De beslissing van de gevangenisdirectie waarbij de toelating van de verzoeker om deel te nemen aan de gewone wandeling wordt ingetrokken, betreft een individuele en uitvoerbare beslissing. Aangezien de beslissing werd genomen ten aanzien van verschillende gedetineerden, betreft het in feite een collectieve rechtshandeling. Dit is een opeenstapeling van individuele rechtshande- lingen. De beslissing kan niet worden beschouwd als een maatregel van louter inwendige orde, maar betreft eerder een ordemaatregel. De bestreden handeling is geen handeling van rechtstreekse medewerking aan de strafuitvoering. De beslissing zou volgens de verwerende partij zijn genomen omdat de gevangenisdirectie van oordeel is dat de verzoeker vluchtgevaarlijk is, zodat het niet langer verantwoord voorkomt om de verzoeker toe te laten tot de gewone wandelplaats. De beslissing heeft geen uitstaans met de oorspronkelijke veroordeling waarbij het bestuur rechtstreeks meewerkt aan de strafuitvoering. De bestreden beslissing is gesteund op het gedrag van de verzoeker. Een beperkt aantal gedetineerden waaronder de verzoeker hebben niet langer toegang tot de gewone wandelplaats omdat zij als IX-6524-2/5 vluchtgevaarlijk worden beschouwd. De vluchtgevaarlijkheid van de verzoeker volgt waarschijnlijk uit het feit dat hij in het verleden een ontsnapping heeft ondernomen. De bestreden beslissing raakt de rechtstoestand van de verzoeker. De verzoeker verliest door de bestreden maatregel een gunst. De beslissing raakt ook de reclasseringskansen van de verzoeker. Als de verzoeker zelfs in de gevangenis nog niet mag gaan wandelen, geeft de verwerende partij reeds ondubbelzinnig te kennen dat elke modaliteit is uitgesloten wegens vluchtgevaarlijkheid. De bestreden maatregel, geldend voor onbeperkte duur en zonder periodieke evaluatie, zal het psychisch welbehagen en mogelijk zelf de gezondheid van de verzoeker raken, waardoor deze op gespannen voet staat met de artikelen 3 en 8 EVRM. Voorzover mag worden aangenomen dat de deelname aan de gewone wandeling een gunstmaat- regel betreft, maakt de bestreden beslissing een intrekking/wijziging uit van deze maatregel. Beoordeling van de exceptie 3.
  6. Het is vaste rechtspraak van de Raad van State dat de directeur van een strafinrichting belast is met de zorg voor de goede werking van, en de orde in de strafinrichting. Hij kan met het oog daarop ten aanzien van wie in de strafinrichting is opgenomen een veelheid van beslissingen en van maatregelen nemen die zekere ongemakken of onaangenaamheden kunnen meebrengen. In zoverre die maatregelen uitsluitend of hoofdzakelijk zijn ingegeven door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, doen zij zich voor als loutere maatregelen van inwendige orde, waartegen geen annulatieberoep openstaat. Het behoort bovendien niet tot de bevoegdheid van de Raad van State om kennis te nemen van middelen waarin een verzoekende partij doet gelden dat de bestreden beslissing een schending uitmaakt van haar subjectieve rechten. Het is anders wanneer de maatregel er uitsluitend of hoofdzakelijk toe strekt een gedetineerde te bestraffen wegens disciplinaire tekortkomingen. De maatregel is dan in de eerste plaats gemotiveerd door het schuldig bevonden gedrag van de gedetineerde, waarvoor de gevangenisdirectie hem wil doen boeten. Een dergelijke maatregel is wel voor vernietiging en schorsing vatbaar. 3.
  7. De bestreden maatregel is niet ingegeven door de wil om de verzoeker te bestraffen voor zijn gedrag, maar is louter ingegeven door veiligheids- IX-6524-3/5 en voorzichtigheidsoverwegingen als gevolg van de ontsnapping van drie gedetineerden uit de gevangenis met behulp van een helikopter. De verzoeker toont niet aan dat de bestreden maatregel tot doel heeft om hem te bestraffen wegens zijn gedrag. De getroffen maatregel is geen verdoken tuchtstraf. Indien de verzoeker van oordeel is dat de bestreden beslissing een inbreuk uitmaakt op zijn subjectieve rechten, dient hij een vordering in te stellen bij de justitiële rechter. Dit heeft hij ook gedaan door tegen de bestreden beslissing op 4 augustus 2009 een vordering in kort geding in te dienen bij de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge. In de beschikking van 24 augustus 2009 verwerpt de rechter in kort geding de vordering van de verzoeker als ongegrond. 3.
  8. Het beroep tot nietigverklaring is onontvankelijk en de exceptie opgeworpen in het auditoraatsverslag is gegrond. In een schrijven van 8 januari 2010 deelt de raadsman van de verzoeker mee dat laatstgenoemde werd overgeplaatst van de gevangenis te Brugge naar de gevangenis te Hasselt, waar hij onderworpen is aan een normaal wandelregi- me (het bijzonder wandelregime waartegen het beroep is gericht, is heden niet meer van toepassing). De raadsman voegt daaraan toe: “Ik hield eraan u hiervan in te lichten teneinde ook het belang in hoofde van verzoeker te kunnen beoordelen.” Het getuigt van een loyale proceshouding om het gevatte rechtscollege in te lichten vóór de zitting en uit voornoemde brief blijkt dat de verzoeker zelf terecht inziet dat zijn belang bij de ingestelde vordering op het tijdstip van de uitspraak van huidig arrest niet meer bestaat, hoewel de Raad van State hierover geen uitspraak meer vermag te doen, gelet op wat voorafgaat. Er is bijgevolg aanleiding om artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toe te passen. IX-6524-4/5 BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 januari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6524-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.589 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.